Archief 745
Inventaris 745-322
Pagina 398
Dossier 29
Jaar 1940
Stadsarchief

Zakelijke brief / Opzeggingsbrief marktplaats.

23 september 1940. Van: J. A. A. Weterings (handelaar in zijden en wollen stoffen). Aan: Vermoedelijk de marktinspectie of een gemeentelijke administratie in Amsterdam (gezien de aantekening "vi Insp"). Dossier: 30/55/1, 88

Origineel

Zakelijke brief / Opzeggingsbrief marktplaats. 23 september 1940. J. A. A. Weterings (handelaar in zijden en wollen stoffen). Vermoedelijk de marktinspectie of een gemeentelijke administratie in Amsterdam (gezien de aantekening "vi Insp"). J. A. A. Weterings
IN ZIJDEN- EN WOLLEN-STOFFEN
Groenburgwal 67 I
AMSTERDAM-C.

A'dam 23/9. 40.
vi Insp

Nº 30/55/1 M. 1940 24/9

Wel Edele Heer.

Hiermede deel ik U mede dat ik mijn
vaste plaats Nº 88. op Waterlooplein per
heden op geef. De rede daarvan zijn dat
ik 1/24. gedeelte van de Handel krijgen kan.
Ook zou ik gaarne uitstel van U hebben
voor eenige weken op de Westerstraat om-
dat ik ook daar niet genoeg handel van heb.
de Westerstraat zal ik dan gewoon door betalen.
Hoopend spoedig een goed antwoord van
U terug te mogen ontvangen teeken ik

Uw Hoogachtend
J A A Weterings
Groenburgwal 67 I. * Inhoud: De heer Weterings zegt per direct zijn vaste marktplaats (nummer 88) op de markt op het Waterlooplein op. Hij geeft als reden dat hij slechts een zeer klein deel ("1/24 gedeelte") van zijn normale handel kan verkrijgen. Tegelijkertijd vraagt hij om een tijdelijke onderbreking ("uitstel") voor zijn standplaats op de Westerstraatmarkt voor enkele weken, omdat ook daar de handel tegenvalt. Hij benadrukt wel dat hij voor de plek op de Westerstraat zal blijven betalen om zijn rechten daarop niet te verliezen.
* Schrijfstijl: De brief is geschreven in een formele, beleefde stijl die gebruikelijk was voor correspondentie met overheidsinstanties ("Wel Edele Heer", "teeken ik"). Er zijn enkele kleine grammaticale slordigheden ("De rede daarvan zijn dat", "om. dat").
* Administratieve sporen: De verschillende stempels en handgeschreven nummers bovenin duiden op een zorgvuldige archivering door de ontvangende instantie (waarschijnlijk de Marktwezen-administratie van Amsterdam). * Tijdsbeeld: De brief is geschreven in september 1940, vier maanden na de Duitse inval in Nederland. De vroege bezettingsperiode kenmerkte zich door de eerste tekenen van schaarste en distributie.
* Economische situatie: De opmerking over het slechts kunnen krijgen van "1/24 gedeelte van de Handel" wijst op de zware bevoorradingsproblemen in de textielsector. Door grondstoffenschaarste en Duitse inbeslagnames moesten handelaren het doen met zeer beperkte quota.
* Locatie: De brief noemt twee iconische Amsterdamse markten: het Waterlooplein (toentertijd nog in het hart van de Joodse buurt) en de Westerstraat (Jordaan). Het opgeven van een standplaats op het Waterlooplein in 1940 kan ook bezien worden in het licht van de toenemende restricties en de veranderende sociale dynamiek in die wijk aan het begin van de bezetting. A. Weterings Weterings zegt (De heer) Marktwezen

Samenvatting

  • Inhoud: De heer Weterings zegt per direct zijn vaste marktplaats (nummer 88) op de markt op het Waterlooplein op. Hij geeft als reden dat hij slechts een zeer klein deel ("1/24 gedeelte") van zijn normale handel kan verkrijgen. Tegelijkertijd vraagt hij om een tijdelijke onderbreking ("uitstel") voor zijn standplaats op de Westerstraatmarkt voor enkele weken, omdat ook daar de handel tegenvalt. Hij benadrukt wel dat hij voor de plek op de Westerstraat zal blijven betalen om zijn rechten daarop niet te verliezen.
  • Schrijfstijl: De brief is geschreven in een formele, beleefde stijl die gebruikelijk was voor correspondentie met overheidsinstanties ("Wel Edele Heer", "teeken ik"). Er zijn enkele kleine grammaticale slordigheden ("De rede daarvan zijn dat", "om. dat").
  • Administratieve sporen: De verschillende stempels en handgeschreven nummers bovenin duiden op een zorgvuldige archivering door de ontvangende instantie (waarschijnlijk de Marktwezen-administratie van Amsterdam).

Historische Context

  • Tijdsbeeld: De brief is geschreven in september 1940, vier maanden na de Duitse inval in Nederland. De vroege bezettingsperiode kenmerkte zich door de eerste tekenen van schaarste en distributie.
  • Economische situatie: De opmerking over het slechts kunnen krijgen van "1/24 gedeelte van de Handel" wijst op de zware bevoorradingsproblemen in de textielsector. Door grondstoffenschaarste en Duitse inbeslagnames moesten handelaren het doen met zeer beperkte quota.
  • Locatie: De brief noemt twee iconische Amsterdamse markten: het Waterlooplein (toentertijd nog in het hart van de Joodse buurt) en de Westerstraat (Jordaan). Het opgeven van een standplaats op het Waterlooplein in 1940 kan ook bezien worden in het licht van de toenemende restricties en de veranderende sociale dynamiek in die wijk aan het begin van de bezetting.

Genoemde Personen 2

A. Weterings Weterings zegt (De heer)

Locaties

Waterlooplein Westerstraat

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Hart Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Gerelateerde Documenten 3