Dienstbrief / Ambtelijke notitie.
Origineel
Dienstbrief / Ambtelijke notitie. 6 juni 1940 (Amsterdam). Onleesbare handtekening (mogelijk "Praag" of "Maas"), waarschijnlijk een marktmeester of ambtenaar van de gemeente Amsterdam. De heer Inspecteur van het Marktwezen te Amsterdam ("Alhier"). No 29/5/M 1940 27/5-
Den heer Inspecteur v/h Marktwezen
Alhier.
Ingevolge het schrijven van E. Cohen Simons
d.d. 24-5-'40, deel ik U mede dat de daarin aange-
haalde aangelegenheid een onderwerp van geen
beteekenis is.
Op de Nieuwmarkt is het niet steeds moge-
lijk dezelfde soorten handel ruim uit
elkander te plaatsen.
A’dam, 6 Juni 1940
[Handtekening] * Kernboodschap: De afzender reageert op een brief van een zekere E. Cohen Simons van 24 mei 1940. Hij stelt dat de door Simons aangehaalde kwestie van "geen beteekenis" is. De kwestie betreft de indeling van de markt op de Nieuwmarkt, waarbij het volgens de schrijver onmogelijk is om handelaren in dezelfde producten altijd ver uit elkaar te plaatsen.
* Toon: De toon is kortaf en ambtelijk-afwijzend. Er wordt weinig gewicht toegekend aan de klacht of het verzoek van de burger (E. Cohen Simons).
* Terminologie: "Marktwezen" was de gemeentelijke dienst verantwoordelijk voor de organisatie en het toezicht op de markten. "Alhier" duidt aan dat de ontvanger zich in dezelfde stad (Amsterdam) bevindt. * Historische periode: Dit document is geschreven op 6 juni 1940, slechts enkele weken na de Nederlandse capitulatie (15 mei 1940) en het begin van de Duitse bezetting.
* Locatie: De Nieuwmarkt in Amsterdam was van oudsher een centrale marktplaats, gelegen in het hart van de Joodse buurt.
* Betekenis: Hoewel de brief op het eerste gezicht over een triviale logistieke marktkwestie gaat (de afstand tussen kramen met gelijkaardige handel), is de context van belang. De naam 'Cohen Simons' en de locatie 'Nieuwmarkt' wijzen op de Joodse gemeenschap van Amsterdam. In de vroege dagen van de bezetting probeerde het dagelijks leven op de markt door te gaan, maar de ambtelijke molen begon al te schuren onder de nieuwe realiteit. Het afdoen van een verzoek van een Joodse koopman als "van geen beteekenis" kan een teken zijn van de heersende ambtelijke houding of simpelweg een bureaucratische afhandeling van een ruimtetekort op een drukke markt. E. Cohen Inspecteur van (De heer) Gemeente Amsterdam Marktwezen