Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekeningen. 15 juni 1940. Waarschijnlijk de Directie van het Marktwezen Amsterdam (gezien de inhoud en adressering). (Handgeschreven, rechtsboven:)
U. Broere
(Getypt:)
VP/EG.
(Handgeschreven, diagonaal:)
Verzonden 17/6
(Getypt:)
65/2/3 H.
15 Juni 1940.
Verzoek van Mr. M. van Vugt om
D.R. Lindeman als grossier tot
de Centrale Markt toe te laten.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 8
dezer om advies ontvangen stuk no. 387 L.M. 1940 heb ik de eer
U het navolgende te berichten.
D.R. Lindeman heeft toegang tot de Centrale Markt als
kooper; hij treedt op de markt namelijk op als inkooper voor
de (zes) winkelzaken, die door zijn broers gedreven worden.
x Behalve op de Centrale Markt wordt door hem - en wel voor
verreweg het grootste deel - ten behoeve van de bedoelde za-
ken ingekocht op veilingen en bij grossiers buiten de Centrale
Markt; dit laatste is sedert de onlangs in werking getreden
aanvulling van het Reglement op de Centrale Markt niet meer
toegestaan, omdat koopers uitsluitend van de op de Centrale
Markt gevestigde verkoopers hun waren mogen betrekken. Linde-
man probeert thans gebruik te maken van de omstandigheid, dat
hem destijds door de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale
een erkenning als groothandelaar in gewassen van den tuinbouw
is verleend, door als zoodanig toegang tot de Centrale Markt
te vragen.
Het feit, dat iemand als groothandelaar in gewassen
van den tuinbouw is erkend, geeft hem, naar mijn meening,
niet zonder meer het recht zich op de Amsterdamsche Centrale
Markt als zoodanig te vestigen. Immers artikel 1 lid 4 van
het Reglement op die markt schrijft alleen voor, dat geen
toegang wordt verleend zonder erkenning, doch daaruit mag
mijns inziens niet worden geconcludeerd, dat met een erkenning
de toegang tot de markt moet worden verleend. Integendeel,
krachtens artikel 3 van het Reglement ben ik gerechtigd, mits
slechts een erkenning is verleend, te beoordeelen, wie als
koopers en wie als verkoopers zijn te beschouwen.
Met betrekking tot de erkenning van Lindeman als
groothandelaar heb ik eenige dagen geleden inlichtingen inge-
wonnen bij de Directie der Nederlandsche Groenten- en Fruit-
centrale. Deze deelde mij mede, dat een door D.R. Lindeman
ingediende aanvrage om erkenning als groothandelaar - mede
overeenkomstig mijn advies - in 1938 door alle instanties:
de Centrale, de Commissie van Beroep en den Minister is afge-
wezen, omdat aanvrager niet voldoende opleiding in den groot-
(Document breekt hier af) Deze brief betreft een juridisch-administratief geschil over de status van een handelaar (D.R. Lindeman) op de Centrale Markt in Amsterdam. De kern van het conflict is het onderscheid tussen een 'koper' en een 'verkoper' (grossier).
- Probleemstelling: Door een recente wijziging in het Reglement van de Centrale Markt mogen kopers hun waren alléén nog maar betrekken van verkopers die op de markt zelf gevestigd zijn. Lindeman, die voorheen veel buiten de markt inkocht voor de zes winkels van zijn broers, wordt hierdoor beperkt.
- Strategie van de aanvrager: Lindeman probeert de status van 'groothandelaar' te verkrijgen om zo de restricties voor kopers te omzeilen. Hij beroept zich hierbij op een eerdere erkenning door de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale.
- Standpunt van de auteur: De auteur (waarschijnlijk de directeur van het Marktwezen) adviseert de Wethouder negatief. Hij stelt dat een algemene erkenning als groothandelaar niet automatisch recht geeft op een standplaats als verkoper op de Amsterdamsche Centrale Markt. De directeur claimt de discretionaire bevoegdheid (op basis van artikel 3 van het Reglement) om zelf te bepalen wie als koper of verkoper wordt toegelaten.
- Historisch bewijs: De auteur voert aan dat een soortgelijke aanvraag van Lindeman in 1938 al door alle instanties (tot aan de Minister toe) is afgewezen wegens gebrek aan vakbekwaamheid ("voldoende opleiding"). Dit document is gedateerd op 15 juni 1940, precies een maand na de Nederlandse capitulatie. Hoewel de Duitse bezetting net is begonnen, ademt de brief nog de sfeer van de vooroorlogse Nederlandse bureaucratie en marktordening.
In de jaren '30 en '40 was de distributie van voedsel in Nederland strak gereguleerd om wildgroei in de handel te voorkomen en de kwaliteit te waarborgen. De Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGFC) speelde hierin een centrale rol als crisisorgaan. De Amsterdamse Centrale Markt (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat) was het kloppend hart van de voedselvoorziening voor de hoofdstad.
De brief illustreert hoe lokale marktverordeningen werden gebruikt om de gevestigde handel te beschermen tegen nieuwkomers of handelaren die probeerden de regels te omzeilen. De handgeschreven notitie "Verzonden 17/6" wijst op een vlotte administratieve afhandeling, ondanks de politieke chaos van de vroege bezettingsdagen.