Archief 745
Inventaris 745-326
Pagina 63
Dossier 68
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijke brief / Geleidebrief

24 september 1940 Van: De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of een gerelateerde gemeentelijke dienst) Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam ("Alhier")

Origineel

Ambtelijke brief / Geleidebrief 24 september 1940 De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of een gerelateerde gemeentelijke dienst) Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam ("Alhier") [Rechtsboven:] HG.

[Midden boven, handgeschreven:] extra

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

38/2/40 M. [met doorhaal door de 8] 2 24 September 1940.

In bijlage dezes heb ik de eer U een contract in duplo
te doen geworden ten name van Ph.Witteboon, betreffende huur van
pakhuisafdeeling no. C 12 op de Centrale Markt, voor den [onderstreept: opslag]
van goederen (vide besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 7
April 1939 no.97 L.M.1939).

Ik moge U beleefd verzoeken de onderteekening van dit
contract door den heer Burgemeester te willen bevorderen en mij
het daarna te doen retourneeren; dezerzijds kan dan voor regi-
stratie worden zorggedragen.

De Directeur,
[gevolgd door een onleesbare handtekening/paraaf] Dit document is een formele begeleidende brief waarin de directeur van een niet nader genoemde dienst (waarschijnlijk de Centrale Markt Amsterdam) een huurcontract ter ondertekening aanbiedt aan de wethouder voor Levensmiddelen. Het betreft de huur van pakhuisruimte C 12 op de Centrale Markt door de heer Ph. Witteboon.

De brief verwijst naar een besluit van Burgemeester en Wethouders van 7 april 1939, wat aangeeft dat de administratieve afhandeling van dit contract reeds voor de Duitse inval was ingezet of gebaseerd is op vooroorlogse afspraken. De toon is uiterst hoffelijk en procedureel correct, typerend voor de ambtelijke correspondentie van die tijd. Hoewel dit document op het eerste gezicht een routineuze administratieve handeling lijkt, krijgt het een diepere lading door de datum (september 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting) en de naam van de huurder.

Philippus (Ph.) Witteboon was een Joodse grossier in aardappelen en groenten, werkzaam op de Centrale Markt in Amsterdam. De Centrale Markt was het logistieke hart van de voedselvoorziening in de stad en telde veel Joodse handelaren.

In de herfst van 1940 waren de grootschalige anti-Joodse maatregelen nog in een beginstadium, waardoor het zakenleven voor Joodse ondernemers zoals Witteboon in naam nog "normaal" kon doorgaan. Echter, niet lang na deze brief zouden Joodse ondernemers via "arisering" uit hun bedrijven worden gezet. Uit archiefonderzoek (o.a. Joods Monument) blijkt dat Philippus Witteboon (geboren in 1891) uiteindelijk is gedeporteerd en in juli 1943 in Sobibor is vermoord. Dit document vormt daarmee een papieren getuige van zijn zakelijke activiteiten vlak voordat de vervolging zijn leven en bedrijf volledig zou ontwrichten.

Samenvatting

Dit document is een formele begeleidende brief waarin de directeur van een niet nader genoemde dienst (waarschijnlijk de Centrale Markt Amsterdam) een huurcontract ter ondertekening aanbiedt aan de wethouder voor Levensmiddelen. Het betreft de huur van pakhuisruimte C 12 op de Centrale Markt door de heer Ph. Witteboon.

De brief verwijst naar een besluit van Burgemeester en Wethouders van 7 april 1939, wat aangeeft dat de administratieve afhandeling van dit contract reeds voor de Duitse inval was ingezet of gebaseerd is op vooroorlogse afspraken. De toon is uiterst hoffelijk en procedureel correct, typerend voor de ambtelijke correspondentie van die tijd.

Historische Context

Hoewel dit document op het eerste gezicht een routineuze administratieve handeling lijkt, krijgt het een diepere lading door de datum (september 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting) en de naam van de huurder.

Philippus (Ph.) Witteboon was een Joodse grossier in aardappelen en groenten, werkzaam op de Centrale Markt in Amsterdam. De Centrale Markt was het logistieke hart van de voedselvoorziening in de stad en telde veel Joodse handelaren.

In de herfst van 1940 waren de grootschalige anti-Joodse maatregelen nog in een beginstadium, waardoor het zakenleven voor Joodse ondernemers zoals Witteboon in naam nog "normaal" kon doorgaan. Echter, niet lang na deze brief zouden Joodse ondernemers via "arisering" uit hun bedrijven worden gezet. Uit archiefonderzoek (o.a. Joods Monument) blijkt dat Philippus Witteboon (geboren in 1891) uiteindelijk is gedeporteerd en in juli 1943 in Sobibor is vermoord. Dit document vormt daarmee een papieren getuige van zijn zakelijke activiteiten vlak voordat de vervolging zijn leven en bedrijf volledig zou ontwrichten.

Gerelateerde Documenten 6