Archief 745
Inventaris 745-334
Pagina 221
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijke adviesnota / brief.

Kort na 8 juni 1940 (verwijst naar een stuk van die datum). Van: Waarschijnlijk de Directeur van het Marktwezen (gezien de inhoud over de Centrale Markt).

Origineel

Ambtelijke adviesnota / brief. Kort na 8 juni 1940 (verwijst naar een stuk van die datum). Waarschijnlijk de Directeur van het Marktwezen (gezien de inhoud over de Centrale Markt). [Linkermarge:]
Onderwerp: Toelating van
D.R. Lindeman als grossier ter C.M.

[Rechtsboven:]
Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen
Alhier

Onder terugzending van het mij, met Uw kantteekening
d.d. 8 Juni j.l. No 387 Litt. 1940, om advies in handen gestelde
stuk, heb ik de eer U het volgende te berichten.

Nu Burgemeester en Wethouders hebben besloten den
toegang tot de C.M. te verbieden aan koopers, die niet al
hun goederen op de C. via de op de C.M. gevestigde verkoopers
betrekken, probeert D.R. Lindeman, die als inkooper
optreedt voor de zaken van zijn zes broers, en als zoodanig
[Marge: Terug] waartoe hem door mij een toegangskaart als kooper ter
Centrale Markt is verleend, de evengenoemde maatregel te
ontduiken door toegang tot de Centrale Markt te verlangen
als verkooper, dus als grossier. Geschiedt dit, dan kan
hij doorgaan met zijn gewoonte van thans, dat is
inkoopen buiten de C.M. om (op veilingen en van
[Marge: +] telers). Door een plaats te nemen op de Centrale Markt
zou men hem dan hoogstens kunnen verplichten om al de
in den lande gekochte goederen pro-forma over de Centrale
Markt (over zijn marktplaats) te doen loopen en van daar
te brengen naar zijn winkels met zijn vrachtauto’s,
waarbij hij beschikt. Aan koopers die zich
tot hem wenden zou hij dan de voor de zes winkels
van zijn broers bestemde producten niet verkoopen, doch
deze als reeds verkocht verklaren. Hoogstens zou hij extra
hoeveelheden kunnen aanvoeren en daarvoor nieuwe koopers
accepteeren. Maar dit laatste heeft hij nooit gedaan.
Hij is geen grossier en is dat nooit geweest.

[Marge: ?] Nu bepaalt volgens het Reglement op de Centrale Markt
de Directie van het Marktwezen aan wie als kooper of
verkooper toegang moet worden verleend, of in hoogste
instantie B. en W. Dit mag m.i. niet beïnvloed worden
door de toevallige omstandigheid, dat D.R. Lindeman
in het bezit is van een z.g. grossiers-erkenning van de
Groente- en Fruithandel. Deze erkenning kon aan
Lindeman, blijkbaar om formeele redenen, niet geweigerd
worden. Ik kom hierop nog nader terug, maar reeds...

--- In dit document adviseert een ambtenaar (vermoedelijk de directeur van het Marktwezen) de wethouder negatief over de aanvraag van D.R. Lindeman om als 'grossier' (groothandelaar) toegelaten te worden tot de Centrale Markt.

De kern van het geschil is een nieuwe maatregel van het college van B&W: kopers mogen de Centrale Markt alleen op als zij al hun goederen via de daar gevestigde handelaren betrekken. Lindeman omzeilt dit door direct bij telers en op veilingen in te koopen voor de zes winkels van zijn broers. Om zijn toegang tot de markt te behouden nu de regels strenger worden, wil hij de status van 'verkooper' (grossier) verkrijgen. De schrijver doorziet dit als een schijnbeweging: Lindeman is geen echte handelaar die aan derden verkoopt, maar een centrale inkoper voor zijn familie die de markt enkel als administratief/logistiek doorgeefluik wil gebruiken ("pro-forma").

--- Het document dateert van juni 1940, kort na de Duitse inval in Nederland. De bezetter en de Nederlandse overheid begonnen direct met het centraliseren van de voedselvoorziening om grip te krijgen op de distributie en zwarte handel te voorkomen. De Centrale Markt in Amsterdam (de huidige Food Center locatie aan de Jan van Galenstraat) speelde hierin een cruciale rol.

De "grossiers-erkenning" waarover gesproken wordt, verwijst naar de regelgeving van de bedrijfschappen die in die periode steeds dwingender werd. Het document illustreert de spanning tussen individuele ondernemers die hun oude inkoopkanalen (direct bij de boer) wilden behouden en de overheid die alle handel via centrale, controleerbare punten wilde dwingen.

Samenvatting

In dit document adviseert een ambtenaar (vermoedelijk de directeur van het Marktwezen) de wethouder negatief over de aanvraag van D.R. Lindeman om als 'grossier' (groothandelaar) toegelaten te worden tot de Centrale Markt.

De kern van het geschil is een nieuwe maatregel van het college van B&W: kopers mogen de Centrale Markt alleen op als zij al hun goederen via de daar gevestigde handelaren betrekken. Lindeman omzeilt dit door direct bij telers en op veilingen in te koopen voor de zes winkels van zijn broers. Om zijn toegang tot de markt te behouden nu de regels strenger worden, wil hij de status van 'verkooper' (grossier) verkrijgen. De schrijver doorziet dit als een schijnbeweging: Lindeman is geen echte handelaar die aan derden verkoopt, maar een centrale inkoper voor zijn familie die de markt enkel als administratief/logistiek doorgeefluik wil gebruiken ("pro-forma").


Historische Context

Het document dateert van juni 1940, kort na de Duitse inval in Nederland. De bezetter en de Nederlandse overheid begonnen direct met het centraliseren van de voedselvoorziening om grip te krijgen op de distributie en zwarte handel te voorkomen. De Centrale Markt in Amsterdam (de huidige Food Center locatie aan de Jan van Galenstraat) speelde hierin een cruciale rol.

De "grossiers-erkenning" waarover gesproken wordt, verwijst naar de regelgeving van de bedrijfschappen die in die periode steeds dwingender werd. Het document illustreert de spanning tussen individuele ondernemers die hun oude inkoopkanalen (direct bij de boer) wilden behouden en de overheid die alle handel via centrale, controleerbare punten wilde dwingen.

Gerelateerde Documenten 6