Archiefdocument
Origineel
De onderstaande transcriptie volgt de tekstuele structuur van de twee pagina's. Vanwege de omvang van de tabellen zijn de koppen en de totalen getranscribeerd.
[Pagina 40]
40
IV. De tuinbouw. Horticulture.
18. Aantal en oppervlakte der bedrijven van de groenteteelt en de bloemisterij in de onderscheiden grootteklassen naar eigen en gepacht land, in vergelijking met 1921.
Nombre et superficie des entreprises de culture maraîchère et d’horticulture de différente étendue, d'après les terres possédées en propre ou prises à ferme, en comparaison avec le recensement de 1921.
Absolute cijfers. Chiffres absolus.
Groenteteelt. Culture maraîchère.
| Aantal. Nombre. | Jaren Années | 0.05 - 0.25 H.A. | ... | 5 — en daarboven et de plus | Totaal Totaux |
|---|---|---|---|---|---|
| Eigen. | 1930 | 3 | ... | 1 | 143 |
| Gepacht | 1930 | 4 | ... | 2 | 149 |
| Totaal Totaux | 1930 | 7 | ... | 3 | 292 |
| 1921 | 4 | ... | 3 | 103 |
Oppervlakte. Superficie.
| Oppervlakte. Superficie. | Jaren Années | 0.05 - 0.25 H.A. | ... | 5 — en daarboven et de plus | Totaal Totaux |
| :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- |
| Eigen. | 1930 | 0.25 | ... | — | 158.56 1/2 |
| Gepacht | 1930 | 0.47 1/4 | ... | 11.20 | 169.98 |
| Totaal Totaux | 1930 | 0.72 1/4 | ... | 11.20 | 328.54 1/2 |
| | 1921 | — | ... | 15.— | 156.57 |
Bloemisterij. Floriculture.
(Tabel volgt vergelijkbare structuur voor Aantal en Oppervlakte)
* Totaal Aantal 1930: 18
* Totaal Oppervlakte 1930: 12.71 1/4
Percentages. Pourcentages.
Groenteteelt. Culture maraîchère.
* Aantal Nombre 1930: 51.0% (Gepacht in % van totaal van elke klasse)
* Oppervlakte Superficie 1930: 51.7%
[Pagina 41]
41
19. Aantal M². glas en aantal werktuigen in de onderscheiden grootteklassen.
Superficie de vitres et nombre de machines dans les entreprises de différente étendue.
Glas in M² 1). Vitres en M².
Groenteteelt. Culture maraîchère.
* Plat A plat (Onverwarmd staand): 1354552 1/4 (Totaal)
* Verwarmd staand: 5887 1/4 (Totaal)
Bloemisterij. Floriculture.
* Plat A plat: 1300 (Totaal)
* Verwarmd staand: 7824 (Totaal)
Werktuigen. Machines.
* Handzaaimachines: 553 3) 4) (Totaal)
20. De in de onderscheiden grootteklassen in de groenteteelt werkzame personen naar geslacht, leeftijd en positie in het bedrijf.
Les personnes occupées dans les entreprises de différente étendue, d'après l'âge, le sexe et la position dans l’entreprise.
(Deze tabel is onderverdeeld in: Bedrijfshoofden, Medewerkende gezinsleden, Vaste arbeiders, Losse arbeiders)
Totaal Totaux:
* M. H. (Mannen/Hommes): 717
* Vr. F. (Vrouwen/Femmes): 25
* Samen Ensemble: 742 * Toename in Schaal: Uit de vergelijking tussen 1921 en 1930 (Tabel 18) blijkt een aanzienlijke groei in zowel het aantal bedrijven als de totale oppervlakte voor de groenteteelt. Het totaal aantal bedrijven steeg van 103 naar 292.
* Grondgebruik: Er is een opvallende balans tussen eigen grond en gepachte grond in de groenteteelt (ongeveer 51% gepacht).
* Intensivering: Tabel 19 toont een zeer grote oppervlakte aan "plat glas" (onverwarmd), wat wijst op de opkomst van de vroege teelt onder glas (bijv. platglasramen of eenruiters).
* Arbeid: Tabel 20 laat zien dat de groenteteelt in 1930 een mannenwereld was (717 mannen tegenover 25 vrouwen). Een groot deel van de arbeidskracht bestond uit bedrijfshoofden en hun gezinsleden, hoewel vaste arbeiders ook een significante groep vormden (163 mannen boven de 21 jaar).
* Mechanisatie: Het lage aantal handzaaimachines (553 over alle klassen) suggereert dat veel werk nog handmatig gebeurde, passend bij de kleinschalige aard van veel tuinbouwbedrijven (veel bedrijven in de klassen onder de 1.50 H.A.). Deze documenten maken deel uit van de periode van professionalisering van de Nederlandse land- en tuinbouw in het interbellum. Na de Eerste Wereldoorlog nam de export van tuinbouwproducten naar Duitsland en Engeland toe, wat leidde tot een behoefte aan nauwkeurige statistieken om het economisch beleid te ondersteunen. De tweetaligheid (Nederlands-Frans) was indertijd de standaard voor officiële statistische publicaties van het CBS, bedoeld voor internationale uitwisseling en vergelijking. De data weerspiegelen de transitie van gemengde kleinschalige landbouw naar gespecialiseerde tuinbouw, die later de ruggengraat van de Nederlandse agrarische export zou worden.