Archief 745
Inventaris 745-326
Pagina 162
Dossier 2A
Jaar 1940
Stadsarchief

Archiefdocument

Vrijdag 12 Januari 1940.

Origineel

Vrijdag 12 Januari 1940. ### [PAGINA 1 - LINKS]

CENTRAAL ORGAAN. Vrijdag 12 Januari 1940.

BOND VAN KLEINHANDELAREN IN AARDAPPELEN, GROENTEN EN FRUIT IN NEDERLAND.
SECR.

Het wordt er niet beter op.

Nu de vorst-periode aanhoudt, wordt het er niet beter op voor den handel. Velen hebben gehoopt zich zonder eenige hulp en steun staande te houden. Het is ook gelukt, al ging dit gepaard met het brengen van groote offers. Soberheid werd in alles betracht en hierdoor was het mogelijk, dat vele kleine zakenmenschen zich nog konden handhaven. Nu echter de vorstperiode aanhoudt, de verschillende producten duur worden, de hoeveelheid de versche groenten en de verkoop van het fruit gestadig afneemt, openbaren zich weer moeilijkheden, waarvan duizenden gehoopt hadden verschoond te blijven. Het is betreurenswaardig, dat die moeilijkheden elk jaar weer terugkomen.

Hieruit blijkt, dat de positie van den kleinen zelfstandige verre van rooskleurig is. Men mag dit toeschrijven aan de tijdsomstandigheden en natuurlijk zijn die van invloed. Toch is er veel in ons bedrijfsleven, dat verschijnselen van een chronische ziekte vertoont. [...] Mogelijkheden om deze chronische ziekten met succes te bestrijden zijn er wel, doch de toepassing daarvan stuit uit op een gebrek aan drijfleeven andere eischen. En nu mag men een vrijheidsideaalst zijn en van de veronderstelling uitgaan, dat een ieder op zich zelf is aangewezen en indien men niet in staat is voor zich zelf te zorgen, zelfs niet met den besten wil, dat dezulken dan maar moeten worden opgenomen in de steunregeling, of gedoemd worden tot armlastigen, wij zijn van meening, dat een dergelijke stelregel zeer deprimeerend werkt op onzen volksgeest en dat daardoor het maatschappelijk leven ontredderd wordt.

[...] Alles brak dikwijls bij de handen af. Zij, die hierin hun heil gezocht hebben om door hun actie de pogingen te doen mislukken en zij, die door hun laksch en slap optreden de zaak verloren lieten gaan, hebben medegewerkt aan dezen toestand. De kansen werden niet benut, toen zij er waren, en uit dien hoofde zou men moeten concludeeren, dat alle hoop op beter ijdel is. Doch zoo is het niet. Natuurlijk ontveinzen wij ons de moeilijkheden, welke overwonnen moeten worden, niet. Evenmin vleien wij ons met de hoop, dat het een gemakkelijke taak zal zijn, te meer waar wij te doen hebben met een teleurgestelde groep en met een over het algemeen verarmde groep kleine zakenlieden.


[PAGINA 2 - RECHTS]

Vrijdag 12 Januari 1940. CENTRAAL ORGAAN. 9

Wat is de oorzaak, dat vele kleine zelfstandigen verarmen?

Laten wij in het nieuwe jaar beginnen deze vraag althans naar onze zienswijze te beantwoorden. Natuurlijk behoeft een ieder het niet met ons eens te zijn, doch indien hij zijn zakenleven toetst aan onze inzichten, dan hooren wij misschien later wel of wij de plank ver mis waren.
In de eerste plaats eischt het zakenleven andere methoden dan vroeger. Practisch vast te willen houden aan verouderde toestanden zal in de toekomst onbevredigende resultaten opleveren. Doen wij er wel ouderwetsche methodes, welke voor het heden niet meer bruikbaar zijn? Wij bedoelen hiermede de activiteit, waarmee de handel van vroeger bezield was. Deze te behouden is wel mee een van de eerste vereischten. In de tweede plaats het verder willen springen dan de polsstok lang is. Dit is een oud gezegde, en indien men het zooals het in onzen tijd in vele gevallen geschiedt toch doet, dan zijn de uitkomsten dikwijls teleurstellend.

