Archief 745
Inventaris 745-326
Pagina 124
Dossier 82
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte brief met handgeschreven kanttekening.

19 februari 1940. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Amsterdamsche Markthallen of de Dienst voor de Levensmiddelen).

Origineel

Getypte brief met handgeschreven kanttekening. 19 februari 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Amsterdamsche Markthallen of de Dienst voor de Levensmiddelen). vP/HG.

37/30/1 M. Verzonden 19/2-'40.
19 Februari 1940.

VERTROUWELIJK.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

In aansluiting aan mijn telephonische mededeeling van hedenmorgen heb ik de eer U in bijlage dezes het "Nationale Dagblad" van 18 Januari jl. te doen toekomen. In het artikel "De lijdensweg bij de Amsterdamsche Markthallen", worden eenige ambtenaren van mijn dienst en ik zelf genoemd op een wijze, die oplevert het misdrijf van laster, als bedoeld in artikel 262 Wetboek van strafrecht. Daar wordt namelijk beweerd, dat de Joodsch-marxisten Dr. Van der Laan, Mr. Van Praag en Broerse "iederen nationaal-socialist, als ze even kunnen, broodeloos maken en van de Markt verwijderen". In het verdere betoog worden wij van terreur beschuldigd teneinde "eigen onkunde en ongeschiktheid te verbergen". Ik meen, dat dergelijke beschuldigingen van terreur niet tegen ambtenaren behooren te worden gepubliceerd, zonder dat de Justitie daarin wordt gekend.

Mr. Van Praag wenscht dit geschrijf daarom onder de aandacht van het Parket te brengen, dat terzake ongetwijfeld een vervolging zal instellen. De heer Broerse en ik hebben daartegen geen bezwaar.

Ik verzoek U beleefd mij de bijlage dezes (het eenige exemplaar, dat wij bezitten) zoo spoedig mogelijk te willen doen terugzenden.

De Directeur, Deze brief vormt een formeel protest van een hooggeplaatste Amsterdamse ambtenaar (de Directeur) tegen een publicatie in Het Nationale Dagblad, het officiële orgaan van de NSB (Nationaal-Socialistische Beweging).

De kern van het conflict is een artikel waarin drie ambtenaren — Dr. Van der Laan, Mr. Van Praag en de heer Broerse — expliciet worden aangevallen. De terminologie in het krantenartikel ("Joodsch-marxisten", "terreur") is typerend voor de agressieve, antisemitische en anti-overheidspropaganda van de NSB in die tijd. De ambtenaren worden ervan beschuldigd nationaalsocialisten doelbewust te dwarsbomen op de Amsterdamse Markthallen.

De Directeur stelt voor om juridische stappen te ondernemen via het Parket (Openbaar Ministerie) op basis van artikel 262 van het Wetboek van Strafrecht (laster). Het document toont de spanning aan tussen het ambtelijk apparaat en de opkomende nationaalsocialistische beweging in Nederland, slechts drie maanden voor de Duitse inval. Het document is gedateerd op 19 februari 1940, tijdens de zogenaamde "Schemeroorlog", de periode vlak voor de Duitse bezetting van Nederland (mei 1940).

De Amsterdamsche Markthallen (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat) waren van vitaal belang voor de voedselvoorziening van de stad. De wethouder voor Levensmiddelen in deze periode was de sociaaldemocraat (SDAP) Florentinus Marinus (Floor) Wibaut jr., of diens opvolger.

De genoemde namen zijn historisch significant:
* Mr. Van Praag: Gezien de kwalificatie "Joodsch-marxist" door de NSB, betreft dit waarschijnlijk een Joodse ambtenaar. Voor Joodse ambtenaren zoals hij zou de situatie na de inval in mei 1940 zeer snel precair worden door de ariërverklaring en de daaropvolgende ontslagen.
* Het Nationale Dagblad: Dit was een fel antisemitisch dagblad dat vaak individuele ambtenaren of politici "aan de schandpaal" nagelde om het democratische bestel te ondermijnen.

Deze brief illustreert hoe de rechtsstaat in februari 1940 nog trachtte te functioneren tegenover politieke intimidatie, door laster via de officiële juridische weg te bestrijden.

Samenvatting

Deze brief vormt een formeel protest van een hooggeplaatste Amsterdamse ambtenaar (de Directeur) tegen een publicatie in Het Nationale Dagblad, het officiële orgaan van de NSB (Nationaal-Socialistische Beweging).

De kern van het conflict is een artikel waarin drie ambtenaren — Dr. Van der Laan, Mr. Van Praag en de heer Broerse — expliciet worden aangevallen. De terminologie in het krantenartikel ("Joodsch-marxisten", "terreur") is typerend voor de agressieve, antisemitische en anti-overheidspropaganda van de NSB in die tijd. De ambtenaren worden ervan beschuldigd nationaalsocialisten doelbewust te dwarsbomen op de Amsterdamse Markthallen.

De Directeur stelt voor om juridische stappen te ondernemen via het Parket (Openbaar Ministerie) op basis van artikel 262 van het Wetboek van Strafrecht (laster). Het document toont de spanning aan tussen het ambtelijk apparaat en de opkomende nationaalsocialistische beweging in Nederland, slechts drie maanden voor de Duitse inval.

Historische Context

Het document is gedateerd op 19 februari 1940, tijdens de zogenaamde "Schemeroorlog", de periode vlak voor de Duitse bezetting van Nederland (mei 1940).

De Amsterdamsche Markthallen (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat) waren van vitaal belang voor de voedselvoorziening van de stad. De wethouder voor Levensmiddelen in deze periode was de sociaaldemocraat (SDAP) Florentinus Marinus (Floor) Wibaut jr., of diens opvolger.

De genoemde namen zijn historisch significant:
* Mr. Van Praag: Gezien de kwalificatie "Joodsch-marxist" door de NSB, betreft dit waarschijnlijk een Joodse ambtenaar. Voor Joodse ambtenaren zoals hij zou de situatie na de inval in mei 1940 zeer snel precair worden door de ariërverklaring en de daaropvolgende ontslagen.
* Het Nationale Dagblad: Dit was een fel antisemitisch dagblad dat vaak individuele ambtenaren of politici "aan de schandpaal" nagelde om het democratische bestel te ondermijnen.

Deze brief illustreert hoe de rechtsstaat in februari 1940 nog trachtte te functioneren tegenover politieke intimidatie, door laster via de officiële juridische weg te bestrijden.

Gerelateerde Documenten 6