Archief 745
Inventaris 745-334
Pagina 50
Dossier 10
Jaar 1940
Stadsarchief

Archiefdocument

16 augustus 1940 (datumstempel), met latere kanttekeningen van 19 en 27 augustus 1940.

Origineel

16 augustus 1940 (datumstempel), met latere kanttekeningen van 19 en 27 augustus 1940. Hesterman zou schriftelijk ontheffing vragen;
dit is nog niet gebeurd. m.i. moet aan
B.W. voorgesteld worden aan fa Hesterman ontheffing
te verleenen tot een bedrag van f. 100.-
Berekend tegen het maand tarief zou
zij hebben moeten betalen
8 x f 50.- 400.-
f Jaartarief 500 f 100 -

De verkoop kaart van Hesterman zou
na Augustus 1940 vervangen moeten naar
een kopers kaart.
Of fa Hesterman gebruik heeft gemaakt
van de vergunning om inplaats van een
plaats in de hal een plaats buiten de
hal te mogen bezetten is bij de boekhouding
niet bekend. (zie 64/7/5m 1940)
Waarschijnlijk is dat niet zoo. Dat na
mei betaalde zij f 41.67 per maand.
Doordat de presentiestaten zijn afgeschaft
kan een eventueele verplaatsing voor ons
niet meer worden geconstateerd.
Indien de fa Hesterman wel van
binnen naar buiten de hal is verhuisd
dan zou de berekening van de ontheffing anders
wezen.

[In de linkermarge:]
Tegen de afschaffing van de pres. lijsten
kan niet met zekerheid worden nagegaan
of en hoe lang Hesterman is verhuisd.
27/8-40 [Paraaf]

[Linksonder:]
(X) Hr Beverse
Is Hesterman verhuisd van
binnen naar buiten? Zoo ja, hoe lang?
Adres -> v.P. 19-8-40 [Paraaf]

[Stempels:]
16 AUG. 1940
(omgekeerd) 16 AUG. 1940 Deze notitie betreft een administratieve onduidelijkheid over het marktgeld dat verschuldigd is door de firma Hesterman. Er wordt voorgesteld om een ontheffing van 100 gulden te verlenen, gebaseerd op het verschil tussen het jaartarief en de feitelijk verschuldigde maanden.

De kern van het probleem is een gebrek aan bewijslast: omdat de 'presentiestaten' (lijsten waarop de aanwezigheid van marktkooplieden werd bijgehouden) zijn afgeschaft, kan de administratie niet controleren of de firma daadwerkelijk van een plaats binnen de hal naar een goedkopere plek buiten de hal is verhuisd. Dit heeft directe gevolgen voor de berekening van het verschuldigde bedrag. De notitie bevat een opdracht aan een inspecteur of ambtenaar (Hr. Beverse) om ter plaatse onderzoek te doen naar de feitelijke situatie van de verhuizing. Het document dateert van de zomer van 1940, kort na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogssituatie functioneerde het gemeentelijke apparaat (waarschijnlijk de Marktwezen-administratie van een grote stad zoals Amsterdam) in eerste instantie gewoon door volgens de bestaande bureaucratische regels.

De overgang van een 'verkoopkaart' naar een 'koperskaart' suggereert dat de firma Hesterman van rol veranderde op de markt (van aanbieder naar inkoper). De discussie weerspiegelt de strikte administratieve controle op marktterreinen, waar tarieven varieerden per locatie (binnen/buiten de hal) en per tijdsbestek (maand- versus jaartarief). Het afschaffen van de presentielijsten bemoeilijkte deze controle, wat in dit geval leidde tot een noodzakelijke handmatige controle en interne correspondentie.

Samenvatting

Deze notitie betreft een administratieve onduidelijkheid over het marktgeld dat verschuldigd is door de firma Hesterman. Er wordt voorgesteld om een ontheffing van 100 gulden te verlenen, gebaseerd op het verschil tussen het jaartarief en de feitelijk verschuldigde maanden.

De kern van het probleem is een gebrek aan bewijslast: omdat de 'presentiestaten' (lijsten waarop de aanwezigheid van marktkooplieden werd bijgehouden) zijn afgeschaft, kan de administratie niet controleren of de firma daadwerkelijk van een plaats binnen de hal naar een goedkopere plek buiten de hal is verhuisd. Dit heeft directe gevolgen voor de berekening van het verschuldigde bedrag. De notitie bevat een opdracht aan een inspecteur of ambtenaar (Hr. Beverse) om ter plaatse onderzoek te doen naar de feitelijke situatie van de verhuizing.

Historische Context

Het document dateert van de zomer van 1940, kort na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogssituatie functioneerde het gemeentelijke apparaat (waarschijnlijk de Marktwezen-administratie van een grote stad zoals Amsterdam) in eerste instantie gewoon door volgens de bestaande bureaucratische regels.

De overgang van een 'verkoopkaart' naar een 'koperskaart' suggereert dat de firma Hesterman van rol veranderde op de markt (van aanbieder naar inkoper). De discussie weerspiegelt de strikte administratieve controle op marktterreinen, waar tarieven varieerden per locatie (binnen/buiten de hal) en per tijdsbestek (maand- versus jaartarief). Het afschaffen van de presentielijsten bemoeilijkte deze controle, wat in dit geval leidde tot een noodzakelijke handmatige controle en interne correspondentie.

Gerelateerde Documenten 6