[...] Nu spreken we nog niet eens van het algemeen belang van organisatie, maar daar komt onze propagandacommissie wel over spreken, als U de adressen maar opgeeft. Hebben wij met deze kleine slipper niet kwalijk, maar als organisatieman, kan je het niet goed zetten, dat er nog menschen aan den kant staan. Maar afgesproken, we zullen ze door te wijzen op onzen moed en algemeen bond, overtuigen en als lid inschrijven.

En nu: op naar „De Leeuwerik" tot Dinsdagavond! Het bestuur wenscht U een gezellige avond en een reuze prijs.
W. Huijboom, Secretaris „Onderling Belang"

Uit de Afdeelingen.

Afd. Haarlem.
Gezien het algemeen gebruik, om het nieuwe jaar met goede dingen te beginnen, wil ook „Onderling Belang" niet achterblijven, dus werd besloten een feestavond om fraaie prijzen te houden op Dinsdag 16 Januari om 8 uur 15, in Hotel „De Leeuwerik", Kruisstr. [...] Een gezellig strikje is aanwezig, zoodat er gelegenheid bestaat voor een dansje. Zorgt U dus voor een fraaie feeststemming en het wordt een knalavond.
Secr.

Afd. Den Haag.
Hier even op terugkomen is zeker geen overdaad. Zeker, het vereenigingswerk is vlot en aangenaam verloopen en veel arbeid is er weer verricht. Doch dit bleek slechts mogelijk door een algemeene en prettige medewerking van en samenwerking in het bestuur. [...] En nu worden medewerkers gevraagd voor 1940!
Wijnman.

'k Wensch goede zaken!
D' eerste week van Januari
Bracht Nederlanders op de schaats,
Men zag ze rijden, zwieren, sprinten
Van d' een al naar de and're plaats.
De jeugd, die heeft er van genoten,
't Was net vacantie, wat 'n jool,
Maar Mammie keek met booze blikken
Wanneer ze vroeg naar boerenkool.
O groenman, wat 'n hooge prijzen,
Geef ons maar liever braven prei
Al voor vandaag en dan voor morgen
Een knol en bosjes selderij.
Mevrouwtje, neemt U mij niet kwalijk,
Maar dit is alles aan den prijs.
Zeg, groenman, geeft U dan maar spruitjes.
Zoo duur? Dat vind ik toch wel grijs.
En 't eind van 't lied was voor den groenman:
Vandaag een raap en morgen biet.
Je pakt je wagen en gaat verder,
— O groenman, zeg, vandaag maar niet.
Je kop omhoog! Geen moed verloren!
Dit maak je allen wel eens mee,
Er zijn ook nog wel goede klanten,
Die het begrijpen, zijn tevrée.
[...] Dus groenlui, heb je het begrepen,
Is er de kans, neemt die dan waar!
Want zonder winst kan je niet leven,
'k Wensch U goede zaken in dit jaar.
WIJNGAARDEN.

--- De tekst in dit Centraal Orgaan biedt een indringend beeld van de precaire sociaaleconomische positie van de Nederlandse 'kleine luyden' (de middenstanders) aan de vooravond van de Duitse bezetting.

  1. Economische Malaise: Het hoofdartikel "Het wordt er niet beter op" schetst een somber beeld van verarming. De aanhoudende strenge vorst wordt genoemd als directe oorzaak voor de stijgende prijzen en de schaarste aan verse groenten, wat de marges van de kleine handelaren onder druk zet.
  2. Modernisering vs. Traditie: In het artikel "Wat is de oorzaak..." wordt zelfreflectie gevraagd. De auteur bekritiseert handelaren die vasthouden aan verouderde methoden en niet effectief georganiseerd zijn. Er is een duidelijke spanning zichtbaar tussen de traditionele werkwijze en de noodzaak tot modernisering om te overleven.
  3. Moraliteit en Mentaliteit: De toon is paternalistisch en vermanend, maar ook aanmoedigend. Men waarschuwt tegen "indifferentisme" (onverschilligheid) en roept op tot eenheid binnen de Bond. De middenstandsmentaliteit van zelfhulp en afkeer van staatssteun ("armelasten") komt sterk naar voren.
  4. Sociale Functie: Naast de zakelijke ernst tonen de afdelingsverslagen en het gedicht van Wijngaarden de behoefte aan sociale cohesie. Feestavonden en humoristische verzen dienen als morele steun in financieel zware tijden.

