Archiefdocument
Origineel
7 september 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Dienst voor de Voedselvoorziening Amsterdam). vdL/HG. Verzonden 9/9
37/118/3 M.
7 September 1940.
Aanvoer mosselen en haring
uit Denemarken.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Naar aanleiding van Uw missive d.d. 17 Augustus jl. No. 714 L.M. (1940) heb ik de eer U het volgende mede te deelen.
Aankoop van haring in Denemarken: Zooals ik in de vergadering van de Commissie voor Visch, gehouden op 27 Augustus jl. reeds heb medegedeeld, is de Visscherijcentrale te Den Haag niet bereid om mede te werken tot extra-invoer van haring uit Denemarken voor Amsterdam. Zij kan zulks niet doen, omdat deze import zeer beperkt is door de groote aankoopen van Duitschland. Het geringe voor Nederland beschikbare quantum heeft de Visscherijcentrale daarom moeten toewijzen aan de van ouds bekende importeurs van visch uit Denemarken, wien daarvoor consenten worden afgegeven. Op verzoek van de Commissie voor Visch heb ik deze quaestie andermaal, namelijk op 29 Augustus jl. met de Visscherijcentrale besproken. Daarbij is mij gebleken, dat de aanvoer van haring uit Denemarken eerstdaags op order van hoogerhand nog strenger zal worden beperkt en geregeld, namelijk tegen vastgestelde prijzen en uitsluitend op consent. In deze regeling is beslist geen plaats voor extra-aanvoeren door de Gemeente Amsterdam of door niet-rechthebbenden op consenten.
Mosselen: Zooals reeds door een communiqué Uwerzijds aan de Pers is bekend gemaakt, is de aanvoer van Zeeuwsche mosselen te Amsterdam op 3 September jl. begonnen. De eerste resultaten zijn niet ongunstig, ofschoon dien dag groote partijen onverkocht zijn gebleven en daarna zelfs gedeeltelijk afgekeurd voor de consumptie. Daar zoowel door grossiers als door den Nederlandschen Bond van Kleinhandelaren in het Visch- en Haringbedrijf in veel te ruime mate mosselen waren aangevoerd - waartegen ik gewaarschuwd heb - kon niet alles verkocht worden en moest een deel, in verband met de warmte van de laatste dagen, worden afgekeurd. Desniettemin zal de aanvoer van dit belangrijke volksvoedsel in de komende week worden voortgezet en zal op 12 September a.s. vanwege het Mosselen Verkoopkantoor te Bergen op Zoom de verdere propaganda voor het gebruik van mosselen te Amsterdam worden ingeleid met een demonstratie.
De Directeur, Dit document is een ambtelijk verslag over de stand van zaken betreffende de visvoorziening in Amsterdam aan het begin van de Duitse bezetting. Er worden twee hoofdpunten besproken:
- Haringimport uit Denemarken: De poging van de gemeente Amsterdam om extra haring uit Denemarken te importeren is mislukt. De centrale autoriteit (Visscherijcentrale) weigert medewerking omdat de exportmarkt wordt gedomineerd door grootschalige aankopen van nazi-Duitsland. De distributie is strikt gereguleerd via een vergunningenstelsel (consenten) voor gevestigde handelaren. De term "hoogerhand" verwijst hier impliciet naar de bezettingsmacht of de onder hun toezicht staande centrale organen.
- Zeeuwse Mosselen: De aanvoer van mosselen naar de hoofdstad is gestart. Ondanks een stroeve start, waarbij partijen mosselen bedierven door warmte en overbevoorrading (tegen het advies van de directeur in), wordt dit product gepromoot als "volksvoedsel". Er wordt ingezet op actieve propaganda en demonstraties om de consumptie te stimuleren. Het document dateert van september 1940, slechts enkele maanden na de Nederlandse capitulatie. De context van de Tweede Wereldoorlog is direct voelbaar in de tekst. De Duitse bezetter begon direct met het overhevelen van Nederlandse en Europese grondstoffen naar de eigen economie, wat hier expliciet wordt genoemd als reden voor het tekort aan Deense haring.
De focus op mosselen als "volksvoedsel" is kenmerkend voor de vroege bezettingsjaren, waarbij geprobeerd werd om via lokale producten de dreigende voedselschaarste op te vangen. De Visscherijcentrale fungeerde in deze periode als het centrale sturingsorgaan dat de visserijsector in lijn moest brengen met de behoeften van de bezetter en de gecontroleerde nationale distributie. De brief illustreert de beperkte macht van gemeentebesturen ten opzichte van de gecentraliseerde distributiepolitiek onder de bezetting.