Archief 745
Inventaris 745-328
Pagina 223
Dossier 90
Jaar 1940
Stadsarchief

Afschrift van een officiële brief (ambtelijke correspondentie).

5 maart 1940. Van: De Directeur van de Gemeentelijke Reinigings-, Markt- en Havendienst te Utrecht (getekend door Jacobs).

Origineel

Afschrift van een officiële brief (ambtelijke correspondentie). 5 maart 1940. De Directeur van de Gemeentelijke Reinigings-, Markt- en Havendienst te Utrecht (getekend door Jacobs). A F S C H R I F T.

GEMEENTELIJKE REINIGINGS+, MARKT- EN HAVENDIENST - UTRECHT.

ONDERWERP: innemen enz.
van leeg fust enz.
op de Groente- en
Fruitmarkt.

AAN
den Heer Directeur van den Gem.
Dienst van Haven- en Marktwezen,
Visschershavenweg 21,
(Schev.)
's-GRAVENHAGE.

Utrecht, 5 Maart 1940.
Veemarktplein 30.

    In antwoord op Uw schrijven d.d. 16 Februari l.l., aangaande bovenvermeld onderwerp, heb ik de eer U te berichten, dat mijn dienst geen bemoeinis heeft met het innemen, verzenden, enz. van het z.g. leegfust op de Groente- en Fruitmarkt alhier.
    Een en ander wordt door de belanghebbenden zelf verzorgd.
    Maatregelen te dezer zake worden hier ter stede niet overwogen.

                    Hoogachtend,
                    De Directeur,
                    (get.) Jacobs.

VOOR EENSLUIDEND AFSCHRIFT.
De Directeur van den Gemeentelijken Dienst
van Haven- en Marktwezen,

            [Handtekening] *   **Inhoud:** De brief is een formele afwijzing van verantwoordelijkheid of betrokkenheid. De Utrechtse havendienst reageert op een vraag uit Den Haag over de logistiek rondom "leeg fust" (lege kratten, kisten of vaten). Utrecht stelt duidelijk dat zij hierin geen rol spelen; de marktpartijen (handelaren en tuinders) moeten dit zelf regelen.
  • Toon: De toon is uiterst zakelijk en bureaucratisch ("heb ik de eer U te berichten", "geen bemoeinis", "niet overwogen").
  • Status van het document: Dit is een "eensluidend afschrift". Dit betekent dat het origineel in Utrecht bleef (of in een ander dossier), en dat deze kopie officieel gewaarmerkt is door de ontvangende dienst in Den Haag (de handtekening onderaan) voor hun eigen administratie.
  • Taalgebruik: Typisch voor de periode voor de spellinghervorming van 1947, met verbuigingen zoals "den Heer", "den Gemeentelijken Dienst" en de spelling "Maart". * Historische context: Het document is gedateerd op 5 maart 1940, slechts twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. Desondanks ademt het document de normale dagelijkse gang van zaken van het gemeentelijk apparaat uit.
  • Economische context: Het "fustvraagstuk" was een belangrijk logistiek onderdeel van de groothandel in levensmiddelen. Het beheer van emballage (statiegeld, retourzendingen) was arbeidsintensief. Uit deze brief blijkt dat de gemeente Utrecht in 1940 een 'laissez-faire' beleid voerde wat betreft de marktlogistiek: de marktpartijen waren zelf verantwoordelijk voor hun materiaal, de gemeente faciliteerde enkel de marktplaats zelf (het Veemarktplein).
  • Intergemeentelijke samenwerking: De brief illustreert hoe steden naar elkaars beleid keken. Den Haag was waarschijnlijk aan het onderzoeken of zij de regels rondom leeg fust moesten aanpassen en vroeg Utrecht om een 'best practice' of referentiekader.

Samenvatting

  • Inhoud: De brief is een formele afwijzing van verantwoordelijkheid of betrokkenheid. De Utrechtse havendienst reageert op een vraag uit Den Haag over de logistiek rondom "leeg fust" (lege kratten, kisten of vaten). Utrecht stelt duidelijk dat zij hierin geen rol spelen; de marktpartijen (handelaren en tuinders) moeten dit zelf regelen.
  • Toon: De toon is uiterst zakelijk en bureaucratisch ("heb ik de eer U te berichten", "geen bemoeinis", "niet overwogen").
  • Status van het document: Dit is een "eensluidend afschrift". Dit betekent dat het origineel in Utrecht bleef (of in een ander dossier), en dat deze kopie officieel gewaarmerkt is door de ontvangende dienst in Den Haag (de handtekening onderaan) voor hun eigen administratie.
  • Taalgebruik: Typisch voor de periode voor de spellinghervorming van 1947, met verbuigingen zoals "den Heer", "den Gemeentelijken Dienst" en de spelling "Maart".

Historische Context

  • Historische context: Het document is gedateerd op 5 maart 1940, slechts twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. Desondanks ademt het document de normale dagelijkse gang van zaken van het gemeentelijk apparaat uit.
  • Economische context: Het "fustvraagstuk" was een belangrijk logistiek onderdeel van de groothandel in levensmiddelen. Het beheer van emballage (statiegeld, retourzendingen) was arbeidsintensief. Uit deze brief blijkt dat de gemeente Utrecht in 1940 een 'laissez-faire' beleid voerde wat betreft de marktlogistiek: de marktpartijen waren zelf verantwoordelijk voor hun materiaal, de gemeente faciliteerde enkel de marktplaats zelf (het Veemarktplein).
  • Intergemeentelijke samenwerking: De brief illustreert hoe steden naar elkaars beleid keken. Den Haag was waarschijnlijk aan het onderzoeken of zij de regels rondom leeg fust moesten aanpassen en vroeg Utrecht om een 'best practice' of referentiekader.

Gerelateerde Documenten 6