Archief 745
Inventaris 745-328
Pagina 66
Dossier 17
Jaar 1940
Stadsarchief

Krantenknipsel / Officiële bekendmaking van een verordening.

Ongetekend, maar de tekst verwijst naar de periode direct na de Duitse inval (mei 1940). Op basis van de inhoud betreft het Verordening 41/1940, gepubliceerd in juni 1940.

Origineel

Krantenknipsel / Officiële bekendmaking van een verordening. Ongetekend, maar de tekst verwijst naar de periode direct na de Duitse inval (mei 1940). Op basis van de inhoud betreft het Verordening 41/1940, gepubliceerd in juni 1940. Verzekering der openbare orde.
Nieuwe voorschriften van kracht.

IN een heden verschenen Verordening van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied betreffende de bevoegdheden van de secretarissen-generaal van de Nederlandsche departementen van Algemeen Bestuur wordt het volgende bepaald:

I. De secretarissen-generaal van de Nederlandsche departementen van algemeen bestuur zijn gemachtigd om binnen de grenzen van hun bevoegdheid de maatregelen, noodig voor de handhaving der openbare orde en voor de veiligheid van het openbare leven, te nemen in het bijzonder om rechtsvoorschriften uit te vaardigen, alsmede om aan de aan hen ondergeschikte of onder hun toezicht staande autoriteiten, colleges, ambtenaren, diensten, bedrijven en inrichtingen van openbaren of niet openbaren aard en de daarbij betrokken personen aanwijzingen te geven.

II. De ingevolge alinea I uitgevaardigde voorschriften mogen strafbedreigingen bevatten. De Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied behoudt zich het recht voor om de machtigingen, als hiervoren omschreven, in afzonderlijke gevallen te beperken of in te trekken.

Deze verordening treedt in werking op den dag van haar afkondiging.

Op grond van het voorgaande is thans uitgevaardigd een verordening van de secretarissen-generaal van de departementen van Justitie en van Binnenlandsche Zaken ter verzekering van de openbare orde in Nederland.

Vereenigingen.

De eerste paragraaf bepaalt het volgende:
Het voornemen een vereeniging of stichting op te richten moet worden medegedeeld aan den bevoegden procureur-generaal, fungeerend directeur van politie. Deze mededeeling behelst: I. den naam en het doel der vereeniging of stichting; II. de namen en woonplaatsen van de leden van het bestuur, en III. de statuten.

Bij een vereeniging: de namen en woonplaatsen van ten minste twaalf leden-oprichters.

Indien de bevoegde procureur-generaal, fungeerend directeur van politie, niet binnen zes weken na de mededeeling verklaart, dat de oprichting niet in het belang van de openbare orde en het openbare leven is, kan de vereeniging of de stichting haar werkzaamheid aanvangen.

Bij de wijziging der statuten zijn de bepalingen der leden I—III van overeenkomstige toepassing.

De bevoegde procureur-generaal, fungeerend directeur van politie, kan bestaande vereenigingen en stichtingen ontbinden of haar werkzaamheid schorsen.

Vergaderingen.

In de tweede paragraaf wordt gezegd:
1. Vergaderingen, die in een besloten ruimte gehouden worden, kunnen slechts door het bestuur van een vereeniging, of van een harer plaatselijke afdeelingen, of van een stichting worden bijeengeroepen. Uiterlijk zeven dagen, voordat de vergadering gehouden zal worden, wordt het voornemen daartoe aan den bevoegden procureur-generaal, fungeerend directeur van politie, medegedeeld. De vergadering heeft niet plaats, indien de bevoegde procureur-generaal, fungeerend directeur van politie, verklaart, dat het niet in het belang van de openbare orde en van het openbare leven is, dat zij gehouden wordt.

  1. Onverminderd het bepaalde in het voorgaande lid moeten de deelnemers aan vergaderingen, uitgaande van staatkundige vereenigingen of van plaatselijke afdeelingen daarvan, of waar staatkundige onderwerpen besproken worden, schriftelijk uitgenodigd worden. De uitnooöiging moet op naam gesteld zijn. De bevoegde procureur-generaal, fungeerend directeur van politie, kan op verzoek van belanghebbenden van deze beperkingen dispensatie verleenen.

  2. Voor openluchtvergaderingen en voor optochten is de goedkeuring van den bevoegden procureur-generaal, fungeerend directeur van politie, vereischt.

  3. De bepalingen der leden 1 en 2 gelden noch voor vergaderingen met een zuiver godsdienstig of artistiek karakter, noch voor besloten gezelschappen, noch ook voor vergaderingen, waaraan niet meer dan twintig personen deelnemen.

De derde paragraaf der verordening luidt: De bepaling van artikel 435a van het Wetboek van Strafrecht is slechts van toepassing, indien de bevoegde procureur-generaal, fungeerend directeur van politie, een verbod in den geest van dat artikel uitvaardigt. (1).

Drukwerken.

Ten slotte zegt de vierde paragraaf:
1. Opgeheven worden alle van 1 September 1939 tot en met 29 Mei 1940 op grond van artikel 37 van de wet van 23 Mei 1899 (staat van oorlog en beleg), uitgevaardigde verboden, welke het vervaardigen, uitgeven, verspreiden, aanslaan of in omloop brengen van drukwerken betreffen.

  1. Indien het belang van de openbare orde en het openbare leven zulks eischt, zal de bevoegde procureur-generaal, fungeerend directeur van politie, de noodige maatregelen treffen.

Deze verordening treedt in werking op den dag van haar afkondiging.


