Archiefdocument
Origineel
CENTRAAL TUINBOUWCOMPLEX AMSTERDAM.
Uit de opstellingen-Dinkgreve (schema's van exploitatierekeningen van tuinbouwbedrijven van verschillende structuur) kan het volgende worden afgeleid.
De schema's geven aan de eene zijde weer de geraamde opbrengsten aan de hand van normale teeltschema's en van prijzen welke eveneens als normaal kunnen worden beschouwd. Aan de andere zijde zijn de totalen der uitgaven opgenomen, welke zoowel de eigenlijke bedrijfsonkosten en -uitgaven (inclusief afschrijvingen) als wel die uitgaven bevatten, die als "privé" zijn te beschouwen, welke dus feitelijk de inkomsten zijn, die de tuinders uit hun bedrijven verkrijgen.
Teneinde een duidelijk beeld te krijgen van hetgeen eventueel grond en woning hoogstens zouden mogen kosten, bij de stichting van nieuwe bedrijven in het geprojecteerde tuinbouwcomplex, is het noodig na te gaan, hetgeen de bedrijven, na aftrek van de zuivere en noodzakelijke bedrijfsonkosten als bruto overschot aan den tuinder opleveren.
Daartoe moet de post huur, welke in de opstellingen voorkomt, voor zoover daarin blijkbaar en de huur van den grond en die van de woning c.a. is begrepen, worden gesplitst. De grondhuur behoort tot de zuivere bedrijfskosten, de woninghuur tot de "privé-uitgaven" van den tuinder.
Deze totaalpost aan huur is in de desbetreffende exploitatie rekeningen opgenomen voor eenzelfde bedrag, namelijk f 700,–.
(Handgeschreven in de linkermarge:)
// (Laatste
cijfers liggen
ter inlichting )
Volgens gegevens van de Inspectie Tuinbouw en Tuinbouwonderwijs loopen de huren in de onderhavige bedrijven in de omgeving van Amsterdam van f 350,– tot f 750,– per ha. De opstellingen Dinkgreve, voor zoover deze betreffen de drie gevallen waarin blijkbaar alleen van grondhuur sprake is, geven huren aan respectievelijk van f 1050,– voor 3 ha., f 625,– voor 2½ ha. en f 400,– voor 1 ha., dus per ha. respectievelijk f 350,–, f 250,– en f 400,– per jaar.
Aan de hand van deze cijfers kan de post huur ad f 700,– per jaar dus gesplitst worden in f 350,– voor grondhuur en f 350,– voor huur van woning met toebehooren.
Uit de opstellingen Dinkgreve kan nu de volgende specificatie van "privé" worden getrokken:
| Huishoudgeld | f 1560,– |
| Verzekeringen "patroon" | " 100,– |
| Huishuur | " 350,– |
| Overschot | " 330,– tot f 830,– |
| Totaal | f 2340,– tot f 2840,– per jaar. |
Aannemende, dat in een tijd gebouwd zal worden, dat de bouwmaterialen minder schaarsch zijn dan thans het geval is en dat dan voor een bedrag van f 4500,– een woning (met bedrijfsschuur) zal kunnen worden gebouwd, dan zullen de jaarlijksche kosten aan rente, afschrijving en onderhoud op ten naasten bij 8% van genoemd bedrag kunnen worden gesteld, dus op ± f 360,– per jaar.
Voorshands kan in de opstelling dus van een "huur" van f 350,– per jaar worden uitgegaan.
Wat de grondhuur in het te stichten tuinbouwcomplex betreft, diene het volgende:
Volgens voorloopige schattingen zou de grondprijs, berekend uit de vermoedelijke prijzen voor den grond c.a. bij aankoop of onteigening te betalen, verhoogd met grondverlies door, en kosten van aanleg van hoofdweg en hoofdvaart, met de daarbij behoorende bruggen voor algemeen verkeer, te stellen zijn op f 10.000,– per ha. Dit document vormt een bedrijfseconomische onderbouwing voor de realisatie van een nieuw tuinbouwcomplex nabij Amsterdam. De centrale vraag is hoe de kosten voor grond en woning zich verhouden tot de verwachte inkomsten van een tuinder.
De belangrijkste bevindingen zijn:
* Splitsing van de huur: In bestaande modellen (Dinkgreve) wordt vaak één bedrag van f 700,- voor huur gerekend. De auteur beargumenteert dat dit gesplitst moet worden: f 350,- voor de grond (bedrijfskosten) en f 350,- voor de woning (privé-uitgave).
* Leefbaar inkomen: Na aftrek van alle bedrijfskosten blijft er voor de tuinder een netto-inkomen ("privé") over van circa f 2.340,- tot f 2.840,- per jaar.
* Investeringsraming: Men rekent met een bouwprijs van f 4.500,- voor een nieuwe woning met schuur. De kapitaallasten daarvan (8%) komen uit op ongeveer f 360,- per jaar, wat de raming van f 350,- huur rechtvaardigt.
* Grondkosten: De totale kosten voor de grond (inclusief infrastructuur zoals bruggen en vaarten) worden geraamd op f 10.000,- per hectare. Het document stamt hoogstwaarschijnlijk uit de periode van de wederopbouw kort na de Tweede Wereldoorlog (ca. 1945-1950). De verwijzing naar de huidige "schaarsche bouwmaterialen" wijst op een tekorteneconomie, terwijl de plannen voor een centraal complex passen bij de modernisering van de landbouw en de uitbreidingsplannen van Amsterdam in die tijd (zoals het Algemeen Uitbreidingsplan/AUP). De genoemde "opstellingen-Dinkgreve" waren destijds een standaardmethode voor landbouwkundige calculaties. Het document geeft een zeldzaam inkijkje in de financiële drempels en normen die werden gehanteerd bij het ontwerpen van nieuwe agrarische vestigingsplaatsen in de directe nabijheid van de hoofdstad.