Officieel bijblad/notitie van de gemeente Amsterdam (Algemene Zaken).
Origineel
Officieel bijblad/notitie van de gemeente Amsterdam (Algemene Zaken). 1 oktober 1940 (met latere aantekening van 4 oktober 1940). [Linksboven in kader]
B I J B L A D V A N :
M. No. 30/56/1 1940
DOORGEZONDEN: 27/9
[Rechtsboven]
797
J. Morpurgo.
pl. 10 Waterlooplein
" 72 Dapperstraat
" 122 Westerstraat
[Midden, handgeschreven tekst]
Het verzoek van J. Morpurgo dient m.i. te worden afgewezen.
Aan Morpurgo moet m.i. worden bericht dat hij zijn plaatsen op de markten Waterlooplein, Dapperstraat en Westerstraat geregeld moet bezetten, daar anders de plaatsen worden ingetrokken.
1-10-'40
[Handtekening, mogelijk De Boer]
[Onderaan in rood potlood/inkt]
5.
30/56/2 4/10/40 [Initialen]
[Linksonder gedrukt]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document is een ambtelijke notitie betreffende een verzoek van de marktkoopman J. Morpurgo. Hoewel de aard van zijn verzoek niet expliciet wordt genoemd, blijkt uit de reactie dat hij waarschijnlijk vroeg om een ontheffing of afwijking van de plicht om zijn marktkramen te bezetten.
De ambtenaar adviseert het verzoek af te wijzen ("dient m.i. te worden afgewezen"). Er wordt bovendien een scherpe waarschuwing geformuleerd: Morpurgo moet zijn standplaatsen op drie prominente Amsterdamse markten (Waterlooplein, Dapperstraat en Westerstraat) "geregeld bezetten". Bij verzuim zullen zijn vergunningen ("plaatsen") worden ingetrokken. De datum van het document, 1 oktober 1940, is cruciaal voor de historische context. Dit is slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De naam Morpurgo is een bekende Sefardisch-Joodse familienaam in Amsterdam. Veel Joodse Amsterdammers waren werkzaam in de ambulante handel op de markten, met name op het Waterlooplein.
Tijdens de bezetting voerden de autoriteiten de druk op Joodse ondernemers en marktkooplieden steeds verder op. Dit document illustreert de strikte handhaving van marktreglementen in die periode. Het dreigen met het intrekken van standplaatsen was een effectief middel om controle uit te oefenen. In de loop van 1941 zouden Joodse kooplieden uiteindelijk geheel van de reguliere markten worden verbannen naar speciaal aangewezen "Joodsche markten", voordat hun handel en bezittingen volledig werden geconfisqueerd. J. Morpurgo M. No Gemeente Amsterdam