Officiële brief/kennisgeving (waarschijnlijk een doorslag van een verzonden brief).
Origineel
Officiële brief/kennisgeving (waarschijnlijk een doorslag van een verzonden brief). 2 december 1940. De Directeur (instantie niet expliciet vermeld, maar gerelateerd aan havenarbeid in Amsterdam). den Heer I.J. Roeg, Polanenstraat 47 hs, Amsterdam-Centrum. vD/HG.
extra [handgeschreven]
den Heer I.J.Roeg,
Polanenstraat 47 hs,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 16.
53/79/2 M. 2 December 1940.
Naar aanleiding van Uw brief ingekomen op 23 November jl. bericht ik U, dat aan het daarin vervatte verzoek niet kan worden voldaan, omdat voorloopig geen overkruierskaarten meer worden uitgereikt.
De Directeur, * Inhoud: De brief is een formele afwijzing van een verzoek dat door de heer I.J. Roeg is ingediend op 23 november 1940. Hij had blijkbaar verzocht om een "overkruierskaart". De directeur laat weten dat dergelijke kaarten voorlopig niet meer worden uitgegeven.
* Terminologie: Een "overkruier" was een losse havenarbeider (sjorder of sjouwer) in de Amsterdamse haven die niet bij een vaste firma in dienst was, maar per klus werkte. De "overkruierskaart" was het bewijs van inschrijving of de vergunning om dit werk te mogen doen.
* Toon: De toon is kortaf en ambtelijk-zakelijk, kenmerkend voor de bureaucratie uit die tijd. Er wordt geen specifieke reden gegeven waarom de uitgifte is gestaakt, behalve het vage "voorloopig". * Historische periode: De brief is gedateerd op 2 december 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.
* Bezetting en controle: Tijdens de bezetting namen de Duitsers en de gelijkgeschakelde Nederlandse instanties de controle over de strategisch belangrijke Amsterdamse haven strak in handen. Het stopzetten van de uitgifte van werkvergunningen (overkruierskaarten) kan duiden op een reorganisatie van de havenarbeid onder toezicht van de bezetter, of op een overschot aan arbeidskrachten door de stagnerende overzeese handel.
* Persoonsgegevens: De ontvanger, I.J. Roeg, woonde in de Polanenstraat in de Spaarndammerbuurt, een typische arbeiderswijk nabij de havens. De achternaam Roeg komt in die tijd veel voor binnen de Joodse gemeenschap in Amsterdam. Gezien de datum (eind 1940) en het feit dat de anti-Joodse maatregelen toen al in gang waren gezet (zoals de ariërverklaring voor ambtenaren in oktober 1940), is het zeer aannemelijk dat deze afwijzing te maken had met de beginnende uitsluiting van Joden uit het economische leven en de beroepsbevolking. Velen verloren in deze periode hun vergunningen of kregen deze niet langer verlengd. I.J. Roeg