Archief 745
Inventaris 745-327
Pagina 157
Dossier 76
Jaar 1940
Stadsarchief

Notulen/verslag van een bespreking.

20 mei 1940.

Origineel

Notulen/verslag van een bespreking. 20 mei 1940. [In rood potlood bovenin:] Bespreking Ir. Inckel, Ir. Van Rossum du Chattel, Sisemo

20 mei ’40 te 2 u 30 n.m.:

Bespreking Ir. Van Rossum du Chattel,
Ir. Inckel en C. F. Sisemo ten kantore van
Ir. Inckel Stadhuis Amsterdam.

a) Ir. Van Rossum overzicht gegeven van de
plannen ter zake stichting centraal tuinbouwbedrijf.
Ir. Inckel stelt hem teekening ter hand volgens
plan behoorende bij schrijven Afd. Ing. Inckel
d.d. 12/2 ’40 Geb. 116 / Doss C 39 par Marktkanaal.

[In de marge links:] (benevens de calculatie betreffende kosten aankoop grond aan de Westrand verkaveling)

Deze teekening af Ir. Inckel gegeven om copie te laten
maken – zal weer door Ir. Inckel aan ons worden
teruggezonden.

af Ir. Van R. verder gegeven een copie van de
“Voorloopige opmerkingen in verband met het
plan tot stichting van een tuinbouwcomplex”
en afschrift concept schrijven van de Cie van
voorbereiding uit de tuinbouworganisatie
(schrijven van 19 April ’39)

Ir. Van R.: Voor stichting complex betrekkelijk
weinig arbeid noodig; indien daartoe tuinders
die thans bij de grens van Amsterdam zitten kunnen
worden verplaatst komt terrein voor bebouwing vrij, dus
meer nieuwe werkgelegenheid. Zullen deze tuinders
bereid zijn tot verplaatsing?

Ir. I.: Indien geen drang op deze menschen wordt
uitgeoefend door als alles langs normalen weg
van onteigening zal moeten gaan, zullen velen
van de tuinders-grondbezitters zoo lang mogelijk
blijven zitten. De uitkeering, welke bij onteigening
wordt toegekend zijn zeer hoog! Ir. van R. zal deze
zaak onder de oogen zien. Ter vraag of hiervoor
onteigening kan worden bespoedigd.

Ir. Van R.: Bezwaar dat veehouders van de voor het
tuinbouwplan bestemde gronden worden verdreven. Waar
moet men met de menschen naar toe? Ir. I.: bij elke
uitbreiding der stad zijn menschen van hun gronden
verdreven. Dit is een steeds doorgaand proces. In dat Het document verslaat een overleg over de ruimtelijke ordening van Amsterdam aan de vooravond van grootschalige stadsuitbreidingen. De kern van de discussie is de verschuiving van landgebruik: het verplaatsen van tuinders die nu aan de rand van de bebouwde kom zitten naar een nieuw te stichten "tuinbouwcomplex" verder weg.

Belangrijke punten in het gesprek:
1. Ruil van informatie: Er worden technische tekeningen en calculaties uitgewisseld betreffende het Marktkanaal en de Westrand-verkaveling.
2. Economisch motief: Van Rossum du Chattel voert aan dat het verplaatsen van tuinders bouwgrond vrijmaakt, wat leidt tot werkgelegenheid in de bouw.
3. Onteigening en weerstand: Ir. Inckel signaleert dat tuinders niet vrijwillig zullen vertrekken vanwege de hoge onteigeningvergoedingen die zij verwachten. Er wordt hardop nagedacht over het bespoedigen van onteigeningsprocedures.
4. Sociale impact: Er wordt kort stilgestaan bij de veehouders die op hun beurt weer door het nieuwe tuinbouwcomplex verdreven worden. Inckel reageert hierop met een zekere mate van zakelijk fatalisme: het verdrijven van mensen van hun grond is volgens hem een onvermijdelijk onderdeel van de groei van de stad. De datum van dit document is zeer opmerkelijk: 20 mei 1940. Dit is slechts vijf dagen na de Nederlandse capitulatie aan nazi-Duitsland. Het feit dat ambtenaren van de gemeente Amsterdam (Ir. Inckel) en de rijksoverheid (Ir. Van Rossum du Chattel) op dit moment alweer om de tafel zitten voor overleg over civiele stadsuitbreiding, getuigt van de snelle terugkeer naar de dagelijkse gang van zaken in de vroege dagen van de bezetting.

