Handgeschreven brief (zakelijke correspondentie).
Origineel
Handgeschreven brief (zakelijke correspondentie). 5 januari 1940. J. A. A. Weterings, handelaar in zijden en wollen stoffen. Onbekend (vermoedelijk de Marktmeester of de afdeling Marktwezen van de Gemeente Amsterdam). [Stempel linksboven:] Nº 33/2/9 M. 1940
[Briefhoofd:]
J. A. A. Weterings
IN ZIJDEN- EN WOLLEN-STOFFEN
Groenburgwal 67 II
AMSTERDAM-C.
[Rechtsboven handgeschreven:] A.dam, 5 Januari 1940
[Daaronder een onleesbaar paraaf/notitie]
Weled Heer;
Ik kwam in het bezit van Uw schrijven dd 4 dezer, Nº 33/2/7 M waarin U mij mede deelde dat ik mijn marktgeld voor mijn vaste plaats op de westerstraat moest voldoen. Ik deel U hierop mede dat ik Maandag op de westerstraat zal uitpakken (omdat ik dan toevallig van iemand wat handel meekrijg) en mijn marktgeld zal voldoen.
Tevens kreeg ik van U een waarschuwing voor het bezette van de plaats Nº 31 op het Mosveld. Van af de oprichting van deze markt hebben wij nooit over geslagen afgezien het uitstel wat mijn vrouw van U gekregen had voor haar bevalling. Ik zou er zijn momenteel graag misschien maar er zijn 2 bezwaren aan verbonden waarom wij bijna onmogelijk kunnen komen.
1e Mijn vak is stoffen en met de mobilisatie toestand word ons bijna geen goed geleverd of vreeselijk duur wat ik niet te koop kan nemen. Daarom ben ik momenteel bijna zonder handel. Dan kunt U zich misschien ook nog herinneren dat mijn vrouw indertijd uitstel had gekregen en de baby is na pas 3 ½ maand dus voor haar ook erg moeilijk omdat de baby de moedermelk heeft. Gaarne betaal ik voor deze 2 markten mijn marktgeld door, maar zou de mogelijkheid misschien bestaan, nu met deze toestand 2 maanden (desnoods 6 weken) uitstel te krijgen waarvoor ik U zeer dankbaar zou zijn. Hopend een gunstig antwoord te mogen ontvangen teeken ik in afwachting Hoogachtend.
[Handtekening:] J.A.A. Weterings
[Rechtsonder potloodnotitie:] 33750 * Toon en taal: De brief is geschreven in een beleefde, formele maar dringende toon. De schrijver hanteert de toen gebruikelijke spelling (bijv. "vreeselijk", "teeken ik").
* Kernboodschap: Weterings reageert op een aanmaning voor de markt op de Westerstraat en een waarschuwing betreffende zijn afwezigheid op de markt op het Mosveld. Hij belooft de Westerstraat te hervatten omdat hij een partij goederen heeft kunnen bemachtigen, maar verzoekt om uitstel voor de markt op het Mosveld.
* Argumentatie: Hij voert twee redenen aan voor zijn afwezigheid:
1. Economisch: Door de mobilisatie (oorlogsdreiging) zijn stoffen schaars en onbetaalbaar geworden, waardoor hij nauwelijks handel heeft.
2. Persoonlijk: Zijn vrouw is 3,5 maand geleden bevallen en geeft borstvoeding, wat werken op de markt in de koude wintermaanden bemoeilijkt.
* Verzoek: Hij vraagt om een officieel uitstel van 6 tot 8 weken, waarbij hij bereid is het marktgeld door te betalen om zijn vaste standplaats niet te verliezen. Dit document biedt een inkijkje in het dagelijks leven van kleine zelfstandigen in Amsterdam vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland (mei 1940). De "mobilisatie toestand" waar de schrijver naar verwijst, begon in augustus 1939. Deze periode kenmerkte zich door economische onzekerheid, schaarste aan grondstoffen en goederen, en stijgende prijzen. De brief illustreert de strijd van een marktkramer om zijn nering en zijn vaste standplaatsen (Westerstraat in de Jordaan en het Mosveld in Amsterdam-Noord) te behouden in financieel en sociaal zware tijden. A. Weterings J.A.A. Weterings Gemeente Amsterdam Marktwezen