Archief 745
Inventaris 745-334
Pagina 37
Dossier 55
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambbtelijke brief (vervolgvel).

22 maart 1940. Van: Directie Marktwezen Amsterdam. Aan: Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam.

Origineel

Ambbtelijke brief (vervolgvel). 22 maart 1940. Directie Marktwezen Amsterdam. Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam. DIRECTIE MARKTWEZEN
AMSTERDAM

Vervolg No. 1 van brief dd. 22 Maart 1940
No. 64/7/2 M. aan den Heer Wethouder voor de
te Amsterdam. Levensmiddelen,

Ik geef U mitsdien beleefd in overweging wel te willen bevorderen, dat bij besluit van Burgemeester en Wethouders het met de firma C. Hesterman & Zoon gesloten huurcontract inzake pakhuisafdeeling no. D 23 op de Centrale Markt ontbonden wordt verklaard, zulks gerekend te zijn ingegaan 1 Maart 1940.

De Directeur,
[Handgeschreven paraaf/teken]

Model A.Z. 15-2000-3-'38-1403 Dit document is een vervolgvel van een officiële brief van de Directie Marktwezen van de gemeente Amsterdam. De directeur verzoekt de Wethouder voor de Levensmiddelen om een formeel besluit van het College van Burgemeester en Wethouders (B&W) te bewerkstelligen.

De kern van de zaak is de beëindiging van een huurovereenkomst met de firma C. Hesterman & Zoon. Het gaat om een specifieke pakhuisruimte (sectie D 23) op het terrein van de Centrale Markt. Opvallend is dat het verzoek met terugwerkende kracht is geformuleerd: de brief is gedateerd op 22 maart, maar de ontbinding dient in te gaan op 1 maart 1940. De brief dateert van vlak voor de Duitse inval in Nederland (mei 1940). De Centrale Markt in Amsterdam (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat) was op dat moment het logistieke hart van de voedselvoorziening in de stad. De Directie Marktwezen hield toezicht op de exploitatie en verhuur van de hallen en pakhuizen aan groothandelaren.

De firma C. Hesterman & Zoon was een van de vele handelsbedrijven die op dit terrein actief waren. In de bureaucratische structuur van die tijd moest een wijziging in een contract van een gemeentelijke instelling (zoals de pacht van een marktpand) officieel door het college van B&W worden bekrachtigd, vandaar deze formele correspondentie tussen de uitvoerende directie en het politieke bestuur. De afdeling 'Levensmiddelen' was in deze periode van toenemende internationale spanningen en dreigende schaarste een cruciaal onderdeel van het gemeentebestuur.

Samenvatting

Dit document is een vervolgvel van een officiële brief van de Directie Marktwezen van de gemeente Amsterdam. De directeur verzoekt de Wethouder voor de Levensmiddelen om een formeel besluit van het College van Burgemeester en Wethouders (B&W) te bewerkstelligen.

De kern van de zaak is de beëindiging van een huurovereenkomst met de firma C. Hesterman & Zoon. Het gaat om een specifieke pakhuisruimte (sectie D 23) op het terrein van de Centrale Markt. Opvallend is dat het verzoek met terugwerkende kracht is geformuleerd: de brief is gedateerd op 22 maart, maar de ontbinding dient in te gaan op 1 maart 1940.

Historische Context

De brief dateert van vlak voor de Duitse inval in Nederland (mei 1940). De Centrale Markt in Amsterdam (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat) was op dat moment het logistieke hart van de voedselvoorziening in de stad. De Directie Marktwezen hield toezicht op de exploitatie en verhuur van de hallen en pakhuizen aan groothandelaren.

De firma C. Hesterman & Zoon was een van de vele handelsbedrijven die op dit terrein actief waren. In de bureaucratische structuur van die tijd moest een wijziging in een contract van een gemeentelijke instelling (zoals de pacht van een marktpand) officieel door het college van B&W worden bekrachtigd, vandaar deze formele correspondentie tussen de uitvoerende directie en het politieke bestuur. De afdeling 'Levensmiddelen' was in deze periode van toenemende internationale spanningen en dreigende schaarste een cruciaal onderdeel van het gemeentebestuur.

Gerelateerde Documenten 6