Getypte zakelijke brief met handgeschreven aantekening.
Origineel
Getypte zakelijke brief met handgeschreven aantekening. 15 februari 1940. De Directeur (identiteit niet nader gespecificeerd, mogelijk van een overheidsinstantie of havenbedrijf). Het College van Gezamenlijke Importeurs, Rechter Rottekade 81, Rotterdam. VP/HG.
60/2/3 M.
extra
15 Februari 1940.
het College van Gezamenlijke
Importeurs,
Rechter Rottekade 81,
R o t t e r d a m .
Terugkomende op Uw brief d.d. 20 Januari jl., waarvan de beantwoording door ongesteldheid is vertraagd, deel ik U mede, dat het mij noodzakelijk lijkt, de daarin door U behandelde onderwerpen met Uw College mondeling nader te bespreken. Ik verzoek U beleefd mij te willen berichten, wanneer U mij voor het bedoelde onderhoud kunt ontvangen.
Intusschen merk ik reeds thans op, dat één mededeeling in Uw brief mij onaangenaam heeft getroffen. U bericht mij namelijk dat U over de verscheping der Jaffa-sinaasappelen niet die zeggenschap heeft, zooals dit met die der Spaansche het geval is, weshalve U dienaangaande geen positieve toezeggingen kunt doen. Intusschen is mij, onder andere door mededeelingen Uwerzijds aan den Secretaris van mijn dienst, gebleken, dat Uw zeggenschap over de Jaffabooten wel zóó ver gaat, dat U den aanvoer op Amsterdam bewust tegenwerkt. Deze tegenwerking Uwerzijds neemt zelfs afmetingen aan, die ernstig in strijd zijn met het tusschen ons bestaande "gentlemen's agreement"; weshalve wijziging van Uw houding ten deze mijns inziens dringend noodig is.
De Directeur, * Kernboodschap: De brief is een formele berisping. De afzender beschuldigt het College van Gezamenlijke Importeurs ervan afspraken te schenden door de import van Jaffa-sinaasappelen in de haven van Amsterdam bewust te saboteren ten gunste van waarschijnlijk Rotterdam (gezien de vestigingsplaats van het College).
* Toon: De toon is beleefd doch zeer streng en dwingend. Er wordt direct verwezen naar een schending van een "gentlemen's agreement", wat in de toenmalige zakelijke cultuur een zware beschuldiging van onbetrouwbaarheid was.
* Zakelijke context: De brief onthult een conflict over de distributie van goederen (sinaasappelen) tussen de twee grootste Nederlandse havensteden. De afzender suggereert dat de importeurs onwaarheden hebben gesproken over hun invloed op de verscheping.
* Opmerkelijke details: De vertraging in de correspondentie wordt geweten aan "ongesteldheid" (ziekte) van de schrijver. Het woord "extra" kan duiden op een prioriteitsstatus of een kopie voor een specifiek dossier. * Historisch kader: Februari 1940. Nederland bevindt zich in de periode van de 'Schemeroorlog' (Phoney War). Hoewel Nederland nog neutraal is, is de internationale handel door de uitgebroken Tweede Wereldoorlog al ernstig verstoord. De aanvoer van goederen uit het buitenland (zoals sinaasappelen uit het toenmalige mandaatgebied Palestina, bekend onder de merknaam Jaffa) was strategisch en economisch van groot belang.
* Economische rivaliteit: De brief legt de diepgewortelde rivaliteit bloot tussen de haven van Rotterdam en die van Amsterdam. In tijden van schaarste of transportproblemen werd de verdeling van scheepsladingen over de verschillende havens een politiek gevoelig punt.
* Bestuurlijke cultuur: De verwijzing naar een "gentlemen's agreement" is typerend voor de Nederlandse poldercultuur van die tijd, waarbij overheid en semipublieke organisaties informele afspraken maakten om de economie te reguleren zonder strikte wetgeving. Het feit dat dit schriftelijk wordt aangehaald als argument, toont aan dat de relatie op scherp stond. M. Handgeschreven