Krantenknipsel of fragment uit een boek/tijdschrift.
Origineel
Krantenknipsel of fragment uit een boek/tijdschrift. [... ...] niet meer gelegenheidswerk en dat verklaart ook
de onscrupuleuze wijze, waarop de componist
zijn „Prometheus”-thema in deze dansstukken
overnam en gebruikte.
Maar het thema laat Beethoven niet meer
los. Integendeel, het wordt thans uitgangs-
punt tot het scheppen van nieuwe en zelfstan-
dige werken. In het jaar 1802 ontstaan vijftien
variaties met een afsluitende fuga, die als
opus 35 verschijnen en waaraan het thema
der „Prometheus”-finale opnieuw ten grond-
slag ligt. En wanneer nog een jaar later
Beethovens derde symphonie, de „Eroica”,
verschijnt, blijkt in de finale het „Prome-
theus”-thema uitgegroeid en ontwikkeld te
zijn tot een grandioze muziek van monumen-
tale kracht en meeslepende vaart.
Wat nu de Variaties opus 35 betreft — zij
bezitten reeds door haar veel bescheidener
vorm nog niet die stormachtige vaart en over-
rompelende macht der „Eroica”-finale. Maar
in tegenstelling met de onpretentieuze dans-
stukken verleent Beethoven zijn thema hier
een nieuwen en genialen glans. De virtuositeit
van den gerijpten pianist verbindt zich met
het meesterschap over den vorm, dat den com-
ponist ter beschikking staat: in deze vijftien
variaties en de brillante fuga spreekt een
meester, wiens kunst op de middaghoogte van
[scheppende ... ...] De tekst beschrijft de artistieke evolutie van een specifiek muzikaal thema van Ludwig van Beethoven: het thema uit zijn ballet Die Geschöpfe des Prometheus (1801). De auteur betoogt dat Beethoven dit thema aanvankelijk wellicht op "onscrupuleuze" wijze hergebruikte in eenvoudige dansen (zoals de 12 Contretänze, WoO 14), maar dat het vervolgens de kiem werd voor complexere meesterwerken.
De tekst onderscheidt drie stadia:
1. Gelegenheidswerk: De vroege dansstukken.
2. Verdieping (1802): De Eroica-variaties (Opus 35), waarin de pianistische virtuositeit en vormbeheersing centraal staan.
3. Monumentaliteit (1803): De Derde Symfonie ("Eroica"), waarin het thema zijn ultieme, "monumentale" vorm bereikt in de finale. Dit fragment is illustratief voor de muziekkritiek en musicologische geschiedschrijving die de nadruk legt op de organische groei van Beethovens oeuvre. Het "Prometheus"-thema is een van de beroemdste voorbeelden van zelf-ontlening in de muziekgeschiedenis. Beethoven was zo gefascineerd door de baslijn en de melodie van dit thema dat hij het viermaal gebruikte. De tekst plaatst de overgang van de achttiende-eeuwse "gelegenheidsstijl" naar de negentiende-eeuwse "monumentale stijl" (de heroïsche periode van Beethoven) in het perspectief van de ontwikkeling van één enkel thema.