Getypte ambtelijke brief/memorandum.
Origineel
Getypte ambtelijke brief/memorandum. 30 december 1940. Vermoedelijk de directeur van de Centrale Markt (ondertekening "M. Muller" rechtsboven handgeschreven). [Handgeschreven: M. Muller]
[Gestempeld paars merktekentje]
D/G.
64/27/3 I
30 December 1940.
Verlaging huurprijzen
pakhuizen B 1 en C 1
op de Centrale Markt.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
In bijlage dezes heb ik de eer U een afschrift te zenden van een brief van de N.V.v/h H.G. Ruhe d.d. 12 December jl. inzake de huur van pakhuisafdeeling B 1 op de Centrale Markt. De huurders van pakhuisafdeeling C 1, te weten De Graaf en Bouman hadden mij medegedeeld, dat zij, gezien eenerzijds de geringe grootte en minder doelmatige indeeling van bedoeld koppakhuis en anderzijds het groote verschil in huurprijs met de daarnaast gelegen afdeeling, niet meer bereid waren dit pakhuis opnieuw in te huren, wijl elders op dezelfde pier tegen belangrijk lageren prijs een afdeeling beschikbaar is. Inmiddels hebben zij toch opnieuw contract geteekend voor pakhuis C 1; zij verzoeken evenwel de huur van dit pakhuis te verlagen.
De heer Ruhe heeft mij medegedeeld, dat hij, ook al zou de huur niet worden verlaagd, pakhuis B 1, ongeacht de bezwaren van ruimte en indeeling, weder zou inhuren, zulks in verband met de hooge kosten van installatie, die hij vroeger heeft gemaakt. Hij meent echter op overwegingen van billijkheid om een lageren huurprijs te moeten verzoeken.
De huren van de pakhuisafdeelingen op de Centrale Markt zijn laatstelijk, bij Besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 17 Maart 1937 No. 515 L.M. 1936 vastgesteld. De huren van de afdeelingen B 1 en C 1 zijn daarbij bepaald op ƒ 1800,- per jaar. De huur van de afdeelingen B 2 en C 2 is bepaald op ƒ 1600,-, hetgeen dus een verschil uitmaakt met de koppakhuizen van ƒ 200,-. Pakhuisafdeeling A 1 heeft een huur van ƒ 1500,-; A 2 wordt verhuurd voor ƒ 1400,-. Het verschil tusschen het koppakhuis en de 2e afdeeling bedraagt hier dus ƒ 100,-. Ik acht het billijk, dat dit verschil voor de koppakhuizen op de pieren B en C eveneens wordt bepaald op ƒ 100,-, zoodat de huur van deze afdeelingen dan moet worden verlaagd tot ƒ 1700,-.
Voor de goede orde heb ik de eer U te berichten, dat ik voornemens ben, binnen enkele weken voorstellen bij U in te dienen, welke de strekking hebben, de huren van de pak- * Kwestie: De directeur van de Centrale Markt adviseert de wethouder om de huur van twee specifieke 'koppakhuizen' (pakhuizen aan het hoofd van een pier) te verlagen.
* Argumentatie:
1. Gebruiksgemak: De huurders (De Graaf & Bouman en de firma Ruhe) klagen over de geringe grootte en onpraktische indeling van de ruimtes.
2. Concurrentie: Er is elders op de pieren goedkopere ruimte beschikbaar, wat huurders wegjaagt.
3. Consistentie/Billijkheid: Op Pier A is het prijsverschil tussen een koppakhuis en een regulier pakhuis slechts ƒ 100,-, terwijl dat op Pier B en C momenteel ƒ 200,- is. De directeur stelt voor dit gelijk te trekken door de huur van ƒ 1800,- naar ƒ 1700,- te verlagen.
* Bijzonderheid: De firma Ruhe geeft aan te blijven huren, ondanks de bezwaren, enkel vanwege de reeds gedane investeringen in installaties in het pand. * Tijdsbeeld: Het document dateert van december 1940, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogssituatie gaat de reguliere gemeentelijke administratie en de exploitatie van de Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) door.
* De Centrale Markt: Dit was het logistieke hart van de voedselvoorziening in Amsterdam. De wethouder voor Levensmiddelen had in deze periode een cruciale en politiek gevoelige rol, aangezien de distributie en schaarste van voedsel steeds nijpender werden.
* Terminologie: "L.M." in het dossiernummer van 1936 verwijst waarschijnlijk naar de afdeling Landbouw & Markten van de gemeente Amsterdam. De term "koppakhuis" duidt op de kopse kant van de markthallen/pieren, die vaak een afwijkende maatvoering hadden.