Archief 745
Inventaris 745-327
Pagina 253
Dossier 92
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte notulen/verslag van een vergadering (waarschijnlijk een oprichtingsvergadering).

Origineel

Getypte notulen/verslag van een vergadering (waarschijnlijk een oprichtingsvergadering). De $\underline{\text{Voorzitter}}$ antwoordt, dat de volgorde zooals die nu aangehouden werd, toch de juiste is. Immers, de aanvankelijk opgestelde statuten werden U zoo spoedig mogelijk thuisgezonden en tegelijker-tijd werden deze door de tusschenkomst van den heer van der Helm op het Departement besproken, om groote wijzigingen in de statuten na de officieele oprichting van de vereeniging te voorkomen. Voorts kan ook nog rekening gehouden worden met opmerkingen, die op de ledenvergaderingen naar voren zijn gekomen.

De heer $\underline{\text{Vrakking}}$ vraagt hoe de aansprakelijkheid geregeld is.
$\underline{\text{Mr. Blaisse}}$ antwoordt, dat hier geen sprake is van een coöperatieve vereeniging, dus ook niet van aansprakelijkheid van de leden. Wanneer gelden voor een hooger bedrag dan $f$ 200.-- geleend moeten worden, moet volgens artikel 16, 2e lid, sub c. van de statuten eerst de goedkeuring van het Departement gevraagd worden. Dit is een voldoende waarborg voor de geldschietende bank.

Wanneer het bestuur op eigen gelegenheid geld zou willen leenen, dan kan degene, wien het geld gevraagd wordt, eerst inzage van de statuten verlangen. Is het ter leen gevraagde bedrag hooger dan $f$ 200.--, dan kan de geldschieter weigeren op grond van genoemd artikel van de statuten. Alleen bij een leening lager dan $f$ 200.-- kan de geldschieter schade lijden.

De heer $\underline{\text{Vrakking}}$ vraagt of een lid zich kan laten vertegenwoordigen. Dit staat niet in de statuten vermeld.

Na re- en dupliek wordt besloten, in de statuten te vermelden, dat één lid hoogstens één volmacht op de ledenvergadering kan bezitten.

De heer $\underline{\text{van der Helm}}$ zegt, dat in de statuten vermeld is, dat de contributie ten minste $f$ 1.-- per jaar zal bedragen. De bedoeling is echter, de contributie op $f$ 2.-- per lid per jaar te stellen. Dit zal in het huishoudelijk reglement vermeld worden. Elk jaar de contributie vaststellen, zooals dat bij den proeftuin in Naaldwijk geschiedt, heeft het Departement afgeraden.

De $\underline{\text{Voorzitter}}$ zegt, dat er wel een minimumbedrag bepaald is, maar geen maximumbedrag. Hij stelt voor het maximumbedrag op $f$ 3.-- per lid per jaar vast te stellen.

$\underline{\text{Mr. Blaisse}}$ zegt, dat in het huishoudelijk reglement hiermede rekening gehouden zal worden. Het lijkt hem niet gewenscht dit maximumbedrag vast te leggen. Immers, het is moeilijk om in de toekomst te kijken. Wijziging in het huishoudelijk reglement behoeft de goedkeuring van de algemeene ledenvergadering. Verhooging of verlaging van contributie is dus niet mogelijk zonder goedkeuring der leden.

De $\underline{\text{Voorzitter}}$ concludeert, dat er na deze voorgaande besprekingen geen bezwaren meer tegen de statuten bestaan, zoodat tot oprichting van de vereeniging overgegaan kan worden.

De $\underline{\text{Voorzitter}}$------------ * Juridische structuur: Er wordt nadrukkelijk vermeld dat het geen coöperatieve vereniging betreft, waardoor de leden niet persoonlijk aansprakelijk zijn voor de schulden van de vereniging.
* Financieel toezicht: Er is sprake van een sterke controle door "het Departement" (waarschijnlijk het Ministerie van Landbouw). Leningen boven de 200 gulden behoeven voorafgaande goedkeuring. Dit duidt op een semioverheids- of gesubsidieerde context.
* Democratisch gehalte: De discussie over volmachten (beperkt tot één per persoon) en de noodzaak van goedkeuring door de algemene ledenvergadering voor contributiewijzigingen wijst op een democratische structuur.
* Besluitvorming: De tekst vormt de afronding van de statutenbespreking. Met de conclusie van de voorzitter is de weg vrij voor de officiële notariële of wettelijke oprichting. Dit document lijkt te stammen uit de periode van de wederopbouw of kort daarvoor (vermoedelijk jaren '40 of vroege jaren '50), gezien het taalgebruik en de genoemde bedragen. De verwijzing naar de "proeftuin in Naaldwijk" is cruciaal. Naaldwijk was en is het hart van de Nederlandse glastuinbouw. Het document heeft zeer waarschijnlijk betrekking op de oprichting van een lokale afdeling van een land- of tuinbouworganisatie (zoals de CBT of een voorloper daarvan) of een specifieke telersvereniging. "Het Departement" verwijst in deze context vrijwel zeker naar het Ministerie van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening, dat destijds nauw betrokken was bij de organisatie van de sector.

Samenvatting

  • Juridische structuur: Er wordt nadrukkelijk vermeld dat het geen coöperatieve vereniging betreft, waardoor de leden niet persoonlijk aansprakelijk zijn voor de schulden van de vereniging.
  • Financieel toezicht: Er is sprake van een sterke controle door "het Departement" (waarschijnlijk het Ministerie van Landbouw). Leningen boven de 200 gulden behoeven voorafgaande goedkeuring. Dit duidt op een semioverheids- of gesubsidieerde context.
  • Democratisch gehalte: De discussie over volmachten (beperkt tot één per persoon) en de noodzaak van goedkeuring door de algemene ledenvergadering voor contributiewijzigingen wijst op een democratische structuur.
  • Besluitvorming: De tekst vormt de afronding van de statutenbespreking. Met de conclusie van de voorzitter is de weg vrij voor de officiële notariële of wettelijke oprichting.

Historische Context

Dit document lijkt te stammen uit de periode van de wederopbouw of kort daarvoor (vermoedelijk jaren '40 of vroege jaren '50), gezien het taalgebruik en de genoemde bedragen. De verwijzing naar de "proeftuin in Naaldwijk" is cruciaal. Naaldwijk was en is het hart van de Nederlandse glastuinbouw. Het document heeft zeer waarschijnlijk betrekking op de oprichting van een lokale afdeling van een land- of tuinbouworganisatie (zoals de CBT of een voorloper daarvan) of een specifieke telersvereniging. "Het Departement" verwijst in deze context vrijwel zeker naar het Ministerie van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening, dat destijds nauw betrokken was bij de organisatie van de sector.

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Huishoudelijk: Glas Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Hart Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Kooplieden in dit dossier 100

Aantal *Nombre* 100.—
Aantal *Nombre* 89.7
Aantal Nombre
Aantal Nombre
Aantal Nombre
A. Kooy Pzn.
Alle bedrijven samen¹).. *Ensemble* — 1,2
S. Montezinos *Ensemble.*
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* — 2,0
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 868,5
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 4,35
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 100
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* ..... 25,1
Alle bedrijven te zamen. *Ensemble* 1,17
Alle bedr. te zamen + 109,9
Vriens. 38,9
Amsterdammerpolder, Groote IJ-, Overbraker Binnen- en Buiten-, Spieringhorner Binnen- en Buitenpolder 32 (306.49 ha)
Ander mestvee 80.879
Ander rundvee......... 100
Alle 100 kooplieden →