Archief 745
Inventaris 745-334
Pagina 235
Jaar 1940
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijk rapport/memo (kladversie met doorhalingen).

Origineel

Handgeschreven ambtelijk rapport/memo (kladversie met doorhalingen). [Linksboven:] 2 a [omcirkeld]
H

In 1939 heeft Lindeman zijn verzoek om erkenning als groothandelaar herhaald. Terzake is toen door den Centralen Crisis Controle-Dienst een zeer uitvoerig rapport uitgebracht, [doorgestreept: Lindeman legde, evenals in 1937 op grond van] verklaringen over van twee veiling-besturen, dat hij als groothandelaar inkocht

[In de linkerkantlijn:] 1, naar de Directie der Groente en Fruitcentrale mij verklaarde, aldus

( [doorgestreept: Laten] deze verklaringen [doorgestreept: moeten worden] begrepen, [doorgestreept: dat] dat hij als handelaar groote partijen inkocht, hetgeen in den regel groothandelaren doen, doch ook door een inkooper voor zes winkelzaken kan geschieden). De Centrale heeft hem in het najaar van 1939 als groothandelaar erkend, omdat zij van oordeel is, dat het feit, dat Lindeman [boven de regel: nu reeds] sedert jaren groote partijen op veilingen kocht, [doorgestreept: te] aantoont, dat hij voldoende kennis, ook voor den groothandel heeft. Of hij inderdaad groothandel drijft, interesseert de Centrale niet.

[In de linkerkantlijn:] Toenmalige [?]

Haar beslissing werd tevens beïnvloed door het plan — dat tengevolge van de huidige omstandigheden nog steeds niet werd uitgevoerd — om het verschil tusschen groot- en kleinhandels-erkenningen op te heffen; reeds thans is de Centrale zeer soepel bij overschrijving van de eene erkenning naar de andere.

[doorgestreept: Zooals de] Zooals mij door de directie der Centrale is verklaard, heeft Lindeman hiervan ongetwijfeld geprofiteerd.

Dat hij echter [doorgestreept: beslist] [doorgestreept: geen] beslist geen grossier is, ondanks zijn erkenning, staat voor de Centrale [doorgestreept: geheel] [doorgestreept: vast] vast. De heer De tekst is een kritisch verslag over de status van een handelaar genaamd Lindeman. De kern van het document is een bureaucratische kwestie: Lindeman is officieel erkend als "groothandelaar", maar de opsteller van het stuk zet daar grote vraagtekens bij.

Enkele opvallende punten:
* De bewijsvoering: Lindeman voert aan dat hij grote partijen op veilingen koopt als bewijs voor zijn groothandelaarschap. De auteur merkt echter scherp op dat iemand die voor een klein aantal winkels inkoopt hetzelfde volume kan draaien zonder een echte grossier te zijn.
* Laksheid van de instanties: Er wordt met een zekere frustratie opgemerkt dat het de "Centrale" (waarschijnlijk het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening) niet interesseert of hij daadwerkelijk groothandel drijft, zolang hij de vakkennis maar heeft.
* Beleidsverandering: De tekst onthult dat er plannen waren om het onderscheid tussen groot- en kleinhandelsvergunningen af te schaffen, wat leidde tot een soepel (bijna onverschillig) beleid bij de overheid. Lindeman wordt ervan beschuldigd hiervan te hebben geprofiteerd. Dit document moet geplaatst worden in de context van de Nederlandse distributie- en crisiswetgeving rond het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Centralen Crisis Controle-Dienst (CCCD) was opgericht tijdens de economische crisis van de jaren '30 om toezicht te houden op de naleving van de landbouw-crisiswetten.

Tijdens de bezettingsjaren (waarnaar verwezen wordt met "huidige omstandigheden") werd dit apparaat nog belangrijker voor de beheersing van de schaarse goederenstromen. De erkenning als groothandelaar was essentieel voor de toewijzing van quota en handelsmarges. De tekst suggereert een vorm van oneigenlijk gebruik van regels of zelfs corruptie/vriendjespolitiek bij de "Centrale", waarbij personen een status kregen die niet overeenkwam met hun feitelijke bedrijfsactiviteiten. De opsteller lijkt een inspecteur of rechercheur die een dossier opbouwt tegen deze onregelmatigheden.

Samenvatting

De tekst is een kritisch verslag over de status van een handelaar genaamd Lindeman. De kern van het document is een bureaucratische kwestie: Lindeman is officieel erkend als "groothandelaar", maar de opsteller van het stuk zet daar grote vraagtekens bij.

Enkele opvallende punten:
* De bewijsvoering: Lindeman voert aan dat hij grote partijen op veilingen koopt als bewijs voor zijn groothandelaarschap. De auteur merkt echter scherp op dat iemand die voor een klein aantal winkels inkoopt hetzelfde volume kan draaien zonder een echte grossier te zijn.
* Laksheid van de instanties: Er wordt met een zekere frustratie opgemerkt dat het de "Centrale" (waarschijnlijk het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening) niet interesseert of hij daadwerkelijk groothandel drijft, zolang hij de vakkennis maar heeft.
* Beleidsverandering: De tekst onthult dat er plannen waren om het onderscheid tussen groot- en kleinhandelsvergunningen af te schaffen, wat leidde tot een soepel (bijna onverschillig) beleid bij de overheid. Lindeman wordt ervan beschuldigd hiervan te hebben geprofiteerd.

Historische Context

Dit document moet geplaatst worden in de context van de Nederlandse distributie- en crisiswetgeving rond het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Centralen Crisis Controle-Dienst (CCCD) was opgericht tijdens de economische crisis van de jaren '30 om toezicht te houden op de naleving van de landbouw-crisiswetten.

Tijdens de bezettingsjaren (waarnaar verwezen wordt met "huidige omstandigheden") werd dit apparaat nog belangrijker voor de beheersing van de schaarse goederenstromen. De erkenning als groothandelaar was essentieel voor de toewijzing van quota en handelsmarges. De tekst suggereert een vorm van oneigenlijk gebruik van regels of zelfs corruptie/vriendjespolitiek bij de "Centrale", waarbij personen een status kregen die niet overeenkwam met hun feitelijke bedrijfsactiviteiten. De opsteller lijkt een inspecteur of rechercheur die een dossier opbouwt tegen deze onregelmatigheden.

Gerelateerde Documenten 6