Handgeschreven ambtelijke notitie / krabbel.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie / krabbel. Den heer Inspecteur
v/h. Marktwezen, alhier.
Tegen het verzoek van den heer
E. Speijer is mij geen bezwaar.
A.'dam 1/11 - 40
[onleesbare handtekening]
Gezien
4-11-40
deHaan Het document is een korte, ambtelijke mededeling gericht aan de Inspecteur van het Marktwezen in Amsterdam. De schrijver geeft aan dat er geen bezwaar is tegen een niet nader gespecificeerd verzoek van een zekere heer E. Speijer.
De tekst is geschreven in een typisch 20e-eeuws Nederlands cursief handschrift. De term "alhier" duidt erop dat zowel de afzender als de ontvanger zich in dezelfde stad (Amsterdam) bevonden. De notitie is op 1 november opgesteld en drie dagen later, op 4 november 1940, voor "gezien" getekend door een functionaris genaamd De Haan. De datering (november 1940) is historisch gezien van groot belang. Nederland bevond zich op dat moment in de eerste maanden van de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het "Marktwezen" was de gemeentelijke instantie die toezicht hield op de handel op de Amsterdamse markten.
De naam Speijer (vaak ook gespeld als Spijer) was een veelvoorkomende naam binnen de Joodse gemeenschap in Amsterdam. In deze vroege fase van de bezetting werden veel administratieve processen met betrekking tot Joodse ondernemers en marktkooplieden nog via de reguliere ambtelijke weg afgehandeld, voordat de anti-Joodse maatregelen van de bezetter de handel voor Joden nagenoeg onmogelijk maakten. Dergelijke documenten zijn vaak terug te vinden in archieven die betrekking hebben op marktvergunningen of standplaatsen. E. Speijer Marktwezen