--- Dit document dateert van 12 januari 1940, een cruciaal historisch moment. Nederland bevond zich in de periode van de Mobilisatie en de zogenaamde Schemeroorlog (Phoney War). Hoewel Nederland nog neutraal was, was de economie al zwaar ontregeld door de oorlogsdreiging in Europa, handelsbelemmeringen en de afwezigheid van gemobiliseerde mannen.

Bovendien was de winter van 1939-1940 een van de strengste van de 20e eeuw. Dit verklaart de prominente aandacht voor de "vorst-periode" in het blad. Voor aardappel- en groentehandelaren betekende bevroren grond en bevroren transportwegen een acute bedreiging voor hun nering.

De "Bond van Kleinhandelaren" probeerde in deze instabiele periode de versnipperde groep zelfstandigen te verenigen. Het document getuigt van de angst voor sociale declassering die breed leefde onder de middenstand, slechts vier maanden voordat de Duitse inval in mei 1940 de situatie drastisch zou veranderen. W. Huijboom

Samenvatting

De tekst in dit Centraal Orgaan biedt een indringend beeld van de precaire sociaaleconomische positie van de Nederlandse 'kleine luyden' (de middenstanders) aan de vooravond van de Duitse bezetting.

  1. Economische Malaise: Het hoofdartikel "Het wordt er niet beter op" schetst een somber beeld van verarming. De aanhoudende strenge vorst wordt genoemd als directe oorzaak voor de stijgende prijzen en de schaarste aan verse groenten, wat de marges van de kleine handelaren onder druk zet.
  2. Modernisering vs. Traditie: In het artikel "Wat is de oorzaak..." wordt zelfreflectie gevraagd. De auteur bekritiseert handelaren die vasthouden aan verouderde methoden en niet effectief georganiseerd zijn. Er is een duidelijke spanning zichtbaar tussen de traditionele werkwijze en de noodzaak tot modernisering om te overleven.
  3. Moraliteit en Mentaliteit: De toon is paternalistisch en vermanend, maar ook aanmoedigend. Men waarschuwt tegen "indifferentisme" (onverschilligheid) en roept op tot eenheid binnen de Bond. De middenstandsmentaliteit van zelfhulp en afkeer van staatssteun ("armelasten") komt sterk naar voren.
  4. Sociale Functie: Naast de zakelijke ernst tonen de afdelingsverslagen en het gedicht van Wijngaarden de behoefte aan sociale cohesie. Feestavonden en humoristische verzen dienen als morele steun in financieel zware tijden.

Historische Context

Dit document dateert van 12 januari 1940, een cruciaal historisch moment. Nederland bevond zich in de periode van de Mobilisatie en de zogenaamde Schemeroorlog (Phoney War). Hoewel Nederland nog neutraal was, was de economie al zwaar ontregeld door de oorlogsdreiging in Europa, handelsbelemmeringen en de afwezigheid van gemobiliseerde mannen.

Bovendien was de winter van 1939-1940 een van de strengste van de 20e eeuw. Dit verklaart de prominente aandacht voor de "vorst-periode" in het blad. Voor aardappel- en groentehandelaren betekende bevroren grond en bevroren transportwegen een acute bedreiging voor hun nering.

De "Bond van Kleinhandelaren" probeerde in deze instabiele periode de versnipperde groep zelfstandigen te verenigen. Het document getuigt van de angst voor sociale declassering die breed leefde onder de middenstand, slechts vier maanden voordat de Duitse inval in mei 1940 de situatie drastisch zou veranderen.

Genoemde Personen 1

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Kool A.G.F. (Groenten): Sla Huishoudelijk: Pan Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Lever Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Gerelateerde Documenten 6