Archief 745
Inventaris 745-327
Pagina 210
Dossier 92
Jaar 1940
Stadsarchief

Notulen of verslag van een vergadering.

Origineel

Notulen of verslag van een vergadering. De heer Rol dankt de commissie voor haar werkwijze en voor het advies, dat zij heeft uitgebracht.

De heer Schreurs vraagt of de financieele opzet van twee proeftuinen geen groote moeilijkheden met zich mee brengt.
De voorzitter antwoordt, dat zulks niet het geval behoeft te zijn.
De heer Schreurs merkt op, dat deze vergadering dan kort kan zijn. Hij stelt voor, het advies van de commissie in stemming te brengen en dan reeds heden twee aparte vergaderingen te doen plaats vinden, waarin voor iederen streek een nieuwe commissie benoemd wordt, om verdere plannen uit te werken.
De voorzitter antwoordt, dat dit ook de bedoeling is. Zoo mogelijk kunnen deze beide vergaderingen reeds hier plaats vinden en anders zoo spoedig mogelijk.
Het laat zich aanzien, dat de opzet van twee proeftuinen ook financieel wel op te lossen is met behulp van de gemeenten waar de proeftuinen zouden kunnen komen, en andere instanties. Daar moet overigens nu aan gewerkt worden door de beide aparte commissies.
De vraag van den voorzitter is echter allereerst: “ Gaat de vergadering accoord met de voorgestelde oplossing.” Daar geen enkele stem hiertegen is opgegaan, meent hij te kunnen aannemen, dat zulks inderdaad het geval is, en dat dus in feite de taak van de huidige commissie hiermede beeindigd is.

De heer Zandbergen informeert, of de gemeente Beverwijk gronden beschikbaar heeft.
De Voorzitter antwoordt, dat ter zake reeds overleg met de gemeente werd gepleegd. Hij kan hierover echter geen nadere mededeelingen doen. Wel kan hij zeggen, dat de gemeente Beverwijk inderdaad gronden in haar bezit heeft.
De heer Zandbergen vraagt verder, of de gemeente Beverwijk gronden zou kunnen aanwijzen, die zij voor een aantal jaren wil afstaan.
De voorzitter antwoordt bevestigend.

De heer de Groot vraagt of de mogelijkheid bestaat gelden te krijgen uit het werkfonds.
De voorzitter antwoordt, dat het hem niet bekend is, in hoeverre het werkfonds nog bestaat. Het zal echter verstandig zijn, hiermede geen rekening te houden.

De heer de Jong vraagt of er voor de stichting van den proeftuin voor de veengronden aan Amsterdam bijzonder gunstige vooruitzichten verbonden zijn. Mocht dit niet het geval zijn, dan zou een tuin in de Venen meer centraal gelegen zijn voor de cultures van de veengronden. Verder vraagt hij, of reeds bekend is waar de proeftuin in Amsterdam zou moeten komen.
De heer Dinkgreve antwoordt, dat het de taak van de nieuwe commissie zal zijn dit uit te maken. Iedere commissie zal zelf moeten onderzoeken, welke plaats haar het meest geschikt voorkomt. Dit kan in deze vergadering niet gebeuren. Hier kan alleen sprake zijn van een principieel accoord en een scheiding in de beide rayons.

Na overleg met den heer Dinkgreve meent de voorzitter, dat in de vergadering misschien prijs gesteld zal worden op een uiteenzetting over de financieele opzet.

De ervaring---------- Dit document verslaat een besluitvormend moment in een vergadering over de oprichting van twee regionale proeftuinen (experimentele landbouw- of tuinbouwpercelen). De centrale commissie die het voorbereidende werk deed, wordt ontbonden en vervangen door twee specifieke commissies voor verschillende "rayons" (regio's).

De belangrijkste discussiepunten zijn:
1. Financiën: Er is onzekerheid over de financiering, waarbij geopperd wordt steun te zoeken bij gemeenten. Het "werkfonds" wordt genoemd, maar de voorzitter twijfelt aan het voortbestaan daarvan.
2. Locatie: Er is sprake van proeftuinen in de regio Beverwijk en nabij Amsterdam (gericht op veengronden). Voor Beverwijk lijkt de gemeente bereid grond af te staan. Voor de regio Amsterdam is er discussie of de locatie in Amsterdam zelf moet zijn of centraler in "de Venen".
3. Procedure: De vergadering gaat akkoord met het splitsen van de taken, waardoor de technische uitwerking per regio kan gaan plaatsvinden. Het document past in de geschiedenis van de Nederlandse land- en tuinbouwontwikkeling. Proeftuinen waren essentieel voor de modernisering van de sector. De vermelding van "Beverwijk" duidt op de sterke tuinbouwtraditie in die regio (bekend om o.a. aardbeien). De discussie over "veengronden aan Amsterdam" wijst op onderzoek naar specifieke teeltmethoden voor drassige bodems.

