Archief 745
Inventaris 745-327
Pagina 94
Dossier 2A
Jaar 1940
Stadsarchief

Archiefdocument

Origineel

[Pagina 42]

42

V. De gemengde bedrijven. Entreprises mixtes.

21. Aantal en oppervlakte der bedrijven in de onderscheiden grootteklassen naar eigen en gepacht land en naar den aard der gronden in gebruik, in vergelijking mei 1921.
Nombre et superficie des entreprises de différente étendue, d'après les terres possédées en propre ou prises à ferme et d'après la nature des terres en culture, en comparaison avec le recensement de 1921.

Jaren Années Beneden Moins de 1 H.A. 1—5 H.A. 5—10 H.A. 10—20 H.A. 20—30 H.A. 30—40 H.A. 40—50 H.A. 50—60 H.A. 60—70 H.A. 70 H.A. en meer et plus Totaal Totaux
Akkerbouw-veehouderij. Labourage-élevage.
Aantal. Nombre.
Eigen.................. { 1930 1 2 1 1 1 7
Terres en propre { 1921 1 1 1 1 1 6
Gepacht............... { 1930 1 1 1 1 1 1 1 7
T. prises à ferme { 1921 2 3 1 1 8
waaronder van ouders { 1930 1 1
dont de parents { 1921 1 1 2
Totaal Totaux......... { 1930 1 1 1 2 2 2 2 1 11
{ 1921 2 5 2 2 1 1 15
Oppervlakte in H.A.
Superficie en H.A.
Bouwland ............ { 1930 2.50 6.50 31.25 22.50 36.— 98.75
Terres arables { 1921 8.— 50.— 20.50 27.— 75.50 45.25 60.— 286.25
Blijvend grasland..... { 1930 2.— 6.25 9.25 24.— 18.— 34.13 93.63
Prairies perman. { 1921 0.50 16.— 66.— 49.50 21.— 29.— 20.— 13.— 215.—
Tuingrond.............. { 1930 1.— 1.—
Terres maraichères { 1921 0.30 5.— 5.30
Totaal Totaux......... { 1930 3.— 8.75 15.75 55.25 40.50 70.13 193.38
{ 1921 0.80 29.— 116.— 70.— 48.— 104.50 65.25 73.— 506.55
waarvan: dont:
eigen.................... { 1930 6.50 17.— 26.— 49.50
terres en propre { 1921 0.30 38.— 38.— 48.— 50.50 55.25 65.— 295.05
gepacht.................. { 1930 3.— 8.75 9.25 38.25 40.50 44.13 143.88
t. prises à ferme { 1921 0.50 29.— 78.— 32.— 54.— 10.— 8.— 211.50
waaronder van ouders { 1930 2.50 22.50 25.—
dont de parents { 1921 18.— 15.— 33.—
Akkerbouw-bollenteelt. Labourage-culture de bulbes à fleurs.
Aantal. Nombre.
Eigen.................. 1930
Terres en propre
Gepacht............... 1930
T. prises à ferme
waaronder van ouders 1930
dont de parents
Totaal Totaux......... 1930
Oppervlakte in H.A.
Superficie en H.A.
Bouwland ............ 1930
Terres arables
Tuingrond.............. 1930
Terres maraichères
Totaal Totaux......... 1930
waarvan: dont:
eigen.................... 1930
terres en propre
gepacht.................. 1930
t. prises à ferme
waaronder van ouders 1930
dont de parents

[Pagina 43]

43

22. De veestapel in de onderscheiden grootteklassen, in vergelijking met 1921.
Le cheptel dans les entreprises de différente étendue, en comparaison de 1921.

