Topografische kaart / Plankaart.
Origineel
Topografische kaart / Plankaart. (Selectie van de meest relevante en leesbare tekst op de kaart, van noord naar zuid, west naar oost)
- Top/Noord: SPIERINGHORNER BINNENPOLDER; OVERBRAKER BUITENPOLDER; SLOTERDIJK; VENNER- POLDER; Z.P. -1.50.
- West: OSDORPER BINNENPOLDER; OOKMEER; Z.P. -3.95; RINGVAART; SLOTEN.
- Centraal: SLOTERDIJKER- MEER; Z.P. -4.44; SLOTER BINNEN- EN MIDDELVELDSCHE GECOMBINEERDE POLDERS; Z.P. -2.10.
- Oost: OVERTOOMSCHE POLDER; KOSTVERLOREN VAART; VONDEL-PARK; STADION (met afbeelding van het Olympisch Stadion).
- Infrastructuur: HAARLEMMER VAART; HAARLEMMER WEG; CEINTUURSPOORBAAN (rood ingetekend); ADMIRAAL DE RUYTERWEG; SURINAME PLEIN; AMSTEL KANAAL; APOLLO LAAN.
-
Rechtsonder: NOORDPIJL; SCHAAL 1 à 5000. Deze kaart vormt een cruciaal tijdsdocument van de overgang van het rurale polderlandschap naar de grootschalige stedelijke uitbreiding van Amsterdam.
-
Stedelijke Ontwikkeling: Rechtsonder is de bestaande bebouwing van de Plan Zuid-buurt en de Vondelparkbuurt zichtbaar. Het Olympisch Stadion (voltooid voor de Spelen van 1928) dient als een belangrijk ankerpunt voor de datering.
- Landaanwinning en Planning: Het grote gele vlak in de Sloter Binnen- en Middelveldsche Polder markeert waarschijnlijk een specifiek gebied voor onteigening of vroege ontwikkeling in het kader van het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) van 1934. Dit gebied zou later getransformeerd worden tot de Sloterplas en de omliggende tuinsteden.
- Infrastructuur: De rode lijn die verticaal over de kaart loopt, markeert het geplande tracé van de Ceintuurspoorbaan. Dit tracé is essentieel voor de latere verbinding tussen Amsterdam-West en de rest van het spoorwegnet (de huidige Ringlijn/A10-corridor).
- Verkaveling: De kaart toont de uiterst gedetailleerde strokenverkaveling van de oorspronkelijke polders, wat duidt op de intensieve tuinbouw die in dit gebied plaatsvond voordat de stad het overnam. De kaart is vervaardigd in een periode waarin Amsterdam, na de annexatie van de gemeente Sloten in 1921, grote behoefte had aan uitbreidingsruimte. Onder leiding van Cornelis van Eesteren (Afdeling Stadsontwikkeling) werd gewerkt aan het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP), dat in 1934 door de gemeenteraad werd aangenomen.
Dit document diende waarschijnlijk als werkkaart voor ingenieurs of stedenbouwkundigen om de bestaande waterhuishouding (peilmaten zoals Z.P. -2.10) en eigendomsgrenzen te toetsen aan de nieuwe infrastructuurplannen, zoals de Ceintuurspoorbaan. Het gebied dat op deze kaart nog grotendeels uit veenweiden en tuinbouwgrond bestaat, vormt de basis voor wat nu de stadsdelen Nieuw-West en West zijn.