J.A.A. Weterings
Bekijk Verhaal ➔Archiefdocumenten
Ambtelijke notitie/bijblad betreffende marktplaatsvergunningen.
Dit document is een administratief verslag betreffende een verzoek van het echtpaar Weterings-de Rooij voor een tijdelijke regeling van hun marktplaatsen in Amsterdam-Noord (Mosplein/Mosveld) en de Jordaan (Westerstraat). De kern van de zaak is de zwangerschap van M.E. Weterings-de Rooij, die eind augustus 1939 is uitgerekend. Omdat haar echtgenoot buitenmarkten bezoekt, kan zij de vaste plaatsen niet zelf blijven bemannen. Het verzoek omvat twee delen: 1. **Vervanging:** Mevr. Dessaurer (wonende Westerstraat 83 II) mag haar gedurende drie maanden op het Mosplein vervangen tot 13:00 uur 's middags. 2. **Vrijstelling:** Er wordt gezocht naar een vrijstelling voor het bezetten van de plaats op de Westerstraat voor dezelfde periode van drie maanden. De ambtenaren (Delleman, Wolff, Dijkstra) hebben het verzoek beoordeeld en op 28 juli 1939 is het verzoek voor het Mosplein officieel ingewilligd. Op 9 augustus 1939 is na een mondeling onderhoud ook vastgelegd dat er geen bezwaar is tegen de vrijstelling voor de Westerstraat.
Handgeschreven brief (zakelijke correspondentie).
* **Toon en taal:** De brief is geschreven in een beleefde, formele maar dringende toon. De schrijver hanteert de toen gebruikelijke spelling (bijv. "vreeselijk", "teeken ik"). * **Kernboodschap:** Weterings reageert op een aanmaning voor de markt op de Westerstraat en een waarschuwing betreffende zijn afwezigheid op de markt op het Mosveld. Hij belooft de Westerstraat te hervatten omdat hij een partij goederen heeft kunnen bemachtigen, maar verzoekt om uitstel voor de markt op het Mosveld. * **Argumentatie:** Hij voert twee redenen aan voor zijn afwezigheid: 1. **Economisch:** Door de mobilisatie (oorlogsdreiging) zijn stoffen schaars en onbetaalbaar geworden, waardoor hij nauwelijks handel heeft. 2. **Persoonlijk:** Zijn vrouw is 3,5 maand geleden bevallen en geeft borstvoeding, wat werken op de markt in de koude wintermaanden bemoeilijkt. * **Verzoek:** Hij vraagt om een officieel uitstel van 6 tot 8 weken, waarbij hij bereid is het marktgeld door te betalen om zijn vaste standplaats niet te verliezen.
Getypte brief (doorslag/kopie) met handgeschreven kanttekeningen.
* **Kernboodschap:** De brief is een officiële goedkeuring voor een tijdelijke ontheffing. De heer Weterings heeft toestemming gekregen om maximaal één maand zijn marktplaatsen niet persoonlijk te bezetten. * **Locaties:** Het betreft staanplaatsen op de markt in de **Westerstraat** (Jordaan) en op het **Mosplein** (Amsterdam-Noord). * **Voorwaarde:** De ontheffing is niet onvoorwaardelijk; de belangrijkste eis is dat het wekelijkse marktgeld (de huur/leges voor de standplaats) gewoon doorbetaald moet worden, ook al wordt de plek niet gebruikt. * **Administratief proces:** De brief is gedateerd op 16 januari, maar de handgeschreven krabbel "Verzonden 17/1-'40" laat zien dat de brief pas de volgende dag daadwerkelijk de deur uit is gegaan. De aantekening "4 ex." suggereert dat er vier kopieën van dit besluit zijn gemaakt voor de interne administratie.
Administratief bijblad met ambtelijke annotaties en adviezen.
Dit document betreft een ambtelijke afhandeling van een verzoek door marktkoopman J.A.A. Weterings. Weterings had standplaatsen op twee prominente Amsterdamse markten: het Waterlooplein (plek 88) en de Westerstraat (plek 63). Hij had een verzoek ingediend om uitstel van het bezetten van zijn standplaats in de Westerstraat. De diverse betrokken ambtenaren (Mr. Uitulugt, Mr. Wolff en De Kaey) adviseren allen negatief over dit verzoek. De conclusie is dat Weterings zijn plek in de Westerstraat "geregeld" moet innemen, wat gespecificeerd wordt als minimaal drie van de vier weken. Indien hij hier niet aan voldoet, zal de vergunning voor die specifieke plek worden ingetrokken. De bureaucratische snelheid is zichtbaar: het verzoek wordt tussen 23 september en 1 oktober beoordeeld, waarna op 10 oktober de administratieve afhandeling (referentienummer 30/55/2) volgt.
Getypte brief (doorslag op doorslagpapier).
De brief is een formele, ambtelijke afwijzing van een verzoek dat door de heer Weterings op 23 september 1940 was ingediend. Hoewel de precieze aard van het verzoek niet wordt genoemd, is de strekking duidelijk: de geadresseerde heeft blijkbaar gevraagd om een uitzondering op de aanwezigheidsplicht op de markt. De directeur van de marktdienst wijst dit verzoek af en deelt direct een officiële waarschuwing uit. Hij herinnert de marktkoopman aan de strikte regels uit het 'Reglement op de Markten': een standplaats moet minimaal drie keer per vier weken worden bezet. Wordt hier niet aan voldaan, dan volgt onherroepelijk intrekking van de vergunning voor de standplaats op de Westerstraat. De toon is kort en zakelijk, kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie uit die tijd.
Relevante Archieffragmenten
De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen, (get.) F. VAN MEURS [Handgeschreven in de linker marge:] h. de Boer t.h. Aan den Kooplieden- en Marktkramersbond, "Mercurius", Nieuwe Achtergracht 101, _A L H I E R_ (C). Model G.A. 6 25.000-1-'39 [Handgeschreven rechtsonder:] 20
Antw. op No.489 P.W. dd. 7 Juli 1939. Den Heer Wethouder P.W.
Grb.1015. H/e. 28 April 1942. den Heer Wethouder P.W.
# TRANSCRIPTIE VD/HG. [handgeschreven blauw:] *extra* 37/119/3 M. 2 December 1941. Ariseering N.V. Hakker. den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, A l h i e r .
# TRANSCRIPTIE W. Sieburgh W. Brakense VD/HG. 37/6/1 N. [Blauw potlood]: Verzonden 7/1 7 Januari 1942. Vraagstukken verband houdende met ariseering. den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, A l h i e r .