Archief 745
Inventaris 745-334
Pagina 147
Dossier 21
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijke brief / memorandum.

30 december 1940. Van: Onbekend (waarschijnlijk een directeur of afdelingshoofd van de Centrale Markt).

Origineel

Ambtelijke brief / memorandum. 30 december 1940. Onbekend (waarschijnlijk een directeur of afdelingshoofd van de Centrale Markt). [Handgeschreven, rechtsboven:]
M. Müller
M. Broese [?]

[Handgeschreven, middenboven:]
Verzonden 30/12

[Rechtsboven:]
D/G.

64/27/3 II
1

30 December 1940.

Verlaging huurpryzen
pakhuizen B 1 en C 1
op de Centrale Markt.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

In bylage dezes heb ik de eer U een afschrift te zenden van een brief van de N.V. v/h H.G. Ruhe d.d. 12 December jl. inzake de huur van pakhuisafdeeling B 1 op de Centrale Markt. De huurders van pakhuisafdeeling C 1, te weten De Graaf en Beukman hadden my medegedeeld, dat zy, gezien eenerzijds de geringe grootte en minder doelmatige indeeling van bedoeld koppakhuis en anderzijds het groote verschil in huurprys met de daarnaast gelegen afdeeling, niet meer bereid waren dit pakhuis opnieuw in te huren, wyl elders op dezelfde pier tegen belangryk lageren prys een afdeeling beschikbaar is. Inmiddels hebben zy toch opnieuw contract geteekend voor pakhuis C 1; zy verzoeken evenwel de huur van dit pakhuis te verlagen.

De heer Ruhe heeft my medegedeeld, dat hy, ook al zou de huur niet worden verlaagd, pakhuis B 1, ongeacht de bezwaren van ruimte en indeeling, weder zou inhuren, zulks in verband met de hooge kosten van installatie, die hy vroeger heeft gemaakt. Hy meent echter op overwegingen van billykheid om een lageren huurprys te moeten verzoeken.

De huren van de pakhuisafdeelingen op de Centrale Markt zyn laatstelyk, by Besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 17 Maart 1937 No. 515 L.M. 1936 vastgesteld. De huren van de afdeelingen B 1 en C 1 zyn daarby bepaald op ƒ 1800,— per jaar. De huur van de afdeelingen B 2 en C 2 is bepaald op ƒ 1600,—, hetgeen dus een verschil uitmaakt met de koppakhuizen van ƒ 200,—. Pakhuisafdeeling A 1 heeft een huur van ƒ 1500,—; A 2 wordt verhuurd voor ƒ 1400,—. Het verschil tusschen het koppakhuis en de 2e afdeeling bedraagt hier dus ƒ 100,—. Ik acht het billyk, dat dit verschil voor de koppakhuizen op de pieren B en C eveneens wordt bepaald op ƒ 100,—, zoodat de huur van deze afdeelingen dan moet worden verlaagd tot ƒ 1700,—.

Voor de goede orde heb ik de eer U te berichten, dat ik voornemens ben, binnen enkele weken voorstellen by U in te dienen, welke de strekking hebben, de huren van de pak-

[Document breekt af] Dit document betreft een voorstel tot huurverlaging voor specifieke pakhuissecties (koppakhuizen B1 en C1) op de Centrale Markt in Amsterdam. De huurders, waaronder de firma H.G. Ruhe en de firma De Graaf en Beukman, hebben bezwaar gemaakt tegen de huidige huurprijs van ƒ 1800,- per jaar.

De kernargumenten voor de verlaging zijn:
1. Indeling en omvang: De pakhuizen worden als minder doelmatig en te klein beschouwd in verhouding tot de prijs.
2. Prijsverschil: Het verschil in huur tussen deze koppakhuizen en de aangrenzende afdelingen (B2/C2) is ƒ 200,-, terwijl dit bij pier A slechts ƒ 100,- bedraagt.
3. Billijkheid: De schrijver van de brief stelt voor om de huur te verlagen naar ƒ 1700,- per jaar om de verhouding tussen de verschillende pieren gelijk te trekken.

Opvallend is dat de heer Ruhe bereid is te blijven huren vanwege zijn eerdere investeringen in installaties, maar desondanks op morele gronden (billijkheid) om korting vraagt. De brief is gedateerd op 30 december 1940, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogssituatie bleven de reguliere ambtelijke processen met betrekking tot het beheer van gemeentelijk vastgoed en de Centrale Markt doorgaan.

De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was een cruciale functie in deze periode, aangezien de voedselvoorziening en distributie door de oorlogsomstandigheden en de invoering van de distributiebonnen onder grote druk stonden. De Centrale Markt was het logistieke hart van de Amsterdamse voedselvoorziening. De genoemde huurders waren commerciële partijen (groothandelaren) die essentieel waren voor de dagelijkse aanvoer van producten naar de stad. De genoemde bedragen zijn in guldens (ƒ). Ter vergelijking: ƒ 1700,- in 1940 staat gelijk aan een koopkracht van ongeveer € 12.000,- à € 14.000,- in de huidige tijd.

Samenvatting

Dit document betreft een voorstel tot huurverlaging voor specifieke pakhuissecties (koppakhuizen B1 en C1) op de Centrale Markt in Amsterdam. De huurders, waaronder de firma H.G. Ruhe en de firma De Graaf en Beukman, hebben bezwaar gemaakt tegen de huidige huurprijs van ƒ 1800,- per jaar.

De kernargumenten voor de verlaging zijn:
1. Indeling en omvang: De pakhuizen worden als minder doelmatig en te klein beschouwd in verhouding tot de prijs.
2. Prijsverschil: Het verschil in huur tussen deze koppakhuizen en de aangrenzende afdelingen (B2/C2) is ƒ 200,-, terwijl dit bij pier A slechts ƒ 100,- bedraagt.
3. Billijkheid: De schrijver van de brief stelt voor om de huur te verlagen naar ƒ 1700,- per jaar om de verhouding tussen de verschillende pieren gelijk te trekken.

Opvallend is dat de heer Ruhe bereid is te blijven huren vanwege zijn eerdere investeringen in installaties, maar desondanks op morele gronden (billijkheid) om korting vraagt.

Historische Context

De brief is gedateerd op 30 december 1940, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogssituatie bleven de reguliere ambtelijke processen met betrekking tot het beheer van gemeentelijk vastgoed en de Centrale Markt doorgaan.

De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was een cruciale functie in deze periode, aangezien de voedselvoorziening en distributie door de oorlogsomstandigheden en de invoering van de distributiebonnen onder grote druk stonden. De Centrale Markt was het logistieke hart van de Amsterdamse voedselvoorziening. De genoemde huurders waren commerciële partijen (groothandelaren) die essentieel waren voor de dagelijkse aanvoer van producten naar de stad. De genoemde bedragen zijn in guldens (ƒ). Ter vergelijking: ƒ 1700,- in 1940 staat gelijk aan een koopkracht van ongeveer € 12.000,- à € 14.000,- in de huidige tijd.

Gerelateerde Documenten 6