Dienstbrief / Verzoekschrift
Origineel
Dienstbrief / Verzoekschrift Rijksinspectie voor Luchtbescherming, 's-Gravenhage [Handgeschreven, rechtsboven:] ter. Mr. [?]
[Handgeschreven, middenboven:] extra
[Getypt, rechtsboven:] S/HG.
der Rijksinspectie voor
Luchtbescherming,
Heerengracht 23,
's-Gravenhage.
37/133/1 M. [links] 24 Augustus 1940. [rechts]
Naar aanleiding van een desbetreffend bericht in het Alge-
meen Handelsblad van 23 dezer heb ik de eer [u - handgeschreven tussenvoeging] om toezending van een
exemplaar van de "Bepalingen en voorschriften betreffende het ge-
bruik van verlichting buiten gebouwen, op terreinen enz." te ver-
zoeken.
De Directeur, * Taal: Nederlands (vooroorlogse spelling, bijv. "Augustus", "Heerengracht").
* Inhoud: De directeur van de Rijksinspectie voor Luchtbescherming verzoekt om een officieel exemplaar van nieuwe voorschriften betreffende buitenverlichting. Dit verzoek is gebaseerd op een aankondiging in het Algemeen Handelsblad van de dag ervoor.
* Handgeschreven toevoegingen: Er is een handgeschreven "u" tussengevoegd in de zin "heb ik de eer om...", wat de zin hoffelijker maakt ("heb ik de eer u om..."). Bovenaan staat het woord "extra", wat mogelijk duidt op een extra kopie of een specifieke administratieve status. Rechtsboven staat een paraaf of naam (mogelijk "ter [attentie van] Mr. ...").
* Toon: Formeel en ambtelijk. Dit document stamt uit augustus 1940, enkele maanden na de Duitse inval en het begin van de bezetting van Nederland. De Rijksinspectie voor de Luchtbescherming speelde een cruciale rol in de passieve luchtverdediging.
De "Bepalingen en voorschriften betreffende het gebruik van verlichting" waren in deze periode van vitaal belang vanwege de verduisteringsmaatregelen. Om te voorkomen dat geallieerde bommenwerpers zich konden oriënteren op het licht van steden, gold er een streng regime voor buitenverlichting. De Rijksinspectie moest over de exacte teksten beschikken om toezicht te kunnen houden en gemeenten te kunnen adviseren. Het feit dat men de informatie uit de krant (Algemeen Handelsblad) moest vernemen, suggereert dat de officiële communicatie tussen verschillende overheidsinstanties of de bezetter in die beginfase van de oorlog nog niet altijd vlekkeloos verliep.