Getypte brief op een kaart of strook papier.
Origineel
Getypte brief op een kaart of strook papier. 5 februari 1940 (geschreven als "5/II. ,40"). Een bedrijf of instantie uit Alkmaar (verwijst naar zichzelf als "ondergeteekenden" en "zy"). Een ongenoemde "WelEd Heer", waarschijnlijk werkzaam bij de administratie van de Markthallen of de gemeente Amsterdam. Nº 53/73/M. 1940 7/11
[Handgeschreven in de rechterbovenhoek:]
in Alkmaar [?]
WelEd Heer
Ondergeteekenden verzoekt U beleefd om na-
dere inlichtingen betreffende de voorwaarden
waarop zy een doorloopende toegangskaart kan be-
komen voor hare Vertegnwoordiger tot de Markt
hallen der Gemeente Amsterdam. U voor de te ne-
men moeite by voorbaat dankzrggend verblyft zy
Hoogachtend
Alkmaar 5/II. ,40
[Handtekening, mogelijk:] J. Mema [?]
[In paars stempelkader:]
Ingeschreven bij het
RIJKSTEXTIELBUREAU
Sectie Jute No. 1084/2152 * Inhoud: De afzender verzoekt informatie over de procedure voor het verkrijgen van een permanente toegangspas voor de Amsterdamse Markthallen ten behoeve van een vertegenwoordiger.
* Taalgebruik: Het document hanteert een formele, ietwat ouderwetse stijl ("WelEd Heer", "ondergeteekenden verzoekt U beleefd"). Er staan enkele opvallende typefouten in de tekst: "Vertegnwoordiger" (mist een 'e') en "dankzrggend" (waarschijnlijk bedoeld als 'dankzeggend').
* Administratieve sporen: Bovenaan staat een referentienummer (Nº 53/73/M. 1940 7/11). Het meest opvallend is het stempel van het Rijkstextielbureau, sectie Jute. Dit wijst erop dat de afzender waarschijnlijk actief was in de handel van jute (bijvoorbeeld zakken voor goederen op de markt). Dit document stamt uit februari 1940, de periode van de mobilisatie in Nederland, enkele maanden voor de Duitse inval. In deze tijd werden de teugels rondom handel en distributie al strakker aangetrokken door de overheid. Het Rijkstextielbureau was een van de crisisorganisaties (Rijksbureaus) die moesten toezien op de voorraad en distributie van grondstoffen die essentieel waren voor de economie en defensie. Jute was in die tijd cruciaal voor het verpakken van landbouwproducten en het maken van zandzakken.
De Markthallen van Amsterdam (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat) waren het centrale punt voor de groothandel in levensmiddelen. Toegang was gereguleerd, wat verklaart waarom een bedrijf uit Alkmaar een officiële aanvraag moest doen voor een "doorloopende toegangskaart" om daar handel te kunnen drijven of goederen te vertegenwoordigen. J. Mema Gemeente Amsterdam