In deze periode werkte Amsterdam aan de uitvoering van het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) van 1934. De "Westrand" waarover gesproken wordt, verwijst naar de gebieden die later de Westelijke Tuinsteden zouden worden. De spanning tussen agrarisch gebruik (tuinbouw en veeteelt) en de noodzaak voor woningbouw was een centraal thema in de Amsterdamse planologie van de 20e eeuw. Ir. J.E. Inckel (Publieke Werken Amsterdam) Ir. J. van Rossum du Chattel (Rijkstuinbouwconsulent) C.F. Sisemo.

Samenvatting

Het document verslaat een overleg over de ruimtelijke ordening van Amsterdam aan de vooravond van grootschalige stadsuitbreidingen. De kern van de discussie is de verschuiving van landgebruik: het verplaatsen van tuinders die nu aan de rand van de bebouwde kom zitten naar een nieuw te stichten "tuinbouwcomplex" verder weg.

Belangrijke punten in het gesprek:
1. Ruil van informatie: Er worden technische tekeningen en calculaties uitgewisseld betreffende het Marktkanaal en de Westrand-verkaveling.
2. Economisch motief: Van Rossum du Chattel voert aan dat het verplaatsen van tuinders bouwgrond vrijmaakt, wat leidt tot werkgelegenheid in de bouw.
3. Onteigening en weerstand: Ir. Inckel signaleert dat tuinders niet vrijwillig zullen vertrekken vanwege de hoge onteigeningvergoedingen die zij verwachten. Er wordt hardop nagedacht over het bespoedigen van onteigeningsprocedures.
4. Sociale impact: Er wordt kort stilgestaan bij de veehouders die op hun beurt weer door het nieuwe tuinbouwcomplex verdreven worden. Inckel reageert hierop met een zekere mate van zakelijk fatalisme: het verdrijven van mensen van hun grond is volgens hem een onvermijdelijk onderdeel van de groei van de stad.

Historische Context

De datum van dit document is zeer opmerkelijk: 20 mei 1940. Dit is slechts vijf dagen na de Nederlandse capitulatie aan nazi-Duitsland. Het feit dat ambtenaren van de gemeente Amsterdam (Ir. Inckel) en de rijksoverheid (Ir. Van Rossum du Chattel) op dit moment alweer om de tafel zitten voor overleg over civiele stadsuitbreiding, getuigt van de snelle terugkeer naar de dagelijkse gang van zaken in de vroege dagen van de bezetting.

In deze periode werkte Amsterdam aan de uitvoering van het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) van 1934. De "Westrand" waarover gesproken wordt, verwijst naar de gebieden die later de Westelijke Tuinsteden zouden worden. De spanning tussen agrarisch gebruik (tuinbouw en veeteelt) en de noodzaak voor woningbouw was een centraal thema in de Amsterdamse planologie van de 20e eeuw.

Genoemde Personen 3

Locaties

Kantoor van Ir. Inckel Stadhuis Amsterdam.

Kooplieden in dit dossier 100

Aantal *Nombre* 100.—
Aantal *Nombre* 89.7
Aantal Nombre
Aantal Nombre
Aantal Nombre
A. Kooy Pzn.
Alle bedrijven samen¹).. *Ensemble* — 1,2
S. Montezinos *Ensemble.*
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* — 2,0
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 868,5
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 4,35
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 100
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* ..... 25,1
Alle bedrijven te zamen. *Ensemble* 1,17
Alle bedr. te zamen + 109,9
Vriens. 38,9
Amsterdammerpolder, Groote IJ-, Overbraker Binnen- en Buiten-, Spieringhorner Binnen- en Buitenpolder 32 (306.49 ha)
Ander mestvee 80.879
Ander rundvee......... 100
Alle 100 kooplieden →