Ambtelijke brief/adviesnota.
Origineel
Ambtelijke brief/adviesnota. 5 augustus 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen of de Centrale Markt). Rechtsboven staat de handgeschreven naam 'L. Broese'. Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam (Alhier). L. Broese [handgeschreven]
vP/HG.
Verzonden 6/8 [handgeschreven]
37/117/2 M.
1
5 Augustus 1940.
Klacht van M. Kamper inzake
bemoeilijking van zijn bedrijf.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 26 Juli jl. om advies ontvangen stuk no. 694 L.M. 1940 heb ik de eer U te berichten, dat adressant sedert 1 Juli jl. als aardappelgrossier op de Centrale Markt is gevestigd en aldaar een plaats buiten de hal bezet. De bedoeling van adressant's klacht is blijkbaar te protesteeren tegen de aanvulling van artikel 5 van het Reglement op de Centrale Markt, krachtens welke bepaling het den koopers verboden is aardappelen, groenten of fruit te betrekken van andere dan op de Centrale Markt gevestigde verkoopers. De adressant was tot 1 Julijjl. niet op de Centrale Markt gevestigd en hij kon derhalve, sedert de vorenbedoelde aanvulling, zijn zaken niet meer op den ouden voet uitoefenen. Of en in hoeverre hij door het feit, dat hij thans op de Centrale Markt is gevestigd wordt geschaad, kan dezerzijds uiteraard niet worden beoordeeld; vast staat evenwel, dat hij thans in de zelfde omstandigheden verkeert als alle andere aardappelgrossiers hier ter stede. Er bestaat mijns inziens voor de Gemeente in het geheel geen aanleiding om den adressant op eenigerlei wijze tegemoet te komen; hij is verplicht zijn zaken te drijven met inachtneming van de voorschriften, die dienaangaande van overheidswege worden gesteld. Ik heb de eer U beleefd in overweging te geven den adressant van het vorenstaande mededeeling te doen.
Wat adressant's opmerking betreft, dat hij niet tot de Combinatie van aardappelgrossiers is toegelaten stel ik voorop, dat dezerzijds uiteraard op de bedoelde toelating geen invloed kan worden uitgeoefend. Vanwege het Bestuur der bedoelde Combinatie is mij meegedeeld, dat adressant zoo weinig zaken drijft, dat het onmogelijk wordt geacht, om hem als grossier in de Combinatie op te nemen, aangezien ook de minimum-uitkeering, die de grossiers uit de bedoelde Combinatie ontvangen, nog zeer veel grooter is, dan op grond van adressant's zaken zou zijn gewettigd.
De Directeur, Het document betreft een afwijzing van een klacht ingediend door een zekere M. Kamper, een aardappelgrossier. De kern van het geschil is een wijziging in het Reglement op de Centrale Markt (artikel 5). Deze wijziging verplichtte kopers om hun waren uitsluitend te betrekken van handelaren die fysiek op de markt gevestigd waren.
Kamper, die voorheen van buiten de markt opereerde, zag zijn bedrijfsvoering hierdoor belemmerd. Hoewel hij zich per 1 juli 1940 wel op de markt heeft gevestigd, blijft hij ontevreden. De Directeur adviseert de Wethouder echter om de klacht niet te honoreren. Zijn argument is dat Kamper nu onder dezelfde regels valt als zijn concurrenten en dat de overheid niet hoeft te wijken voor individuele klachten over algemene regelgeving.
Interessant is de tweede alinea, waarin de uitsluiting van Kamper uit de 'Combinatie van aardappelgrossiers' wordt besproken. De directeur distantieert zich van deze private kwestie, maar merkt op dat de Combinatie Kamper weigert omdat zijn omzet te laag is; de minimumuitkering van het collectief zou zelfs hoger zijn dan wat Kamper op eigen kracht verdient. De brief is gedateerd op 5 augustus 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode begon de herstructurering van de Nederlandse economie en voedselvoorziening onder toezicht van de bezetter.
De 'Centrale Markt' verwijst naar de Centrale Markthallen in Amsterdam-West (aan de Jan van Galenstraat), het logistieke hart van de voedseldistributie voor de stad. In oorlogstijd was een strakke regulering van de handel essentieel voor de distributie en de beheersing van schaarste.
De genoemde "Combinatie van aardappelgrossiers" is een voorbeeld van de verzuilde of branche-gebonden organisaties die in die tijd de handel domineerden. Tijdens de bezetting werden dergelijke organisaties vaak gedwongen omgevormd of gecentraliseerd onder toezicht van de bezetter om de controle op de voedselketen te maximaliseren. Het feit dat Kamper buiten deze boot valt, typeert de positie van de kleine zelfstandige in een tijd van toenemende schaalvergroting en centrale aansturing.