Getypte brief (doorslag/kopie) met handgeschreven aantekening.
Origineel
Getypte brief (doorslag/kopie) met handgeschreven aantekening. 30 september 1940. 37/28/21 M.
VP/HG.
Verzonden 30/9 [handgeschreven]
30 September 1940.
den Heer Directeur
der Gemeentetram,
Stadhouderskade 1,
Amsterdam-West.
Wijk 21.
Ter bevestiging van onze bespreking d.d. 28 dezer heb ik de eer U hierbij het navolgende te berichten.
De gemiddelde totale aanvoer op de Centrale Markt van groente bedraagt per maand: 5.000 ton, die van fruit: 3.000 ton. U deelde mij mede met 30 tramwagens, die twee ritten per dag zouden maken per dag 200 ton, dat wil zeggen per maand $\pm$ 5.000 ton te kunnen vervoeren. Deze tramwagens zouden derhalve ongeveer 60% van het totale vervoer aan groente en fruit der Centrale Markt kunnen verwerken, hetgeen om de navolgende redenen niet te verwachten is. De kleinhandelaren zullen voor den afvoer van hun producten van de markt niet, dan bij uiterste noodzaak, van de diensten der tram gebruik maken. Het vervoeren van de goederen door de tram beteekent, dat veel tijd door de handelaren wordt verloren en dat zij de goederen vanaf het eindpunt der tramlijn naar hun winkel moeten brengen. Ook op de Centrale Markt zullen de goederen eerst naar de tram moeten worden vervoerd; bij het normale op- en afladen van de kar komt thans dus nog het tweemaal overladen. De kleinhandelaren zullen dan ook trachten zich allereerst op verschillende andere wijzen te helpen, hetzij door vervoer per schuit, hetzij per paard en wagen of met handkarren. Ten aanzien van deze laatste diene, dat heden door de Federatie van Vereenigingen van Kleinhandelaren in aardappelen, groente en fruit, ongeveer 100 extra handkarren zijn gehuurd, teneinde zooveel mogelijk aan de daaraan ontstaande behoefte tegemoet te komen.
Met betrekking tot het te verwachten vervoer door de tram merk ik nog op, dat aardappelenvervoer waarschijnlijk in het geheel niet door de tram zal plaatsvinden; het is de bedoeling van den aardappelhandel om vanaf schuiten in de * Inhoud: De brief bespreekt een voorstel om de Amsterdamse Gemeentetram in te zetten voor het transport van verse producten van de Centrale Markt naar de stad. Hoewel de tram technisch gezien 60% van het volume zou kunnen verwerken (5.000 van de 8.000 ton), uit de schrijver grote scepsis over de praktische haalbaarheid.
* Logistieke knelpunten: De auteur identificeert het 'last mile'-probleem: handelaren moeten de goederen alsnog van de tramhalte naar hun eigen winkel transporteren. Bovendien zorgt het gebruik van de tram voor extra handelingen (tweemaal extra overladen), wat tijdrovend en inefficiënt is vergeleken met direct transport per schuit, paard en wagen, of handkar.
* Sociaal-economisch: De brief vermeldt de rol van de 'Federatie van Vereenigingen van Kleinhandelaren', die al 100 extra handkarren heeft gehuurd om de distributie zelf op te vangen. * Tijdsperiode: September 1940 valt in de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.
* Schaarsmiddelen: Door de oorlog ontstonden er al snel tekorten aan brandstof (benzine) voor gemotoriseerd vervoer. De stad Amsterdam onderzocht daarom alternatieven om de voedselvoorziening op peil te houden, waaronder het gebruik van het elektrische tramnetwerk voor goederenvervoer (de zogenaamde "Goederentram").
* Locatie: De 'Centrale Markt' verwijst naar de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat, destijds het logistieke hart voor de voedseldistributie in Amsterdam.
* Historisch belang: Dit document illustreert de spanning tussen theoretische transportoplossingen van de overheid en de weerbarstige praktijk van de kleine zelfstandigen in crisistijd.