Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen en parafen.
Origineel
Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen en parafen. 7 januari 1942. Onbekend (waarschijnlijk een ambtenaar belast met markttoezicht of economische zaken). Getekend/geparafeerd door: W. Sieburgh en W. Brakense. Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam). W. Sieburgh
W. Brakense
VD/HG.
37/6/1 N. [Blauw potlood]: Verzonden 7/1
7 Januari 1942.
Vraagstukken verband
houdende met ariseering.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder verwijzing naar het telefonisch gesprek, dat
U jl. Zaterdagavond met mij hebt gevoerd heb ik de eer U het
volgende te berichten.
Door een bezoek van een der leden der firma Hakker
was mij bekend, dat deze firma moet liquideeren (zie hier-
omtrent mijn brief van 31 December 1941 No.18/15/19 M.) Naar
aanleiding van Uw mededeeling, dat door een lid der familie
Hakker thans clandestien zou worden gevent dan wel stand-
plaats zou worden ingenomen is hierop thans contrôle inge-
steld.
Daar ik uit de omstandigheden meen te mogen aflei-
den, dat de noodzakelijke voorwaarden voor toelating tot de
Centrale Markt ten aanzien van de fa.Hakker zijn vervallen
(deze firma bezit namelijk thans niet meer de "kwaliteit"
van kooper op de Centrale Markt) wordt vanaf 6 dezer aan de
leden der genoemde firma en aan hun personeel, geen toegang
meer tot de Centrale Markt verleend.
Ik merk hierbij op, dat mijn dienst van liquidaties
als bovenbedoeld nimmer mededeeling wordt gedaan (behoudens
in zeer enkele gevallen door de betrokkenen zelf), waardoor
het mogelijk is, dat personen of firma's, die hebben moeten
liquideeren, op de markten worden toegelaten.
Uit mededeelingen van den op de Centrale Markt ge-
vestigden grossier Presser is korten tijd geleden gebleken,
dat deze zaak eveneens bevel tot liquidatie heeft gekregen.
Presser zou echter alsnog trachten ontheffing van dit bevel
te verkrijgen. Uit een dezerzijds bij betrokkene nader inge-
steld onderzoek blijkt thans, dat bedoelde ontheffing niet
wordt verleend. Hoewel de zaak van Presser dus geliquideerd
had moeten zijn is hij zonder meer doorgegaan met het doen
van zaken. Hij heeft bij mijn dienst n.b. een aanvrage inge-
diend om het door hem op de Centrale Markt gehuurde pakhuis
voor het jaar 1942 opnieuw te mogen inhuren! Deze brief is een illustratie van de ambtelijke uitvoering van de anti-Joodse maatregelen tijdens de bezetting in Nederland. De kern van het document draait om de 'ariseering' – het proces waarbij Joodse ondernemers uit het economische leven werden verstoten.
- Toegangsverbod: De firma Hakker wordt de toegang tot de Centrale Markt ontzegd omdat zij niet langer over de benodigde "kwaliteit" (status) beschikken. Dit is een eufemisme voor het feit dat Joodse handelaren hun vergunningen verloren.
- Handhaving en Controle: De brief maakt melding van 'clandestien venten', wat erop wijst dat Joodse ondernemers probeerden te overleven door buiten de officiële kanalen om te handelen. Hierop wordt direct 'contrôle ingesteld'.
- Bureaucreatie: De schrijver klaagt over een gebrek aan communicatie vanuit de "dienst van liquidaties", waardoor sommige Joodse ondernemers (zoals Presser) nog enige tijd hun bedrijf konden voortzetten of zelfs huurcontracten probeerden te verlengen voordat de bureaucratie hen inhaalde.
- Toon: De toon is strikt zakelijk en procedureel, wat het contrast met de achterliggende menselijke tragiek van de vervolging vergroot. In januari 1942 was de uitsluiting van Joden in Nederland in volle gang. Na de registratie van Joodse ondernemingen in 1941 (Verordening 189/1940), volgde de systematische liquidatie of overname door niet-Joden. De 'Centrale Markt' in Amsterdam was een vitaal punt voor de voedselvoorziening. Door Joden hier de toegang te ontzeggen, werden zij niet alleen economisch geruïneerd, maar werd ook de Joodse gemeenschap verder geïsoleerd van essentiële levensmiddelenstromen. Namen als 'Hakker' en 'Presser' in dit document verwijzen naar reële personen die slachtoffer werden van deze uitsluitingspolitiek.