Archief 745
Inventaris 745-334
Pagina 29
Dossier 90
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte brief (ambtelijk schrijven/advies).

3 februari 1940. Van: Waarschijnlijk een ambtelijke afdeling (mogelijk Marktwezen of een tuinbouwadviesorgaan). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam.

Origineel

Getypte brief (ambtelijk schrijven/advies). 3 februari 1940. Waarschijnlijk een ambtelijke afdeling (mogelijk Marktwezen of een tuinbouwadviesorgaan). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam. VP/HG.
[Handgeschreven: K. Müller (met rode streep)]
[Handgeschreven schuin: Aangetekend (gevolgd door een paraaf)]

64/4/1 M.
1
3 Februari 1940.

Verzoek van tuinder J.A.Burgers
om kwijtschelding marktgeld Cen-
trale Markt.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 29 Augustus jl. om advies ontvangen stuk no.660 L.M.1939 heb ik de eer U te berichten, dat adressant voor het jaar 1939 een tuindersplaats op de Centrale Markt heeft bezet, weshalve hij een bedrag van f 90,- schuldig is. Van deze schuld heeft hij tot nu toe f 24,- betaald, zoodat nog f 66,- van hem wordt gevorderd.

Blijkens mededeeling van de Gecombineerde Tuinbouw Organisaties te Amsterdam heeft adressant in het jaar 1939 als volgt gebruik gemaakt van zijn plaats op de Centrale Markt:

In Januari 8 maal
" Februari - "
" Maart 4 "
" April 2 "
" Mei - "
" Juni - "
" Juli 12 "
" Augustus 13 "
" September 7 "
" October 2 "
" November 1 "
" December 5 "

Tijdens zijn afwezigheid heeft zijn schoonvader hem op de marktplaats vervangen.

--- Dit document is een ambtelijk advies aan de Amsterdamse Wethouder voor de Levensmiddelen naar aanleiding van een verzoek van een zekere J.A. Burgers. Burgers, een tuinder, heeft gevraagd om kwijtschelding van het staangeld (marktgeld) voor zijn plek op de Centrale Markt over het jaar 1939.

Uit de brief blijkt dat de totale schuld 90 gulden bedroeg, waarvan hij reeds 24 gulden heeft betaald. Er staat dus nog 66 gulden open. Om te beoordelen of kwijtschelding rechtvaardig is, is er informatie opgevraagd bij de 'Gecombineerde Tuinbouw Organisaties'. De bijgevoegde lijst toont aan dat de tuinder zeer onregelmatig aanwezig was, met zelfs drie maanden van volledige afwezigheid (februari, mei, juni). Ook wordt opgemerkt dat zijn schoonvader hem soms verving.

De brief dient als feitelijke onderbouwing voor de wethouder om een besluit te nemen over het kwijtscheldingsverzoek.

--- De brief is gedateerd op 3 februari 1940. Dit is een cruciale periode in de Nederlandse geschiedenis: de periode van de 'Mobilisatie' en de 'Schemeroorlog', slechts enkele maanden voor de Duitse inval op 10 mei 1940.

De Centrale Markt in Amsterdam (nu het Food Center Amsterdam) was destijds de belangrijkste plek voor de groothandel in levensmiddelen. Voor kleine tuinders waren de kosten voor een standplaats een aanzienlijke last, zeker in economisch onzekere tijden. Verzoeken om kwijtschelding kwamen vaker voor wanneer tuinders door ziekte, tegenvallende oogsten of persoonlijke omstandigheden hun plek niet optimaal konden benutten. De vermelding van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" (destijds de SDAP'er Florentinus Marinus Wibaut of zijn opvolger) onderstreept de strakke gemeentelijke regie op de voedselvoorziening in de hoofdstad.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk advies aan de Amsterdamse Wethouder voor de Levensmiddelen naar aanleiding van een verzoek van een zekere J.A. Burgers. Burgers, een tuinder, heeft gevraagd om kwijtschelding van het staangeld (marktgeld) voor zijn plek op de Centrale Markt over het jaar 1939.

Uit de brief blijkt dat de totale schuld 90 gulden bedroeg, waarvan hij reeds 24 gulden heeft betaald. Er staat dus nog 66 gulden open. Om te beoordelen of kwijtschelding rechtvaardig is, is er informatie opgevraagd bij de 'Gecombineerde Tuinbouw Organisaties'. De bijgevoegde lijst toont aan dat de tuinder zeer onregelmatig aanwezig was, met zelfs drie maanden van volledige afwezigheid (februari, mei, juni). Ook wordt opgemerkt dat zijn schoonvader hem soms verving.

De brief dient als feitelijke onderbouwing voor de wethouder om een besluit te nemen over het kwijtscheldingsverzoek.


Historische Context

De brief is gedateerd op 3 februari 1940. Dit is een cruciale periode in de Nederlandse geschiedenis: de periode van de 'Mobilisatie' en de 'Schemeroorlog', slechts enkele maanden voor de Duitse inval op 10 mei 1940.

De Centrale Markt in Amsterdam (nu het Food Center Amsterdam) was destijds de belangrijkste plek voor de groothandel in levensmiddelen. Voor kleine tuinders waren de kosten voor een standplaats een aanzienlijke last, zeker in economisch onzekere tijden. Verzoeken om kwijtschelding kwamen vaker voor wanneer tuinders door ziekte, tegenvallende oogsten of persoonlijke omstandigheden hun plek niet optimaal konden benutten. De vermelding van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" (destijds de SDAP'er Florentinus Marinus Wibaut of zijn opvolger) onderstreept de strakke gemeentelijke regie op de voedselvoorziening in de hoofdstad.

Gerelateerde Documenten 6