Archief 745
Inventaris 745-328
Pagina 180
Dossier 92
Jaar 1940
Stadsarchief

Archiefdocument

Origineel

verschillende deelen der stad te leveren. Van groente en
fruit zullen ook de lichtere artikelen ongetwijfeld in den
regel niet per tram, doch per paard en wagen of per handkar
worden vervoerd. Het tramvervoer zal dan ook in hoofdzaak
voor stapelartikelen zooals kool, wortelen, uien en hard
fruit kunnen dienen, doch zelfs van deze stapelartikelen zal
nog een belangrijk deel per schuit of op andere wijze worden
vervoerd.

      Op grond van het bovenstaande moet het aantal kilo-

grammen, dat in elk geval voor vervoer door Uw dienst in
aanmerking zou komen, gering worden geschat. Feitelijk staat
van geen enkel product met zekerheid vast, dat het voor ver-
voer door de tram in aanmerking zal komen. Alleen bij vrie-
zend weer en bij ernstigen sneeuwval, zou de tram dringend
noodig kunnen zijn, doch met het oog daarop plegen de winke-
liers steeds eenigen voorraad te vormen. Mijnerzijds kan dan
ook niet worden aanbevolen om de groote kosten voor het aan-
leggen van een tramlijn naar de Centrale Markt te maken.

                                 De Directeur, In dit document adviseert de directeur tegen de aanleg van een tramlijn naar de Centrale Markt voor het vervoer van goederen. De voornaamste argumenten zijn:
  1. Concurrentie van andere vervoersmiddelen: Lichtere producten worden meestal per handkar of paard en wagen vervoerd. Zelfs zwaardere "stapelartikelen" (kool, wortelen, uien) gaan voor een groot deel nog per schuit.
  2. Lage verwachte volumes: De geschatte hoeveelheid goederen die daadwerkelijk van de tram gebruik zou maken is te gering.
  3. Beperkte noodzaak: Alleen bij extreem winterweer zou een tram uitkomst bieden, maar winkeliers anticiperen hierop door voorraden aan te leggen.
  4. Kostenoverweging: De hoge investeringskosten voor de aanleg van de tramlijn wegen niet op tegen het beperkte nut. Dit document stamt waarschijnlijk uit de eerste helft van de 20e eeuw (gezien de spelling "zooals", "eenigen", "deelen" en het gebruik van paard en wagen). Het heeft zeer waarschijnlijk betrekking op de Centrale Markthallen in Amsterdam (geopend in 1934), waar in de planfase en beginperiode uitgebreid werd gedebatteerd over de logistieke ontsluiting via water, spoor en wegverkeer. Het document illustreert de overgangsfase waarin traditionele vervoerswijzen (schuit, handkar) nog dominant waren tegenover moderne infrastructurele projecten zoals goederentrams.

Samenvatting

In dit document adviseert de directeur tegen de aanleg van een tramlijn naar de Centrale Markt voor het vervoer van goederen. De voornaamste argumenten zijn:
1. Concurrentie van andere vervoersmiddelen: Lichtere producten worden meestal per handkar of paard en wagen vervoerd. Zelfs zwaardere "stapelartikelen" (kool, wortelen, uien) gaan voor een groot deel nog per schuit.
2. Lage verwachte volumes: De geschatte hoeveelheid goederen die daadwerkelijk van de tram gebruik zou maken is te gering.
3. Beperkte noodzaak: Alleen bij extreem winterweer zou een tram uitkomst bieden, maar winkeliers anticiperen hierop door voorraden aan te leggen.
4. Kostenoverweging: De hoge investeringskosten voor de aanleg van de tramlijn wegen niet op tegen het beperkte nut.

Historische Context

Dit document stamt waarschijnlijk uit de eerste helft van de 20e eeuw (gezien de spelling "zooals", "eenigen", "deelen" en het gebruik van paard en wagen). Het heeft zeer waarschijnlijk betrekking op de Centrale Markthallen in Amsterdam (geopend in 1934), waar in de planfase en beginperiode uitgebreid werd gedebatteerd over de logistieke ontsluiting via water, spoor en wegverkeer. Het document illustreert de overgangsfase waarin traditionele vervoerswijzen (schuit, handkar) nog dominant waren tegenover moderne infrastructurele projecten zoals goederentrams.

Gerelateerde Documenten 6