Zakelijke brief / Kennisgeving.
Origineel
Zakelijke brief / Kennisgeving. 29 januari 1940. Directie van het Marktwezen, Amsterdam-West (gevestigd aan de Jan van Galenstraat 14). Den Heer L. Hoogesteger, Pakhuisafdeeling no. O 4, Centrale Markt, Alhier-W. DIRECTIE VAN HET MARKTWEZEN.
DV.
No. 37/2/8 M.
Amsterdam-West, 29 Januari 1940,
Jan van Galenstraat 14.
Verzonden 29/1-'40.
Aan
den Heer L. Hoogesteger,
Pakhuisafdeeling no. O 4,
Centrale Markt,
Alhier-W.
In bijlage dezes heb ik de eer U het geregistreerde huurcontract betreffende een door U gehuurde pakhuisafdeeling op de Centrale Markt te doen toekomen.
Ik verzoek U beleefd rekening te houden met het feit, dat, ingevolge het bepaalde in artikel 1619 van het Burgerlijk Wetboek reparatiën, zooals van rolluiken, ruiten, sloten, enz., voor Uw rekening zijn.
Tevens breng ik, voor zoo ver noodig, in herinnering, dat artikel 8 van het contract verbiedt om reclamemiddelen of aankondigingen te Uwen behoeve of ten behoeve van derden aan of op het gehuurde aan te brengen, zonder mijn schriftelijke toestemming, U gelieve zich in alle gevallen, waarin U tot het aanbrengen van eenig bord of andere aanduiding wenscht over te gaan, vóóraf met mij te verstaan.
De Directeur, * Onderwerp: De brief dient als officiële begeleiding bij de toezending van een geregistreerd huurcontract voor een pakhuisruimte op de Centrale Markt in Amsterdam.
* Inhoudelijke kernpunten:
1. Onderhoudsplicht: De directie wijst de huurder op artikel 1619 van het toenmalige Burgerlijk Wetboek, waarin is vastgelegd dat kleine herstellingen (zoals sloten en ruiten) voor rekening van de huurder komen.
2. Reclameverbod: Er wordt strikt gewezen op artikel 8 van het huurcontract, dat het plaatsen van borden of reclame zonder schriftelijke toestemming verbiedt. De huurder moet hierover vooraf in overleg treden met de directeur.
* Stijl: De brief is geschreven in een formele, ambtelijke stijl, kenmerkend voor de vroege 20e eeuw ("heb ik de eer U", "reparatiën", "voor zoo ver noodig"). * De Centrale Markt: De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam werden in 1934 geopend om de vershandel in de stad te centraliseren. De "Directie van het Marktwezen" was de gemeentelijke instantie die de regie voerde over dit terrein.
* L. Hoogesteger: De geadresseerde is waarschijnlijk een ondernemer uit de bekende familie Hoogesteger, die decennialang prominent aanwezig was in de Amsterdamse groente- en fruithandel.
* Historisch kader: De brief dateert van januari 1940, slechts enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland. De markt zou tijdens de bezettingsjaren een cruciale rol blijven spelen in de voedseldistributie, zij het onder streng toezicht en rantsoenering.
* Juridisch kader: Het genoemde artikel 1619 uit het oude Burgerlijk Wetboek betreft de verplichtingen van de huurder ten aanzien van 'geringe en dagelijkse herstellingen'. Dit principe is in de basis nog steeds terug te vinden in het huidige huurrecht.