Jaren Années Beneden Moins de 1 H.A. 1—5 H.A. 5—10 H.A. 10—20 H.A. 20—30 H.A. 30—40 H.A. 40—50 H.A. 50—60 H.A. 60—70 H.A. 70 H.A. en meer et plus Totaal Totaux
Akkerbouw-veehouderij. Laborage-élevage.
Aantal bedrijven..... { 1930 1¹) 1 1 2 1 1 7¹)
Nombre des entrepr. { 1921 1¹) 1 2¹) 5 2 2 1 1 15²)
Oppervlakte in H.A. { 1930 3.— 8.75 15.75 55.25 40.50 70.13 193.38
Superficie en H.A. { 1921 0.80 29.— 116.— 70.— 48.— 104.50 65.25 73.— 506.55
Paarden beneden 3 jaar 1930 3 3 2 6 6 2 22
Chevaux — 3 ans 1921 1 1
Paarden boven 3 jaar... 1930 1 10 6 3 20
Chevaux de 3 ans — 1921 3 2 16 7 7 16 9 13 73
Runderen. Bovins.
Springstieren ........ { 1930 1 1 2
Taureaux reprod. { 1921 4 2 1 7
Melk- en kalfkoeien { 1930 3 6 15 53 1 47 125
Vaches laitières et { 1921 1 15 108 54 24 14 13 1 230
vaches pleines 1930 15 15
Mestkalveren ........ { 1921
Veaux à l'engrais 1930 55 55
Ander Mestvee ...... { 1921 9 3 12
Autres espèces de
bétail à l'engrais 1930 2 8 10
Jongvee boven 1 jaar { 1921 15 7 1 11 14 48
Elèves au-dessus de 1 an 1930 3 2 5
Jongvee beneden 1 j. { 1921 5 2 14 4 15 4 1 45
Elèves au-dessous de 1 an
Totaal runderen. { 1930 5 9 17 69 56 56 212
N. tot. d. bovins { 1921 6 17 141 67 50 32 27 2 342
Schapen Brebis ......... { 1930 21 15 20 41
{ 1921 12 60 40 3 15 130
Bokken en geiten ...... { 1930 3 3
Boucs et chèvres { 1921 1 1
Varkens Porcs ............ { 1930 10 10 20
{ 1921 11 10 14 28 12 10 6 120 211
Kippen Poules ........... { 1930 8 17 20 62 68 13 188
{ 1921 40 53 86 95 20 113 30 10 447
Eenden. Canards ....... 1930 100 100
Akkerbouw-bollenteelt. Labourage-culture de bulbes à fleurs.
Aantal bedrijven..... 1930
Nombre des entrepr.
Oppervlakte in H.A. 1930
Superficie en H.A.
Paarden boven 3 jaar... 1930
Chevaux de 3 ans —
Runderen. Bovins.
Melk- en kalfkoeien 1930
Vaches laitières et
vaches pleines
Ander rundvee ...... 1930
Autres
Samen. Ensemble. 1930
Bokken en geiten ...... 1930
Boucs et chèvres
Varkens. Cochons ...... 1930
Kippen. Poules ......... 1930

¹) Hieronder 1 tuinbouw-veeteelt-bedrijf.
²) Hieronder 2 tuinbouw-veeteelt-bedrijven. * Structuur: Het document bevat twee gedetailleerde statistische tabellen die gemengde landbouwbedrijven categoriseren op basis van hun grootte (in hectaren). Er wordt een expliciet onderscheid gemaakt tussen twee typen gemengde bedrijven: 'Akkerbouw-veehouderij' en 'Akkerbouw-bollenteelt'.
* Vergelijking: De data vergelijkt de situatie van 1930 met die van de census van 1921. Opvallend is de afname van het aantal bedrijven in de categorie 'Akkerbouw-veehouderij' (van 15 naar 11) en de daarmee gepaard gaande daling in totale oppervlakte.
* Grondgebruik: De tabellen specificeren het gebruik van de grond (bouwland, blijvend grasland en tuingrond) en het eigendom (eigen vs. gepacht). Een aanzienlijk deel van de grond bij bollenteeltbedrijven blijkt gepacht te zijn, vaak van de ouders.
* Veestapel: Tabel 22 toont een diversiteit aan vee, variërend van paarden en runderen tot pluimvee. Bij de bollenteeltbedrijven (een gespecialiseerde vorm van gemengd bedrijf) is de veestapel aanzienlijk kleiner en meer geconcentreerd in specifieke grootteklassen (20-70 H.A.) dan bij de algemene akkerbouw-veehouderij. Dit document is representatief voor de landbouwstatistiek in Nederland tijdens het interbellum. De vroege 20e eeuw was een periode waarin de overheid begon met het systematisch vastleggen van agrarische productiemiddelen om beleid te kunnen maken.