(1) Het art. 435a van het Wetboek van Strafrecht luidt: „Hij, die in het openbaar kleedingstukken of opzichtige onderscheidingsteekenen draagt of voert, welke uitdrukking zijn van een bepaald staatkundig streven, wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste twaalf dagen of geldboete van ten hoogste honderdvijftig gulden. Dit document markeert een cruciaal moment in de juridische overgang naar de bezettingstoestand. De kernpunten zijn:

  1. Machtsoverdracht: De Rijkscommissaris delegeert wetgevende bevoegdheid aan de Nederlandse Secretarissen-Generaal. Dit stelde de bezetter in staat om via het bestaande Nederlandse ambtenarenapparaat het land te besturen, terwijl de Rijkscommissaris de uiteindelijke controle behield (zie punt II).
  2. Inperking van Vrijheden: Er wordt een streng controlesysteem ingevoerd voor de drie pijlers van het maatschappelijk middenveld:
    • Verenigingen: Nieuwe verenigingen moeten vooraf worden aangemeld en kunnen zonder opgaaf van diepe redenen worden verboden.
    • Vergaderingen: Politieke bijeenkomsten worden onderworpen aan een meldingsplicht en strikte administratieve regels (uitnodigingen op naam).
    • Drukwerken: Bestaande verboden uit de tijd van de mobilisatie (Staat van Oorlog en Beleg) worden opgeheven, maar direct vervangen door een nieuwe, discretionaire bevoegdheid van de politie om in te grijpen.
  3. Rol van de Politie: De 'procureur-generaal, fungeerend directeur van politie' krijgt verregaande bevoegdheden om toezicht te houden, te verbieden en te ontbinden. Dit is een stap naar de centralisatie van het politieapparaat onder toezicht van de bezetter. Het document dateert van kort na de Nederlandse capitulatie in mei 1940. Nadat de koningin en de regering naar Londen waren gevlucht, bleven de Secretarissen-Generaal (de hoogste ambtenaren van de departementen) achter als het hoogste Nederlandse gezag.

De verordening die hier wordt beschreven (Verordening 41/1940), was een instrument van de Duitsers om de zogenaamde "Gelijkschakeling" te faciliteren. Door verenigingen en vergaderingen aan banden te leggen, kon de bezetter effectief elke vorm van georganiseerd verzet of politieke oppositie in de kiem smoren.

Opvallend is de voetnoot over Artikel 435a. Dit artikel was oorspronkelijk in 1934 in de Nederlandse wet opgenomen (het zogenaamde 'uniformverbod') om de opkomst van paramilitaire organisaties zoals de NSB-weerbaarheidsafdeling (WA) tegen te gaan. In de context van deze nieuwe verordening werd de toepassing ervan echter afhankelijk gemaakt van de Procureur-Generaal, wat in de praktijk betekende dat symbolen van de bezetter of bevriende organisaties niet meer verboden zouden worden, terwijl andere politieke uitingen wel konden worden vervolgd. I. De NSB Politie WA

Samenvatting

Dit document markeert een cruciaal moment in de juridische overgang naar de bezettingstoestand. De kernpunten zijn:

  1. Machtsoverdracht: De Rijkscommissaris delegeert wetgevende bevoegdheid aan de Nederlandse Secretarissen-Generaal. Dit stelde de bezetter in staat om via het bestaande Nederlandse ambtenarenapparaat het land te besturen, terwijl de Rijkscommissaris de uiteindelijke controle behield (zie punt II).
  2. Inperking van Vrijheden: Er wordt een streng controlesysteem ingevoerd voor de drie pijlers van het maatschappelijk middenveld:
    • Verenigingen: Nieuwe verenigingen moeten vooraf worden aangemeld en kunnen zonder opgaaf van diepe redenen worden verboden.
    • Vergaderingen: Politieke bijeenkomsten worden onderworpen aan een meldingsplicht en strikte administratieve regels (uitnodigingen op naam).
    • Drukwerken: Bestaande verboden uit de tijd van de mobilisatie (Staat van Oorlog en Beleg) worden opgeheven, maar direct vervangen door een nieuwe, discretionaire bevoegdheid van de politie om in te grijpen.
  3. Rol van de Politie: De 'procureur-generaal, fungeerend directeur van politie' krijgt verregaande bevoegdheden om toezicht te houden, te verbieden en te ontbinden. Dit is een stap naar de centralisatie van het politieapparaat onder toezicht van de bezetter.

Historische Context

Het document dateert van kort na de Nederlandse capitulatie in mei 1940. Nadat de koningin en de regering naar Londen waren gevlucht, bleven de Secretarissen-Generaal (de hoogste ambtenaren van de departementen) achter als het hoogste Nederlandse gezag.

De verordening die hier wordt beschreven (Verordening 41/1940), was een instrument van de Duitsers om de zogenaamde "Gelijkschakeling" te faciliteren. Door verenigingen en vergaderingen aan banden te leggen, kon de bezetter effectief elke vorm van georganiseerd verzet of politieke oppositie in de kiem smoren.

Opvallend is de voetnoot over Artikel 435a. Dit artikel was oorspronkelijk in 1934 in de Nederlandse wet opgenomen (het zogenaamde 'uniformverbod') om de opkomst van paramilitaire organisaties zoals de NSB-weerbaarheidsafdeling (WA) tegen te gaan. In de context van deze nieuwe verordening werd de toepassing ervan echter afhankelijk gemaakt van de Procureur-Generaal, wat in de praktijk betekende dat symbolen van de bezetter of bevriende organisaties niet meer verboden zouden worden, terwijl andere politieke uitingen wel konden worden vervolgd.

Genoemde Personen 1

Producten

A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Dieren: Hond Textiel & Kleding: Band Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Paling Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

NSB Politie WA

Gerelateerde Documenten 6