Administratief bijblad of dossierkaart, waarschijnlijk van een arbeidsbureau of sociale dienst.
Origineel
Administratief bijblad of dossierkaart, waarschijnlijk van een arbeidsbureau of sociale dienst. [Kader linksboven]
B I J B L A D V A N:
M. No. 53/42/1 1940
DOORGEZONDEN: 27/7
[Rechtsboven, in rood potlood/inkt]
50/wh [?]
[Midden rechts]
oproepen en brief terug
31/7 - 40
1/8 - 40
[Midden, potloodnotitie]
Alberding medegedeeld, dat
hem geen ontstempelkaart kan
worden verstrekt. afd-is
[Paraaf Stb]
Mr. Steenbeek
[Onderste helft, donkerdere inkt/potlood]
Waarom niet? Redenen van
afwijzing vermelden s.v.p. 6-8-'40
Beslissing Directeur. Deelnemingskaart
worden alleen nog verstrekt aan ontslagen
personeel, mits deze niet wegens
onwilligheid zijn ontslagen. afd-is
[Paraaf Stb]
9-8-'40 [onleesbare paraaf] * Kern van de zaak: Het document betreft de afwijzing van een aanvraag door een zekere Alberding voor een "ontstempelkaart" (ook wel "stempelkaart" genoemd). Dit was een essentieel document voor werklozen om aan te tonen dat zij zich dagelijks meldden bij de arbeidsbeurs, wat een voorwaarde was voor het ontvangen van een uitkering.
* Beleidswijziging: Uit de aantekening van 9 augustus 1940 blijkt een strikter beleid ("Beslissing Directeur"). Deelnemingskaarten worden voortaan alleen verstrekt aan personeel dat ontslagen is, met de expliciete voorwaarde dat dit ontslag niet te wijten mag zijn aan "onwilligheid" (weigering om te werken).
* Handschrift en annotaties: Het document bevat verschillende lagen van administratieve verwerking. De vraag "Waarom niet?" duidt op een interne controle of een vraag van een hogere ambtenaar naar aanleiding van de initiële afwijzing door Mr. Steenbeek. De afkorting "afd-is" komt herhaaldelijk voor en verwijst vermoedelijk naar de betreffende administratieve afdeling. Dit document stamt uit de eerste maanden van de Duitse bezetting van Nederland (zomer 1940). De administratie van de arbeidsvoorziening en sociale zorg bleef aanvankelijk grotendeels in Nederlandse handen, maar de regels werden al snel aangescherpt. De term "onwilligheid" kreeg in de loop van de bezetting een steeds zwaardere lading, zeker toen de Duitsers begonnen met het ronselen van Nederlandse arbeiders voor de Duitse oorlogsindustrie. Wie "onwillig" was om te werken (al dan niet in Duitsland), verloor zijn recht op ondersteuning. De datering (juli/augustus 1940) markeert het begin van deze bureaucratische verharding in het vroege stadium van de bezetting. M. No M. No