Brief (getypt met handgeschreven handtekening en aantekeningen).
Origineel
Brief (getypt met handgeschreven handtekening en aantekeningen). 12 december 1940. J. van Heigen, Officier van het Leger des Heils. De Weled. Heer Marktmeester te Amsterdam. No. 53 80/1 M.1940 13/12 [stempel/handgeschreven]
12 December '40.
Den Weled. Heer Marktmeester,
AMSTERDAM.
[Handgeschreven aantekening in paarse inkt, mogelijk:] ni. Th. Broere
Zeer geachte Mijnheer,
Beleefd zouden wij U om toestemming willen verzoeken tot het verkoopen van onze Kerstboeken op Zaterdagmorgen a.s. Gaarne zouden wij dan in de markthallen willen komen, om het Kerstnummer den menschen aan te bieden.
U bij voorbaat hartelijk dankend, verblijve inmiddels,
Hoogachtend:
[Handtekening: JvanHeigen]
J. van Heigen,
Officier van het Leger des Heils.-
53 [handgeschreven rechtsonder] Deze brief is een formeel verzoek van een officier van het Leger des Heils aan de Amsterdamse marktmeester. De toon is uiterst beleefd en respectvol, passend bij de formele correspondentie van die tijd. De kern van het verzoek is toestemming te verkrijgen voor de verkoop van "Kerstboeken" (waarschijnlijk de speciale kersteditie van het tijdschrift De Strijdkreet) in de markthallen op de eerstvolgende zaterdagmorgen.
De brief bevat diverse archiefkenmerken, zoals een stempel met een dossiernummer en een datum (13/12), wat suggereert dat de brief de dag na verzending is binnengekomen en verwerkt. De handgeschreven aantekening rechtsboven lijkt een paraaf of korte instructie van een ambtenaar te zijn. De datum van de brief, 12 december 1940, is historisch relevant. Nederland was op dat moment ruim een half jaar bezet door nazi-Duitsland. Hoewel het Leger des Heils in de beginperiode van de bezetting nog mocht functioneren, werden hun activiteiten steeds meer beperkt. In 1941 zou de organisatie door de bezetter verboden en ontbonden worden.
De "Kerstboeken" waarover gesproken wordt, waren een belangrijk middel voor het Leger des Heils om fondsen te werven en hun boodschap te verspreiden tijdens de feestdagen. Het verzoek aan de marktmeester was noodzakelijk omdat voor elke vorm van verkoop of inzameling op openbare marktterreinen expliciete gemeentelijke toestemming vereist was. Dit document biedt een inkijkje in de dagelijkse bureaucratie en de pogingen van charitatieve instellingen om hun werk voort te zetten onder de moeilijke omstandigheden van de vroege bezettingsjaren.