De spelling (vóór de spellingwijziging van Marchant/1947) en de referentie naar het "werkfonds" (mogelijk gerelateerd aan werkverschaffingsprojecten uit de jaren '30 of de wederopbouw) plaatsen dit verslag waarschijnlijk in het tweede kwart van de 20e eeuw. De formele toon en de gestructureerde besluitvorming zijn kenmerkend voor ambtelijke of bestuurlijke organen uit die tijd. Dinkgreve antwoordt (De heer) Rol dankt (De heer) Schreurs merkt (De heer) Schreurs vraagt (De heer) Zandbergen informeert (De heer) Zandbergen vraagt (De heer)

Samenvatting

Dit document verslaat een besluitvormend moment in een vergadering over de oprichting van twee regionale proeftuinen (experimentele landbouw- of tuinbouwpercelen). De centrale commissie die het voorbereidende werk deed, wordt ontbonden en vervangen door twee specifieke commissies voor verschillende "rayons" (regio's).

De belangrijkste discussiepunten zijn:
1. Financiën: Er is onzekerheid over de financiering, waarbij geopperd wordt steun te zoeken bij gemeenten. Het "werkfonds" wordt genoemd, maar de voorzitter twijfelt aan het voortbestaan daarvan.
2. Locatie: Er is sprake van proeftuinen in de regio Beverwijk en nabij Amsterdam (gericht op veengronden). Voor Beverwijk lijkt de gemeente bereid grond af te staan. Voor de regio Amsterdam is er discussie of de locatie in Amsterdam zelf moet zijn of centraler in "de Venen".
3. Procedure: De vergadering gaat akkoord met het splitsen van de taken, waardoor de technische uitwerking per regio kan gaan plaatsvinden.

Historische Context

Het document past in de geschiedenis van de Nederlandse land- en tuinbouwontwikkeling. Proeftuinen waren essentieel voor de modernisering van de sector. De vermelding van "Beverwijk" duidt op de sterke tuinbouwtraditie in die regio (bekend om o.a. aardbeien). De discussie over "veengronden aan Amsterdam" wijst op onderzoek naar specifieke teeltmethoden voor drassige bodems.

De spelling (vóór de spellingwijziging van Marchant/1947) en de referentie naar het "werkfonds" (mogelijk gerelateerd aan werkverschaffingsprojecten uit de jaren '30 of de wederopbouw) plaatsen dit verslag waarschijnlijk in het tweede kwart van de 20e eeuw. De formele toon en de gestructureerde besluitvorming zijn kenmerkend voor ambtelijke of bestuurlijke organen uit die tijd.

Genoemde Personen 6

Dinkgreve antwoordt (De heer) Rol dankt (De heer) Schreurs merkt (De heer) Schreurs vraagt (De heer) Zandbergen informeert (De heer) Zandbergen vraagt (De heer)

Locaties

Er is sprake van proeftuinen in de regio Beverwijk en nabij Amsterdam (gericht op veengronden). Voor Beverwijk lijkt de gemeente bereid grond af te staan. Voor de regio Amsterdam is er discussie of de locatie in Amsterdam zelf moet zijn of centraler in "de Venen".

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Veen A.G.F. (Aardappelen): Zand A.G.F. (Fruit): Aardbei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Kooplieden in dit dossier 100

Aantal *Nombre* 100.—
Aantal *Nombre* 89.7
Aantal Nombre
Aantal Nombre
Aantal Nombre
A. Kooy Pzn.
Alle bedrijven samen¹).. *Ensemble* — 1,2
S. Montezinos *Ensemble.*
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* — 2,0
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 868,5
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 4,35
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 100
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* ..... 25,1
Alle bedrijven te zamen. *Ensemble* 1,17
Alle bedr. te zamen + 109,9
Vriens. 38,9
Amsterdammerpolder, Groote IJ-, Overbraker Binnen- en Buiten-, Spieringhorner Binnen- en Buitenpolder 32 (306.49 ha)
Ander mestvee 80.879
Ander rundvee......... 100
Alle 100 kooplieden →