Archief 745
Inventaris 745-327
Pagina 346
Dossier 17
Jaar 1940
Stadsarchief

Afschrift van een ambtelijk schrijven/advies.

Origineel

Afschrift van een ambtelijk schrijven/advies. No. 37/27/9mM. 1940 AFSCHRIFT.

No. 605 P.W. 1938 No. 351 L.M. 1939.
Dienst der Publieke Werken. Amsterdam, 22 Juli 1940.
Grb.No. 2550/Doss. III V.
Antw. op No. 605 P.W. 1938 Aan
d.d. 17 Juni 1940. den Heer Wethouder P.W.

      Naar aanleiding van het hierbij teruggaande schrijven van den algemeen voorzitter der Gecombineerde Tuinbouw organisaties alhier, bericht ik U het volgende.
      Over deze zaak, het inrichten en het in exploitatie brengen van de voor den tuinbouw aangewezen gronden ten Noorden van den Sloterweg, heb ik laatstelijk op 19 Mei 1939, onder Grb.No. 2105, gerapporteerd.
      In dit rapport werd mede behandeld een schrijven van 18 April 1939 van het gevormde comité uit verschillende tuinbouworganisaties, waarin de instemming van B. en W. werd gevraagd met de denkbeelden van het comité, om de vestiging van tuinders in het bedoelde gebied te bevorderen.
      Het schrijven van B. en W. d.d. 29 Juni 1939 aan bedoeld comité heeft op deze zaak betrekking.
      In plaats dat thans nader uitgewerkte voorstellen ten tafel worden gebracht, wordt in het hierbij teruggaande schrijven, onder verwijzing naar het belang van de Gemeente bij een opvoeren van de tuinbouwproductie, nogmaals volstaan met het aanbevelen van deze zaak in de belangstelling van B. en W.
      Men moet aannemen, dat het gevormde comité, waarschijnlijk mede in verband met de bijzondere omstandigheden, geen kans ziet, zijn voorloopige denkbeelden in een practisch bruikbaren vorm te gieten en dat het daarom poogt, de taak, welke het zich had toegedacht, op de Gemeente af te schuiven.
      De vraag mag worden gesteld, of de Gemeente thans alleen deze zaak dient ter hand te nemen. Ook voor haar zijn de moeilijkheden groot.
      Volgens een eenigszins vereenvoudigd plan zou het in de eerste plaats in exploitatie te brengen tuinderscomplex ten Noorden van de Sloterweg een oppervlakte beslaan van rond 180 ha. Hiervan zijn ± 30 ha. reeds eigendom der Gemeente, zoodat nog 150 ha. zijn aan te koopen of te onteigenen.
      De landerijen strekken zich echter in Noordelijke richting verder uit dan de grens van het tuinbouwgebied, zoodat, indien de aankoop of de onteigening beperkt werd tot hetgeen voor den tuinbouw noodig is, groote stukken weiland afgesneden zouden worden. Noodig is het daarom, ook deze stukken in den aankoop of de onteigening te betrekken, zoodat in totaal op aankoop of onteigening van naar schatting 250 ha. is te rekenen. Bij een prijs van *f* 5.000 per ha. vordert dit een uitgaaf van rond *f* 1.250.000,-.
      Hiervan kan *f* 750.000,- voor 150 ha. ten laste van het tuinbouwcomplex gebracht worden; de rest zou ten laste kunnen komen van de toekomstige exploitatie van het woongebied ten Zuiden van de Sloterdijkermeer.
      Opgemerkt wordt, dat een doelmatige verkaveling van dit tuinbouwcomplex eischt, dat men daarover de volle beschikking heeft, om de doorgaande wegen en vaarten te kunnen maken. Men kan dus niet het complex vormen door geleidelijk verschillende gronden aan te koopen, doch men zal het complex ineens, althans binnen een kort tijdsverloop, in eigendom moeten verkrijgen.
      De kosten der uit te voeren werken, bestaande in het verbreeden en graven van slooten, het aanleggen en bestraten van wegen, het maken van eenige kleine bruggen, enz. zijn geraamd op *f* 550.000,-, waarvan rond *f* 200.000,- arbeidsloon.
      Na uitvoering dezer werkzaamheden kan de grond aan de tuinders beschikbaar worden gesteld. Gerekend kan worden, dat het comlex plaats biedt voor ongeveer 168 tuinders; elke warmoezierstuin is dus ± 1 ha. groot.
      Aan den tuinder blijft het omspitten van den grond, het maken van beschoeiingen langs de slootkanten, het stichten van een woonhuis, loods en spoelhok, enz.
      Met een en ander is een uitgaaf van *f* 15.000,- à *f* 20.000,- gemoeid.
      Indien men aanneemt, dat geleidelijk in een periode van 8 jaren alle tuinen zijn uitgegeven, dan zoude prijs van verkoop in verband met het renteverlies op *f* 8.500,- per ha. moeten worden gesteld; eventueel kunnen de tuinen op *   **Kern van het document:** De Dienst der Publieke Werken adviseert de wethouder over de haalbaarheid van een groot tuinbouwproject ten noorden van de Sloterweg. Het comité van tuinbouworganisaties lijkt de regie niet te kunnen nemen, waardoor de bal bij de gemeente Amsterdam ligt.
  • Financiële aspecten: Er wordt gesproken over aanzienlijke bedragen voor die tijd. Een totale investering in grond van 1,25 miljoen gulden voor 250 hectare (waarvan 150 ha voor tuinbouw). De infrastructuur (wegen, sloten, bruggen) wordt geraamd op 550.000 gulden.
  • Planologische visie: De auteur benadrukt dat "snipper-aankoop" niet werkt; het hele gebied moet in één keer of in korte tijd worden verworven om een fatsoenlijk wegen- en waternet (verkaveling) aan te leggen.
  • Sociale impact: Het plan voorziet in ongeveer 168 tuinderijen van circa 1 hectare per stuk, bedoeld voor "warmoeziers" (groentekwekers). De tuinders moeten zelf zorgdragen voor de opstallen (huis, loods) en de afwerking van de grond. * Historische periode: Het document is gedateerd op 22 juli 1940, slechts twee maanden na de Nederlandse capitulatie. Ondanks de Duitse bezetting gaat de gemeentelijke bureaucratie en de planning van de stadsuitbreiding door. De nadruk op het "opvoeren van de tuinbouwproductie" kan worden gezien in het licht van naderende voedselschaarste tijdens de oorlogsjaren.
  • Locatie: Het gebied ten noorden van de Sloterweg (de Sloterpolder) was van oudsher een belangrijk tuinbouwgebied dat de stad Amsterdam van vers voedsel voorzag. Dit gebied zou later grotendeels transformeren in de Westelijke Tuinsteden (zoals Slotervaart en Geuzenveld) in het kader van het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) van Van Eesteren.
  • Terminologie: "Warmoezier" is een verouderde term voor een groentekweker. De "Sloterdijkermeer" verwijst naar de polder die later deels is afgegraven voor de Sloterplas.

