Zakelijke correspondentie (doorslag/kopie van een brief).
Origineel
Zakelijke correspondentie (doorslag/kopie van een brief). 13 juli 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen Amsterdam). [Handgeschreven:] extra
VD/HG.
den Heer E. Pais,
Kr. Mijdrechtstraat 60,
Amsterdam-Zuid.
Wijk 22A
30/38/2 M. 13 Juli 1940.
Naar aanleiding van Uw briefkaart ingekomen op 1 Juli jl. bericht ik U, dat de U verleende plaats op de markt Zwanenburgwal op 1 dezer wegens wanbetaling is ingetrokken. U is terzake nog een bedrag van ƒ 3,40 aan mijn dienst schuldig. Alvorens U weder voor een plaats op een der markten te Amsterdam in aanmerking kunt komen, dient U het vorenvermelde bedrag te hebben betaald.
De Directeur, In deze brief stelt de directeur van de betreffende gemeentelijke dienst de heer E. Pais officieel op de hoogte van de intrekking van zijn standplaatsvergunning op de markt aan de Zwanenburgwal. De aanleiding is een achterstand in de betaling (wanbetaling) ter hoogte van 3,40 gulden. De intrekking is met terugwerkende kracht ingegaan op 1 juli 1940. De brief stelt een duidelijke voorwaarde: pas nadat de schuld is voldaan, kan de heer Pais opnieuw in aanmerking komen voor een plek op een Amsterdamse markt. De toon is zakelijk, dwingend en bureaucratisch. Het document dateert van juli 1940, slechts twee maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De geadresseerde, E. Pais, woonachtig aan de Kromme Mijdrechtstraat 60, was een lid van de Joodse gemeenschap in Amsterdam. De Kromme Mijdrechtstraat in de Rivierenbuurt kende in die tijd een grote Joodse populatie.
De markt op de Zwanenburgwal lag in het hart van de oude Joodse buurt van Amsterdam. Hoewel de brief spreekt van "wanbetaling", moet deze administratieve maatregel gezien worden tegen de achtergrond van de beginnende anti-Joodse maatregelen en de economische druk op Joodse kooplui. Hoewel de bezetter op dit specifieke moment nog geen algemeen verbod op Joodse markthandel had ingesteld (dat gebeurde later in 1941 met de instelling van de specifieke Joodse markten), begonnen de leefomstandigheden en inkomensposities van Joodse burgers direct na de inval te verslechteren. Uit archiefstukken (zoals die van de Joodse Raad en de Oorlogsgravenstichting) blijkt dat Emanuel Pais de oorlog niet heeft overleefd; hij werd in 1943 in Sobibor vermoord. Dit document vormt daarmee een klein maar tragisch spoor van de bureaucratische afwikkeling van zijn dagelijks bestaan vlak voor de grootschalige vervolging. E. Pais Marktwezen