Officiële zakelijke brief.
Origineel
Officiële zakelijke brief. 21 mei 1940. Directie van het Marktwezen, Amsterdam-West (Jan van Galenstraat 14). Den Heer S. Italiaander, Pakhuisafdeeling B 7, Centrale Markt, Amsterdam. Handgeschreven aantekening bovenaan:
Verzonden 21/5-1940.
Gedrukte kop:
DIRECTIE VAN HET MARKTWEZEN.
Amsterdam-West,
Jan van Galenstraat 14.
21 Mei 1940.
No. 37/2/28 M.
Aan
den Heer S. Italiaander,
Pakhuisafdeeling B 7,
Centrale Markt,
Alhier-W.
In bijlage dezes heb ik de eer U het geregistreerde huurcontract betreffende een door U gehuurde pakhuisafdeeling op de Centrale Markt te doen toekomen.
Ik verzoek U beleefd rekening te houden met het feit, dat, ingevolge het bepaalde in artikel 1619 van het Burgerlijk Wetboek reparatiën, zooals van rolluiken, ruiten, sloten, enz., voor Uw rekening zijn.
Tevens breng ik, voor zoo ver noodig, in herinnering, dat artikel 8 van het contract verbiedt om reclamemiddelen of aankondigingen te Uwen behoeve of ten behoeve van derden aan of op het gehuurde aan te brengen, zonder mijn schriftelijke toestemming. U gelieve zich in alle gevallen, waarin U tot het aanbrengen van eenig bord of andere aanduiding wenscht over te gaan, vóóraf met mij te verstaan.
De Directeur, * Vorm: De brief is opgesteld op officieel briefpapier van de Directie van het Marktwezen. De tekst is getypt, waarbij de naam en het adres van de ontvanger dikgedrukt (waarschijnlijk met een zwaarder lint of door dubbel te typen) zijn aangezet voor de duidelijkheid. Er is een handgeschreven administratieve notitie bovenaan toegevoegd over de verzenddatum.
* Inhoud: De kern van de brief is de formele overdracht van een huurcontract voor een specifieke unit (B 7) op de Centrale Markt. De directeur van het marktwezen wijst de huurder expliciet op twee juridische/contractuele plichten:
1. Onderhoud: Kleine herstellingen aan het pand (zoals ruiten en sloten) zijn voor rekening van de huurder, conform de toenmalige wetgeving.
2. Uiterlijk: Het is de huurder verboden om zonder toestemming reclame of borden te plaatsen. Dit diende om de eenvormigheid en orde op het marktterein te bewaren.
* Toon: De toon is uiterst formeel en zakelijk-beleefd ("heb ik de eer", "verzoek U beleefd"). Dit is kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie van die tijd. * Historisch moment: De datum van de brief, 21 mei 1940, is zeer opmerkelijk. Het is slechts zes dagen na de Nederlandse capitulatie aan nazi-Duitsland (15 mei 1940). Het document illustreert dat het civiele en ambtelijke leven in Amsterdam, ondanks de shock van de invasie en het begin van de bezetting, in eerste instantie gewoon doorging.
* Locatie: De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat (geopend in 1934) vormden het logistieke hart van de voedselvoorziening voor Amsterdam. De Directie van het Marktwezen hield toezicht op de orde en de verhuur van de enorme pakhuiscomplexen.
* Geadresseerde: De heer S. (Salomon) Italiaander was een joodse koopman. Veel joodse handelaren waren actief op de Centrale Markt. Dit document is een wrang bewijs van een "normale" zakelijke transactie aan de vooravond van de anti-joodse maatregelen die de bezetter kort hierna zou invoeren, wat uiteindelijk zou leiden tot de onteigening ("Arisering") van joodse bedrijven en de deportatie van de eigenaren.