Archiefdocument
Origineel
30 juli 1940. *) ik Ubeleefd in overweging,
mij zoo mogelijk spoedig te
willen machtigen het
bovenbedoelde verzoek in te
willigen.
[Paraaf/Handtekening]
30/7 '40 exp.
H
Voor de goede orde voeg ik hieraan nog toe,
dat de kans niet groot is, dat kooplieden,
met andere waren dan haring, om een
zelfde faciliteit zullen vragen, aangezien
in den regel alleen haringkooplieden
over eigen barremateriaal beschikken, dat
zij in door hen gehuurde loodsen plegen te
bergen. Wanneer in normale tijden
haringkooplieden steun ontvangen, dan
is dit meestal slechts voor enkele weken;
zij blijven dan hun loodshuur doorbetalen.
Aangezien nu het vooruitzicht bestaat, dat
geruimen tijd geen haring beschikbaar zal Dit document betreft een intern ambtelijk advies over het toekennen van een gunst of financiële tegemoetkoming ("faciliteit") aan haringkooplieden. De auteur adviseert een superieur om het verzoek in te willigen en voert daarvoor een specifiek argument aan om de angst voor precedentwerking weg te nemen.
De schrijver legt uit dat haringkooplieden een unieke positie hebben omdat zij "barremateriaal" (tonnen en gereedschap voor haringverwerking) bezitten dat in gehuurde loodsen moet worden opgeslagen. In normale tijden is steun aan deze groep kortstondig, maar de auteur wijst erop dat de huidige situatie ernstiger is: er wordt een langdurig gebrek aan haring verwacht.
De tekst is geschreven in een formele, ambtelijke stijl en bevat een correctie in regel 19, waar een woord is doorgehaald en vervangen door "meestal" om de bewering te nuanceren. De term "barremateriaal" is een vakterm die verwijst naar de vaten (barren) waarin haring wordt gezouten. De datum 30 juli 1940 is cruciaal voor het begrijpen van dit document. Nederland was op dat moment enkele maanden bezet door nazi-Duitsland. De oorlogstoestand op de Noordzee (mijnen, blokkades en vorderingen van schepen) zorgde ervoor dat de Nederlandse haringvisserij nagenoeg stil kwam te liggen.
Haring was een volksvoedsel van groot strategisch belang. De kooplieden zaten door het gebrek aan aanvoer zonder inkomsten, maar hun vaste lasten, zoals de huur van opslagruimte voor hun vaten en materiaal, liepen door. Dit document toont hoe de Nederlandse bureaucratie onder de bezetting probeerde om te gaan met de economische ontwrichting door de oorlog, waarbij men zocht naar manieren om specifieke beroepsgroepen te steunen zonder de schatkist open te stellen voor alle andere handelaren.