Statistische tabellen, waarschijnlijk afkomstig uit een officiële publicatie van een landbouwtelling (bijvoorbeeld door het Centraal Bureau voor de Statistiek in Nederland).
Origineel
Statistische tabellen, waarschijnlijk afkomstig uit een officiële publicatie van een landbouwtelling (bijvoorbeeld door het Centraal Bureau voor de Statistiek in Nederland). ### [Pagina 44]
23. Het aantal der verschillende landbouwwerktuigen in eigen en in gemeenschappelijk bezit en in huur bij de onderscheiden grootteklassen.
Le nombre des machines agricoles de différente espèce en propriété, en copropriété et en location auprès des entreprises de différente étendue.
[Hoofdindeling in tabel:]
* Akkerbouw-veehouderij / Labourage-élevage
* In eigen bezit (En propriété)
* Gehuurd (En location)
* Akkerbouw-bollenteelt / Labourage-culture de bulbes à fleurs
* In eigen bezit (En propriété)
* In gemeenschappelijk bezit (En copropriété)
[Lijst van werktuigen onderaan de kolommen:]
* Graanmaaier (Moissonneuse)
* Graanmaaier-zelfbinder (Moissonneuse lieuse)
* Grasmaaier (Faucheuse)
* Karwijmaaier (Faucheuse de carvi)
* Dorschwagen (Batteuse mécanique)
* Kunstmeststrooier (Distributeur d'engrais)
* Zaaimachine (Semoir)
* Wiedmachine (Extirpateur)
* Schijfeggen (Herse à disques)
* Graanreiniger (zeeften) (Tarare à tamis)
* Graanreiniger (door wind) (Tarare à ventilateur)
* Erwtenreiniger (Nettoyeur de pois)
* Aardappelpootmachine (Charrue butteuse)
* Aardappelrooimachine (Arracheuse de pommes de terre)
* Aardappelsorteermachine (Trieuse)
* Aardappelsproeimachine (Arroseuse)
* Hooischudder (Faneuse)
* Wendmachines
* Machinale karninrichting (Baratte mécanique)
* Harkmachine (Râteau)
* Cultivator (Cultivateur)
* Aanaardmachine (Buttoir mécanique)
[Totalen rechts:]
* Totaux
* Tracteur
[Pagina 45]
24. De in de onderscheiden grootteklassen werkzame personen naar geslacht, leeftijd en positie in het bedrijf.
Les personnes occupées dans les entreprises de différente étendue, d'après l'âge, le sexe et la position dans l'entreprise.
[Kolomkoppen:]
* Grootteklasse in H.A. / Classes d'étendue en H.A.
* Geslacht / Sexe (M. H. = Mannelijk/Hommes; Vr. F. = Vrouwelijk/Femmes)
* Bedrijfshoofden / Chefs
* Medewerkende gezinsleden / Membres de famille
* Vaste arbeiders / Ouvriers à demeure
* Losse arbeiders / Ouvriers journaliers
* Totaal / Totaux
* Samen / Ensemble
* Onderverdeeld in: van 21 jaar en daarboven / beneden 21 jaar (21 ans et au-dessus / au-dessous de 21 ans).
[Rijen / Grootteklassen:]
* 1—5, 5—10, 10—20, 20—30, 40—50, 70 en meer.
--- * Structuur: De documenten tonen een zeer gedetailleerde kwantitatieve benadering van de landbouw. Er wordt een strikt onderscheid gemaakt tussen 'Akkerbouw-veehouderij' en de meer gespecialiseerde 'Akkerbouw-bollenteelt'.
* Mechanisatie: Tabel 23 weerspiegelt een overgangsperiode. Hoewel er een aparte kolom is voor 'Tracteur', is de lijst van werktuigen zeer specifiek voor handmatige of door paarden getrokken werktuigen (zoals de 'karwijmaaier'). De aanwezigheid van 'machinale karninrichtingen' wijst op de verwerking van zuivel op het eigen bedrijf.
* Arbeidsverhoudingen: Tabel 24 laat zien dat het boerenbedrijf destijds sterk leunde op gezinsarbeid, vooral in de kleinere klassen. De inzet van 'vaste' versus 'losse' arbeiders neemt toe bij grotere bedrijven (bijv. in de klasse 20-30 H.A. bij de akkerbouw-veehouderij zie men 7½ vaste arbeiders tegenover 12 losse arbeiders).
* Demografie: Er is een duidelijke genderverdeling zichtbaar. Vrouwen ('Vr. F.') zijn voornamelijk werkzaam als medewerkend gezinslid en zelden als bedrijfshoofd of vaste arbeider, behalve in de bollenteelt waar de inzet van vrouwen als losse arbeider vaker voorkomt.
--- Deze pagina's maken deel uit van een grootschalige statistische inventarisatie van de Nederlandse landbouw, waarschijnlijk een publicatie naar aanleiding van de landbouwtelling van 1921 of 1930. Het gebruik van het Frans als tweede taal was in die tijd gebruikelijk voor officiële statistieken om internationale vergelijking mogelijk te maken (onder auspiciën van het Internationaal Landbouwinstituut in Rome).
De focus op 'Akkerbouw-bollenteelt' is specifiek voor de Nederlandse context (de Bollenstreek), waar de bedrijfsvoering en arbeidsbehoefte wezenlijk verschilden van de reguliere mengbedrijven. De getoonde data bieden een uniek inzicht in de schaalvergroting en de beginnende mechanisatie van de agrarische sector in het interbellum.