Archief 745
Inventaris 745-327
Pagina 142
Dossier 4
Jaar 1940
Stadsarchief

Handgeschreven verslag/notitie van een bespreking.

20 maart 1940 (met referentie naar een plan van 12 februari 1940).

Origineel

Handgeschreven verslag/notitie van een bespreking. 20 maart 1940 (met referentie naar een plan van 12 februari 1940). Plan Tuindersstichting

Bespreking op 20 Maart 1940 met
Ir. Inckel naar aanleiding plan 12 Feb. 40
Tuinders stichting

De kosten ad f 8500.- te hoog (per HA)
meen geraamd f 5000.- terwijl later was
aangenomen dat deze kosten nog wel zouden
kunnen dalen.

Plan is berekend op uitgifte gronden
over 10 jaar. Kan deze termijn korter
worden gesteld dan zullen uiteraard
kosten dalen.

Ir. Inckel stelt mij schema berekening
ter hand – alles is rente op rente berekend
ook de grond die reeds in bezit gemeente
is, is vanaf datum verkrijging opgerent.

In het plan is ± f 52000.- opgenomen voor
bruggen om de kamps met de wegen te
verbinden. Deze post behoort naar ook
Ir. Inckel meent niet tot algemeene kosten
van aanleg, maar tot die van inrichting
der tuinderijen.

Uitvoering in werkverschaffing: De
heer Inckel zegt dat blijkens ervaring de
kosten van uitvoering van werken niet
goedkooper komen indien deze in
werkverschaffing worden uitgevoerd. In dit document worden de financiële bezwaren en technische details besproken van een plan voor een "Tuindersstichting". De kernpunten zijn:

  1. Kosten per hectare: Er is een aanzienlijk verschil tussen de geraamde kosten (f 8500,- per hectare) en de oorspronkelijke verwachting (f 5000,-). Men hoopt dat deze kosten door efficiëntie nog kunnen dalen.
  2. Tijdsplanning: Het plan gaat uit van een uitgifte van gronden over een periode van 10 jaar. Er wordt gesuggereerd dat een snellere uitgifte de rentelasten en daarmee de totale kosten zou drukken.
  3. Renteberekening: Ir. Inckel hanteert een strikte boekhoudkundige methode waarbij "rente op rente" (samengestelde interest) wordt berekend, zelfs over gronden die de gemeente al in bezit heeft.
  4. Kostenpost Bruggen: Een bedrag van circa 52.000 gulden voor bruggen wordt geherclassificeerd. In plaats van algemene aanlegkosten worden deze gezien als specifieke inrichtingskosten voor de individuele tuinderijen.
  5. Werkverschaffing: Er wordt expliciet opgemerkt dat het inzetten van werklozen (werkverschaffing) niet leidt tot lagere kosten voor het project, wat een interessant licht werpt op de economische realiteit van dergelijke projecten in die tijd. Het document dateert van 20 maart 1940, slechts twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. In deze periode was er in Nederland veel aandacht voor landontginning en de structurering van de land- en tuinbouw (denk aan de Wieringermeer en de voorbereidingen voor de Noordoostpolder).

Ir. J.E. Inckel was een prominente figuur in de waterstaat en polderontwikkeling. De "Tuindersstichting" wijst op een sociaal-economisch project om tuindersbedrijven op planmatige wijze te vestigen. De discussie over "werkverschaffing" is typerend voor de late jaren '30 en begin 1940; de overheid probeerde grote publieke werken te gebruiken om de werkloosheid te bestrijden, maar zoals de notitie aangeeft, was dit vanuit bedrijfseconomisch oogpunt niet altijd de meest voordelige methode door de lagere arbeidsproductiviteit of hogere begeleidingskosten.

Samenvatting

In dit document worden de financiële bezwaren en technische details besproken van een plan voor een "Tuindersstichting". De kernpunten zijn:

  1. Kosten per hectare: Er is een aanzienlijk verschil tussen de geraamde kosten (f 8500,- per hectare) en de oorspronkelijke verwachting (f 5000,-). Men hoopt dat deze kosten door efficiëntie nog kunnen dalen.
  2. Tijdsplanning: Het plan gaat uit van een uitgifte van gronden over een periode van 10 jaar. Er wordt gesuggereerd dat een snellere uitgifte de rentelasten en daarmee de totale kosten zou drukken.
  3. Renteberekening: Ir. Inckel hanteert een strikte boekhoudkundige methode waarbij "rente op rente" (samengestelde interest) wordt berekend, zelfs over gronden die de gemeente al in bezit heeft.
  4. Kostenpost Bruggen: Een bedrag van circa 52.000 gulden voor bruggen wordt geherclassificeerd. In plaats van algemene aanlegkosten worden deze gezien als specifieke inrichtingskosten voor de individuele tuinderijen.
  5. Werkverschaffing: Er wordt expliciet opgemerkt dat het inzetten van werklozen (werkverschaffing) niet leidt tot lagere kosten voor het project, wat een interessant licht werpt op de economische realiteit van dergelijke projecten in die tijd.

Historische Context

Het document dateert van 20 maart 1940, slechts twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. In deze periode was er in Nederland veel aandacht voor landontginning en de structurering van de land- en tuinbouw (denk aan de Wieringermeer en de voorbereidingen voor de Noordoostpolder).

Ir. J.E. Inckel was een prominente figuur in de waterstaat en polderontwikkeling. De "Tuindersstichting" wijst op een sociaal-economisch project om tuindersbedrijven op planmatige wijze te vestigen. De discussie over "werkverschaffing" is typerend voor de late jaren '30 en begin 1940; de overheid probeerde grote publieke werken te gebruiken om de werkloosheid te bestrijden, maar zoals de notitie aangeeft, was dit vanuit bedrijfseconomisch oogpunt niet altijd de meest voordelige methode door de lagere arbeidsproductiviteit of hogere begeleidingskosten.

Kooplieden in dit dossier 100

Aantal *Nombre* 100.—
Aantal *Nombre* 89.7
Aantal Nombre
Aantal Nombre
Aantal Nombre
A. Kooy Pzn.
Alle bedrijven samen¹).. *Ensemble* — 1,2
S. Montezinos *Ensemble.*
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* — 2,0
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 868,5
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 4,35
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 100
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* ..... 25,1
Alle bedrijven te zamen. *Ensemble* 1,17
Alle bedr. te zamen + 109,9
Vriens. 38,9
Amsterdammerpolder, Groote IJ-, Overbraker Binnen- en Buiten-, Spieringhorner Binnen- en Buitenpolder 32 (306.49 ha)
Ander mestvee 80.879
Ander rundvee......... 100
Alle 100 kooplieden →