De tweetaligheid (Nederlands en Frans) was destijds de standaard voor officiële statistische publicaties van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), zodat de gegevens internationaal vergelijkbaar en leesbaar waren voor diplomaten en wetenschappers. De tabel weerspiegelt de transitie in de Nederlandse landbouw: de opkomst van gespecialiseerde sectoren zoals de bollenteelt, die gecombineerd werd met traditionele akkerbouw, en de geleidelijke verschuiving in bedrijfsgrootte en mechanisatie (gesuggereerd door het aantal paarden als voornaamste trekkracht). V. De

Samenvatting

  • Structuur: Het document bevat twee gedetailleerde statistische tabellen die gemengde landbouwbedrijven categoriseren op basis van hun grootte (in hectaren). Er wordt een expliciet onderscheid gemaakt tussen twee typen gemengde bedrijven: 'Akkerbouw-veehouderij' en 'Akkerbouw-bollenteelt'.
  • Vergelijking: De data vergelijkt de situatie van 1930 met die van de census van 1921. Opvallend is de afname van het aantal bedrijven in de categorie 'Akkerbouw-veehouderij' (van 15 naar 11) en de daarmee gepaard gaande daling in totale oppervlakte.
  • Grondgebruik: De tabellen specificeren het gebruik van de grond (bouwland, blijvend grasland en tuingrond) en het eigendom (eigen vs. gepacht). Een aanzienlijk deel van de grond bij bollenteeltbedrijven blijkt gepacht te zijn, vaak van de ouders.
  • Veestapel: Tabel 22 toont een diversiteit aan vee, variërend van paarden en runderen tot pluimvee. Bij de bollenteeltbedrijven (een gespecialiseerde vorm van gemengd bedrijf) is de veestapel aanzienlijk kleiner en meer geconcentreerd in specifieke grootteklassen (20-70 H.A.) dan bij de algemene akkerbouw-veehouderij.

Historische Context

Dit document is representatief voor de landbouwstatistiek in Nederland tijdens het interbellum. De vroege 20e eeuw was een periode waarin de overheid begon met het systematisch vastleggen van agrarische productiemiddelen om beleid te kunnen maken.

De tweetaligheid (Nederlands en Frans) was destijds de standaard voor officiële statistische publicaties van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), zodat de gegevens internationaal vergelijkbaar en leesbaar waren voor diplomaten en wetenschappers. De tabel weerspiegelt de transitie in de Nederlandse landbouw: de opkomst van gespecialiseerde sectoren zoals de bollenteelt, die gecombineerd werd met traditionele akkerbouw, en de geleidelijke verschuiving in bedrijfsgrootte en mechanisatie (gesuggereerd door het aantal paarden als voornaamste trekkracht).

Genoemde Personen 1

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Dieren: Kippen Tuin & Plant: Bollen Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Kip Vleeswaren: Rund Vleeswaren: Varken Vleeswaren: Vlees Zuivel & Eieren: Eieren Zuivel & Eieren: Melk Zuivel & Eieren: Zuivel

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Kooplieden in dit dossier 100

Aantal *Nombre* 100.—
Aantal *Nombre* 89.7
Aantal Nombre
Aantal Nombre
Aantal Nombre
A. Kooy Pzn.
Alle bedrijven samen¹).. *Ensemble* — 1,2
S. Montezinos *Ensemble.*
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* — 2,0
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 868,5
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 4,35
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 100
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* ..... 25,1
Alle bedrijven te zamen. *Ensemble* 1,17
Alle bedr. te zamen + 109,9
Vriens. 38,9
Amsterdammerpolder, Groote IJ-, Overbraker Binnen- en Buiten-, Spieringhorner Binnen- en Buitenpolder 32 (306.49 ha)
Ander mestvee 80.879
Ander rundvee......... 100
Alle 100 kooplieden →