Getypt verslag van een vergadering of uittreksel van een rapport.
Origineel
Getypt verslag van een vergadering of uittreksel van een rapport. De ervaring hieromtrent in de praktijk is niet altijd even gunstig geweest. Als gevolg van een eenigszins verwarde opzet wist men soms niet eens te vertellen, wie eigenlijk het beheer over den proeftuin moest voeren.
De opzet, zooals zij op het oogenblik door de commissie wordt gedacht, heeft de volledige instemming van den heer Inspecteur van den Tuinbouw. Getracht zal worden bij de financieele opzet de veilingen in te schakelen. Iedere tuinder zal een bijdrage moeten offeren, waarvan de inning door of via de veiling zou kunnen geschieden.
De voorzitter vergelijkt tenslotte een proeftuin met een ziekteverzekering. Iedere tuinder betaald hiervoor een bepaald bedrag per jaar, en als tegenprestatie hiervoor verkrijgt hij, dat zijn zieke planten met den grootsten aandacht worden onderzocht, en dat hem zoo mogelijk zal worden aangegeven, hoe hij de ziekte kan genezen. De noodzaak van de oprichting werd trouwens reeds in de vorige vergadering eenstemmig vastgesteld. Een paar guldens per jaar mogen hier geen bezwaar vormen.
De heer Ir.van der Helm geeft dan een korte uiteenzetting over de financieele zijde.
Er moet onderscheid gemaakt worden tusschen de oprichting en de instandhouding. Het benoodigde kapitaal voor de oprichting is misschien nog wel gemakkelijker bijeen te krijgen, dan voor de instandhouding. In Naaldwijk stelde de regeering een bedrag van f 40.000.- beschikbaar en in Aalsmeer een bedrag van f 30.000.- uit het Landbouwcrisisfonds. Ook de gemeenten doen soms heel wat. De gemeente Geldermalsen stelde b.v. 4 ha. grond, en de gemeente Kesteren grond en gebouw beschikbaar.
De instandhouding moet zeker door de praktijk geschieden. Als voorbeeld hiervoor mag de proeftuin in Naaldwijk gelden. Deze voorzag in een dringende behoefte. Een groot aantal tuinders werd hiervan lid en momenteel zijn alle veilingen collectief toegetreden. De bijdrage van ieder veilinglid bedraagt f 2.-- per jaar.
Ook geven gemeente en provincie soms een jaarlijksche bijdrage. Verder is het de laatste jaren zoo geweest, dat het Rijk jaarlijks het zelfde bedrag aan subsidie gaf, als door de praktijk wordt bijeen gebracht.
De heer Dinkgreve wijst er verder op, dat bovendien al het werk, dat door den Consulent en zijn assistenten voor den proeftuin wordt verricht, door het Rijk wordt betaald.
De heer Ir.van der Helm noemt in verband hiermede den tuin te Naaldwijk. Hier bestaat geen zichtbaar verschil tusschen voorlichting en proeftuin. Wel moet natuurlijk het personeel van den tuin, zooals b.v. de chef, door den tuin worden betaald, maar hiertegenover staat weer, dat de geheele opbrengst aan den tuin komt.
Bovendien wordt op een proeftuin soms een wetenschappelijk onderzoeker te werk gesteld, die door het Rijk, met medewerking van andere instanties, b.v. het Centraal Bureau van Veilingen, den N.A.K., de Nederlandsche Pomologische Vereeniging / Zoo iemand werkt dan geheel ten behoeve van den streek waarin hij wordt geplaatst en is speciaal belast met het onderzoek van problemen, die op dien bepaalden streek betrekking hebben.
De heer Bernard merkt op, dat de proeftuin in Naaldwijk leden heeft door het geheele land, en daardoor dus over veel meer inkomen beschikt.
De heer Ir.van der
Helm-----------
[handgeschreven:] / wordt betaald. Dit document verslaat een overleg over de structuur en bekostiging van regionale proeftuinen voor de tuinbouwsector. De kern van het betoog is dat de sector (de 'praktijk') zelf financieel moet bijdragen aan de instandhouding, terwijl de overheid (het Rijk) vaak bijspringt bij de oprichting en de salarissen van consulenten. De proeftuin in Naaldwijk wordt gepresenteerd als het succesvolle schoolvoorbeeld. Er wordt een interessante vergelijking getrokken tussen een proeftuin en een ziekteverzekering voor gewassen. Het document weerspiegelt de periode van professionalisering en schaalvergroting in de Nederlandse tuinbouw. De verwijzing naar het 'Landbouwcrisisfonds' plaatst de tekst waarschijnlijk in de jaren dertig, een tijd waarin de overheid actief ingreep om de agrarische sector door de economische depressie te loodsen. De nauwe samenwerking tussen tuinders, veilingen en de Rijksoverheid (via consulenten en subsidies) legde de basis voor de internationaal leidende positie van de Nederlandse tuinbouw in de 20e eeuw. De genoemde instanties zoals het Centraal Bureau van Veilingen en de N.A.K. (Nederlandse Algemene Keuringsdienst) spelen tot op de dag van vandaag een rol in de kwaliteitsbewaking van de sector.