Ambachtelijk getypt proces-verbaal / Rapport van de marktpolitie/controle.
Origineel
Ambachtelijk getypt proces-verbaal / Rapport van de marktpolitie/controle. 28 november 1940. R A P P O R T
Op 26 November j.l. werd mij door grossier C. Keizer medegedeeld, dat een hem onbekend persoon zich op 23 November j.l. zou hebben schuldig gemaakt aan vervalsching van een embalagebon waardoor Keizer is benadeeld voor een bedrag van F 8.-. In verband hiermede heb ik op 26 November, op aanwijzing van Keizer op de Centrale Markt staande gehouden een persoon die mij later des gevraagd op gaf te zijn genaamd: Frederik Willem Bronkhorst, oud 24 jaar, zonder beroep en wonende Marnixstraat 277 alhier.
Ten knecht van Keizer, genaamd W. Roelofs, verklaarde mij, dat hij van Bronkhorst den laatsten tijd verscheidene male een ledige kist had ingenomen en hem hiervoor steeds een embalagebon ter waarde van zestig cent had gegeven. De dochter van Keizer die deze bonnen uitbetaald verklaarde, dat Bronkhorst den laatsten tijd geregeld embalagebonnen had ingeleverd, welke bonnen gemiddeld een waarde hadden van zeven a acht gulden. Bronkhorst hierover door mij gehoord verklaarde als volgt: "Evenals mijn vader ben ik sedert geruimen tijd zonder werk. Voordien ben ik als personeel werkzaam geweest bij den grossier H. Terpunt. Waar ik als gevolg van mijn slechte gezondheid geen werk kon vinden en toch ook wel eens wat in mijn zak wilde hebben, heb ik kans gezien om op een oneerlijke wijze aan geld te komen. Ik ging hierbij als volgt te werk. Van den grossier H. Terpunt kocht ik een ledige kist ter waarde van ~~xx~~ zestig cent. Deze kist leverde ik dan in bij den knecht van Keizer van wien ik dan een embalage bon kreeg van gelijke waarde. Voordat ik nu deze bon aan de dochter van Keizer ter uitbetaling aanbood verhoogde ik zelf eerst het bedrag dat daar op vermeld stond. Het bedrag wat er dan op stond is mij door de dochter van Keizer altijd uitbetaald. Hoe vaak ik deze truc heb toegepast en hoeveel geld ik op deze wijze heb verkregen weet ik niet. Dat de laatste keer dat ik het gedaan heb, heb ik het bedrag verhoogd van zestig cent in F 8.60. Van het geld dat ik op deze wijze heb verkregen heb ik een gedeelte aan mijn moeder gegeven, doch haar nimmer verteld op welke wijze ik daar aan gekomen was. Een gedeelte van het geld dat ik zoo heb verkregen heb ik thans nog bij mij." Bronhorst bleek een bedrag van F 22.50 bij zich te hebben hetwelk ik van hem in beslag heb genomen en voorloopig gedeponeerd in de handkast van kamer 117.
Bij onderzoek is mij inderdaad gebleken, dat Bronkhorst bij H. Terpunt eenige malen een ledige kist heeft gekocht te waarde van zestig cent.
Hoewel grossier Keizer, mede als gevolg van zijn beholpen administratie, niet met zekerheid kan verklaren voor hoeveel hij op deze wijze door Bronkhorst is benadeeld, raamde hij het bedrag op ongeveer F 150.- Hij verklaarde zich echter bereid met Bronhorst een schikking te treffen wanneer hij voor ten minste honderd gulden wordt schadeloos gesteld. Met deze schikking gaat Bronkhorst accoord, zoodat van dit geval door Keizer geen aangifte zal worden gedaan. Het door mij bij Bronkhorst in beslag genomen bedrag van F 22.50 heb ik aan Keizer ~~xxxxx~~ teruggegeven en hiervoor van hem een kwitantie ontvangen.
Aangaande de Strafrechterlijke zijde van dit geval moge ik nog het volgende op merken. De embalagebonnen worden bij Keizer in duplo uitgeschreven. Zij zijn echter niet van een nummer voorzien en worden evenmin op naam gesteld. Op het orgineel vindt uitbetaling plaats, waarna het orgineel onmiddellijk wordt vernietigd. Vergelijking met de copie is derhalve niet mogelijk. Al had Keizer in dit geval wel aangifte willen doen dan had het nog bezwaarlijk geweest een strafrechterlijke vervolging in te stellen, ten eerste omdat de vervalsching niet uit het embalage copieboek kon worden aangetoond en de orginele bon reeds was vernietigd en ten tweede omdat alleen op de verklaring van een verdachte geen straf kan worden opgelegd. Ook den heer Bonenkamp, Inspecteur van Politie aan Bureau Admiraal de Ruyterweg, met wien ik dit geval nog heb besproken was van een zelfde meening. Ten slotte heb ik Keizer nog geadviseerd zijn administratie op dit punt te herzien.
Den Heer Bedrijfschef
v/h Marktwezen
Amsterdam 28 November 1940
Controleur,
[Handtekening] * Taal en spelling: Het document is opgesteld in de toen gangbare spelling (bijv. "vervalsching", "zoo", "strafrechterlijke"). Er staan enkele typefouten in die met 'x-jes' zijn overgetypt (bijv. bij "zestig cent" en "teruggegeven"). Ook valt de spelling van "embalage" (met één 'l') en "orgineel" op.
* De fraude: De verdachte, F.W. Bronkhorst, maakte gebruik van een zwakte in het administratieve systeem van grossier Keizer. Hij kocht lege kisten voor 60 cent, ontving daarvoor een bon, verhoogde het bedrag handmatig (bijv. naar 8,60 gulden) en cashte deze bij de dochter van de grossier.
* Juridische complicatie: De controleur merkt op dat vervolging lastig zou zijn. Omdat de originele bonnen na uitbetaling direct werden vernietigd en de kopieën niet genummerd waren, was er geen fysiek bewijs van de vervalsing in de administratie. Een bekentenis alleen was in deze context onvoldoende voor een sterke strafzaak.
* Afhandeling: Er is gekozen voor een schikking (minnelijke schikking). De verdachte betaalt de schade terug aan de gedupeerde grossier om strafrechtelijke vervolging te voorkomen. Dit was een praktische oplossing voor een bewijstechnisch zwakke zaak. Dit document stamt uit november 1940, de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de oorlog niet direct wordt genoemd, schetst het document een beeld van de sociaaleconomische situatie: Bronkhorst is werkloos ("zonder werk") en kampt met een slechte gezondheid, wat hem drijft tot kleine criminaliteit om in zijn levensonderhoud (en dat van zijn moeder) te voorzien.
De Centrale Markt in Amsterdam was een cruciaal knooppunt voor de voedselvoorziening. Het Marktwezen hield toezicht op de orde en de eerlijkheid van de handel. De betrokkenheid van een "Controleur" en de verwijzing naar een politie-inspecteur van Bureau Admiraal de Ruyterweg tonen aan hoe de handhaving op het marktterrein georganiseerd was. De genoemde bedragen (F 150,- schade) waren voor die tijd aanzienlijk; ter vergelijking: een gemiddeld weekloon lag toen rond de 25 à 30 gulden.