A. Weterings
Bekijk Verhaal ➔Archiefdocumenten
Handgeschreven brief (verzoekschrift).
* **Kern van het verzoek:** De afzender verzoekt om toestemming voor zijn nicht (mevr. Dessauer) om tijdelijk de marktplaatsen van zijn vrouw waar te nemen. * **Aanleiding:** De vrouw van de afzender moet wegens een naderende bevalling naar het gasthuis (ziekenhuis) en kan daardoor haar werk op de markt niet uitvoeren. * **Locaties:** Het gaat om een vaste standplaats op het Mosveld (Amsterdam-Noord, nr. 32) en een standplaats via een 'lootkaart' (nr. 312) op de Westerstraat-markt. * **Logistiek:** De afzender stelt voor dat zijn nicht 's ochtends de kraam op het Mosveld opzet ('uitpakt') en tot 13:00 uur bemant, waarna hijzelf de werkzaamheden kan overnemen. * **Argumentatie:** De afzender benadrukt het economisch belang; de inkomsten uit het hoogseizoen zijn onmisbaar voor het gezin en het onbezet laten van de standplaatsen zou leiden tot verlies van klandizie.
Handgeschreven brief (zakelijke correspondentie).
* **Toon en taal:** De brief is geschreven in een beleefde, formele maar dringende toon. De schrijver hanteert de toen gebruikelijke spelling (bijv. "vreeselijk", "teeken ik"). * **Kernboodschap:** Weterings reageert op een aanmaning voor de markt op de Westerstraat en een waarschuwing betreffende zijn afwezigheid op de markt op het Mosveld. Hij belooft de Westerstraat te hervatten omdat hij een partij goederen heeft kunnen bemachtigen, maar verzoekt om uitstel voor de markt op het Mosveld. * **Argumentatie:** Hij voert twee redenen aan voor zijn afwezigheid: 1. **Economisch:** Door de mobilisatie (oorlogsdreiging) zijn stoffen schaars en onbetaalbaar geworden, waardoor hij nauwelijks handel heeft. 2. **Persoonlijk:** Zijn vrouw is 3,5 maand geleden bevallen en geeft borstvoeding, wat werken op de markt in de koude wintermaanden bemoeilijkt. * **Verzoek:** Hij vraagt om een officieel uitstel van 6 tot 8 weken, waarbij hij bereid is het marktgeld door te betalen om zijn vaste standplaats niet te verliezen.
Ambtelijke notitie / bijblad betreffende marktvergunningen.
Het document is een ambtelijke afhandeling van een verzoek van een marktkraamhoudster, Mevrouw Weterings. Zij vraagt om haar standplaatsen op de markten in de Westerstraat (Jordaan) en op het Mosplein (Amsterdam-Noord) nog een maand langer onbezet te mogen laten. De opgegeven reden is van persoonlijke aard: "in verband met de voeding van haar kind" (waarschijnlijk borstvoeding of de zorg voor een pasgeborene). De behandelend ambtenaar (De Boer) adviseert positief over het verzoek, mits het verschuldigde marktgeld gedurende haar afwezigheid wel wekelijks wordt doorbetaald. Uit de kantlijnaantekeningen blijkt dat zij eerder al drie maanden uitstel had gekregen tot 1 november 1939. Uiteindelijk wordt er op 12 januari 1940 akkoord gegaan met één maand extra uitstel.
Officiële brief/sommatie.
Het document is een formele waarschuwing (sommatie) wegens wanbetaling. Mevrouw Weterings-de Rooy heeft een achterstand van meer dan drie weken in de betaling van het marktgeld voor haar standplaats op de markt aan het Mosplein in Amsterdam-Noord. De brief stelt een hard ultimatum: 1. **Betalingstermijn:** Uiterlijk 20 januari 1940. 2. **Sanctie:** Het definitief intrekken van de vergunning voor de vaste staanplaats per 27 januari 1940, gebaseerd op het Marktreglement. 3. **Coulanceclausule:** Er wordt ruimte geboden voor verzachtende omstandigheden (zoals armoede/steun of ziekte), mits de betrokkene dit onmiddellijk meldt. De tekst is zakelijk en dwingend, wat wordt benadrukt door de onderstrepingen van woorden als "onherroepelijk" en "onmiddellijk".
Zakelijke brief / Opzeggingsbrief marktplaats.
* **Inhoud:** De heer Weterings zegt per direct zijn vaste marktplaats (nummer 88) op de markt op het Waterlooplein op. Hij geeft als reden dat hij slechts een zeer klein deel ("1/24 gedeelte") van zijn normale handel kan verkrijgen. Tegelijkertijd vraagt hij om een tijdelijke onderbreking ("uitstel") voor zijn standplaats op de Westerstraatmarkt voor enkele weken, omdat ook daar de handel tegenvalt. Hij benadrukt wel dat hij voor de plek op de Westerstraat zal blijven betalen om zijn rechten daarop niet te verliezen. * **Schrijfstijl:** De brief is geschreven in een formele, beleefde stijl die gebruikelijk was voor correspondentie met overheidsinstanties ("Wel Edele Heer", "teeken ik"). Er zijn enkele kleine grammaticale slordigheden ("De rede daarvan zijn dat", "om. dat"). * **Administratieve sporen:** De verschillende stempels en handgeschreven nummers bovenin duiden op een zorgvuldige archivering door de ontvangende instantie (waarschijnlijk de Marktwezen-administratie van Amsterdam).
Relevante Archieffragmenten
De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen, (get.) F. VAN MEURS [Handgeschreven in de linker marge:] h. de Boer t.h. Aan den Kooplieden- en Marktkramersbond, "Mercurius", Nieuwe Achtergracht 101, _A L H I E R_ (C). Model G.A. 6 25.000-1-'39 [Handgeschreven rechtsonder:] 20
# TRANSCRIPTIE $N\underline{o}$ 46 A / 10 / 8 M. 1940 $\frac{24}{5}$ No. 291 L.M. 19 40. De WETHOUDER voor de LEVENSMIDDELEN, WASCH- en SCHOONMAAK-, BAD- en ZWEMINRICHTINGEN heeft de eer $\frac{\text{dit stuk}}{\text{<s>deze stukken</s>}}$ te doen toekomen aan den Heer Directeur van het Marktwezen met verzoek voor de uitreiking te willen doen zorgdragen. <s>onder verwijzing naar</s> <s>ter ke...
Antw. op No.489 P.W. dd. 7 Juli 1939. Den Heer Wethouder P.W.
Grb.1015. H/e. 28 April 1942. den Heer Wethouder P.W.
# TRANSCRIPTIE 2 10 April x40 8A/66/1 den Heer Wethouder voor de Alhier. Levensmiddelen,