Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 19 juli 1940 (gebaseerd op de aantekening "19/7" en het stempel "1940"). [Links boven:]
№ 53/38 // M. 1940 19/7
[Rechts boven in lichter schrift:]
m.i. Th. Broers
[Brieftekst:]
Mynheer,
Daar ik eenige tyd
geleden aangevraagd hebt voor
een Toegangs kaart tot de Centrale
Markt, en er nog geen heeft, wil
ik nu schriftelijk aanvragen.
Ik ben een 3 maanden geleden
voor mijzelf een Besteldienst en
Kruierij begonnen, en met de tyd
ging het steeds beter, Ik kreeg
zelfs werk op de Centrale Markt.
Maar ik heb daar niet veel aan
zonder kaart. Ik heb iedere
dag werk voor C. Visser, Gaffursts
een paar maal in de week voor
P. Maasen. C. Markt Puir E. 10,
en nog eenige, dat mag ik toch
niet laten loopen. Vandaag de
dag kun je toch zoo maar niet
het kaas van je brood laten
eten. Ik heb dringend een * Schrijver: De brief is geschreven door een beginnend ondernemer (besteldienst en kruierij) die sinds ongeveer drie maanden voor zichzelf werkt. De naam van de afzender ontbreekt op deze pagina.
* Inhoud: De schrijver klaagt dat een eerdere aanvraag voor een toegangskaart voor de Centrale Markt nog niet is gehonoreerd. Zonder deze kaart kan hij zijn werk niet naar behoren uitvoeren voor klanten zoals C. Visser, Gaffursts en P. Maasen (gevestigd aan de Centrale Markt, sectie E.10).
* Stijl en Spelling: De tekst bevat enkele grammaticale imperfecties (zoals "ik ... aangevraagd hebt" en "er nog geen heeft") en maakt gebruik van de destijds gebruikelijke spelling ("eenige", "tyd"). Het handschrift is een vlot, hellend cursief.
* Kernzin: "Vandaag de dag kun je toch zoo maar niet het kaas van je brood laten eten." Dit onderstreept de economische noodzaak van de aanvraag. Deze brief dateert van juli 1940, slechts twee maanden na de Nederlandse capitulatie en het begin van de Duitse bezetting. In deze periode was de economische situatie onzeker en probeerden veel kleine zelfstandigen hun nering voort te zetten onder het nieuwe regime.
De "Centrale Markt" in Amsterdam (tegenwoordig het Food Center aan de Jan van Galenstraat) was een streng gereguleerd terrein. Voor vervoerders en kruiers was een officiële toegangskaart essentieel om handelaren te kunnen beleveren. De bureaucratie rondom deze vergunningen was in die tijd groot, mede door de toenemende controle op distributie en goederenstromen door de bezetter en de Nederlandse autoriteiten. De brief getuigt van de persoonlijke strijd om het hoofd boven water te houden in een veranderende economische realiteit.