Archiefdocument
Origineel
21 juni 1940. [Stempel linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. 37/85/1 1940
DOORGEZONDEN: 10/6
[Rechtsboven]
21/6-'40 / 137/85/3
[Hoofdtekst]
wagon 17913.
behoort tot 9 wagons kool die aan de
geass-en W G Dijkstra, J Glas en G Reumer
waren verkocht.
de opbrengst tot heden is:
2104 st. witte kool f 90.55
966 " " " (negatief) 6.80
3070 83.75
[Berekening in de rechter marge bij de negatieve post:]
opbrengst 31.60
onkosten 38.40
6.80
1696 st " zouden nog worden verkocht
indien dat mogelijk is:
restant is vernietigd.
Aangezien de verkoop plaatsvond in opdracht
van de Ned. Spoorwegen zal de opbrengst van de
wagons ook worden afgedragen aan die [onleesbaar/doorgehaald]
[Linksonder gedrukt]
Alg. Zaken Model No.
10.000-10-1937-1016 * Financiële afwikkeling: Het document geeft inzicht in de netto-opbrengst van een partij witte kool. Opmerkelijk is de verliespost van f 6,80 voor 966 stuks; de onkosten (transport, handling) waren hoger dan de verkoopwaarde. De totale netto-opbrengst van de wagon bedroeg f 83,75.
* Bederf en vernietiging: Van de oorspronkelijke partij is een aanzienlijk deel (1696 stuks) niet verkocht kunnen worden en vernietigd. Dit wijst op kwaliteitsverlies of logistieke problemen.
* Rol van de NS: De verkoop vond plaats in opdracht van de Nederlandse Spoorwegen. Dit suggereert dat de NS als vervoerder de goederen "en route" heeft moeten verkopen, mogelijk omdat de oorspronkelijke geadresseerden de zending niet konden accepteren of omdat de reisduur te lang was geworden.
* Betrokkenen: De genoemde kopers (W.G. Dijkstra, J. Glas en G. Reumer) zijn vermoedelijk groentehandelaren of commissionairs die optraden als tussenpersoon. Het document dateert van juni 1940, slechts enkele weken na de Duitse inval en de Nederlandse capitulatie in mei 1940. In deze periode was het spoorwegnetwerk zwaar ontregeld door vernielde bruggen en militaire transporten. Hierdoor bleven veel wagonladingen met bederfelijke waren, zoals de hier genoemde witte kool (waarschijnlijk uit de regio Noord-Holland), steken. Om totale verspilling te voorkomen, kregen de Spoorwegen vaak de opdracht of de bevoegdheid om dergelijke ladingen ter plekke te verkopen of te veilen. De administratieve afwikkeling, zoals hier te zien, diende om de uiteindelijke netto-opbrengst terug te sluizen naar de rechtmatige eigenaren of de spoorwegkas.