Samenvatting

  • Kern van het document: De Dienst der Publieke Werken adviseert de wethouder over de haalbaarheid van een groot tuinbouwproject ten noorden van de Sloterweg. Het comité van tuinbouworganisaties lijkt de regie niet te kunnen nemen, waardoor de bal bij de gemeente Amsterdam ligt.
  • Financiële aspecten: Er wordt gesproken over aanzienlijke bedragen voor die tijd. Een totale investering in grond van 1,25 miljoen gulden voor 250 hectare (waarvan 150 ha voor tuinbouw). De infrastructuur (wegen, sloten, bruggen) wordt geraamd op 550.000 gulden.
  • Planologische visie: De auteur benadrukt dat "snipper-aankoop" niet werkt; het hele gebied moet in één keer of in korte tijd worden verworven om een fatsoenlijk wegen- en waternet (verkaveling) aan te leggen.
  • Sociale impact: Het plan voorziet in ongeveer 168 tuinderijen van circa 1 hectare per stuk, bedoeld voor "warmoeziers" (groentekwekers). De tuinders moeten zelf zorgdragen voor de opstallen (huis, loods) en de afwerking van de grond.

Historische Context

  • Historische periode: Het document is gedateerd op 22 juli 1940, slechts twee maanden na de Nederlandse capitulatie. Ondanks de Duitse bezetting gaat de gemeentelijke bureaucratie en de planning van de stadsuitbreiding door. De nadruk op het "opvoeren van de tuinbouwproductie" kan worden gezien in het licht van naderende voedselschaarste tijdens de oorlogsjaren.
  • Locatie: Het gebied ten noorden van de Sloterweg (de Sloterpolder) was van oudsher een belangrijk tuinbouwgebied dat de stad Amsterdam van vers voedsel voorzag. Dit gebied zou later grotendeels transformeren in de Westelijke Tuinsteden (zoals Slotervaart en Geuzenveld) in het kader van het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) van Van Eesteren.
  • Terminologie: "Warmoezier" is een verouderde term voor een groentekweker. De "Sloterdijkermeer" verwijst naar de polder die later deels is afgegraven voor de Sloterplas.

Locaties

Het gebied ten noorden van de Sloterweg (de Sloterpolder) was van oudsher een belangrijk tuinbouwgebied dat de stad Amsterdam van vers voedsel voorzag. Dit gebied zou later grotendeels transformeren in de Westelijke Tuinsteden (zoals Slotervaart en Geuzenveld) in het kader van het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) van Van Eesteren.

Kooplieden in dit dossier 100

Aantal *Nombre* 100.—
Aantal *Nombre* 89.7
Aantal Nombre
Aantal Nombre
Aantal Nombre
A. Kooy Pzn.
Alle bedrijven samen¹).. *Ensemble* — 1,2
S. Montezinos *Ensemble.*
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* — 2,0
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 868,5
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 4,35
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* 100
Alle bedrijven te zamen *Ensemble* ..... 25,1
Alle bedrijven te zamen. *Ensemble* 1,17
Alle bedr. te zamen + 109,9
Vriens. 38,9
Amsterdammerpolder, Groote IJ-, Overbraker Binnen- en Buiten-, Spieringhorner Binnen- en Buitenpolder 32 (306.49 ha)
Ander mestvee 80.879
Ander rundvee......... 100
Alle 100 kooplieden →